<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2021:6371</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-28T10:31:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-11-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8924514  CV EXPL 20-22368</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verstek">Verstek</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:6371">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:6371</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-25T15:09:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2021:6371 Rechtbank Amsterdam , 12-11-2021 / 8924514  CV EXPL 20-22368</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2021:6371:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verstek. Ambtshalve toetsing. Vordering afgewezen, omdat schermafdrukken dateren van datum na totstandkoming overeenkomst. Hierdoor onvoldoende gesteld dat gedaagde het overgelegde bestelproces heeft doorlopen, waardoor niet ambtshalve getoetst kan worden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2021:6371:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="fba778b0-649e-49b5-a5f9-a5f2a25795bf" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="dcaee8a4-0e1b-41ea-8a0e-6cc1423cf4e8" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 8924514  CV EXPL 20-22368</para>
      <para>vonnis van:  12 november 2021</para>
      <para>fno.:  991</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">vonnis van de kantonrechter</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>i n z a k e</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oxxio Nederland B.V.</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Rotterdam</para>
      <para>eisende partij</para>
      <para>gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders B.V.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">I. [gedaagde]</emphasis>
        </para>
        <para>wonende te [woonplaats]</para>
        <para>gedaagde partij</para>
        <para>niet verschenen</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <bridgehead role="bold">Verloop van de procedure </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij dagvaarding van 30 november 2020 heeft eisende partij gevorderd een bedrag van € 500,00 met nevenvorderingen, zoals nader in die dagvaarding omschreven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gedaagde partij heeft geen uitstel verzocht en evenmin uiterlijk op de in de dagvaarding vermelde terechtzitting geantwoord. Tegen gedaagde partij is verstek verleend. Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Gronden van de beslissing</title>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>Gedaagde partij is een consument, althans wordt vermoed consument te zijn. In dat geval moet de kantonrechter ambtshalve onderzoeken of de bedingen die in de tussen de handelaar en de consument gesloten overeenkomst staan niet oneerlijk zijn in de zin van Richtlijn 93/13 EG (richtlijn oneerlijke bedingen). De kantonrechter moet ook ambtshalve onderzoeken of de handelaar de op haar rustende informatieverplichtingen heeft nageleefd.<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Eisende partij stelt dat gedaagde partij op afstand, namelijk via de website, een overeenkomst met haar heeft gesloten op grond waarvan gedaagde partij betaling is verschuldigd. In dat geval moet eisende partij ten tijde van het sluiten van de overeenkomst hebben voldaan aan de verplichtingen van Afdeling 2B van Titel 5 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek (BW), meer in het bijzonder de informatieverplichtingen van artikel 6:230m lid 1 BW en de aanvullende verplichtingen van artikel 6:230v BW.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <para>3. Indien eisende partij in de dagvaarding onvoldoende stelt dat de relevante precontractuele informatieplichten jegens de consument zijn nageleefd, is de vordering niet toewijsbaar (zie ook rechtbank Amsterdam 27 maart 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:2002). Daarvan is in dit geval sprake. Eisende partij stelt weliswaar dat gedaagde partij de overgelegde schermafdrukken heeft doorlopen die zien op de precontractuele fase, maar onderaan de schermafdrukken blijkt uit de taakbalk dat deze dateren van 2020. Dat de schermafdrukken dateren van 2020 wordt tevens bevestigd door de toelichting op de tweede schermafdruk, waar te lezen is dat in de jaarkosten rekening is gehouden met de overheidsheffingen en vermindering energiebelasting 2020. Aangezien de eerste leverdatum die op de bevestiging van de overeenkomst staat 4 november 2018 is, moet er vanuit worden gegaan dat de overeenkomst tussen partijen al vóór die datum moet zijn gesloten. Eisende partij heeft derhalve niet voldoende toegelicht of aannemelijk gemaakt dat de overgelegde schermafdrukken betrekking hebben op het door gedaagde partij daadwerkelijk doorlopen bestelproces ten tijde van de totstandkoming van de overeenkomst in 2018. Hierdoor kan niet worden getoetst of eisende partij jegens gedaagde partij op dat moment aan haar informatieverplichtingen heeft voldaan, waaronder de verplichting van artikel 6:230v lid 3 BW, waarin is bepaald dat het elektronische bestelproces zo moet worden ingericht dat de consument een aanbod pas kan aanvaarden als hem op niet voor misverstand vatbare wijze duidelijk is gemaakt dat zijn bestelling een betalingsverplichting inhoudt.<?linebreak?></para>
    <para>4. Eisende partij heeft dan ook niet voldaan aan haar stelplicht op dit punt, zodat de vordering wordt afgewezen.<?linebreak?></para>
    <para>5. Ten overvloede wordt overwogen dat ook als wel voldoende zou zijn toegelicht en aannemelijk was dat gedaagde partij de overgelegde schermafdrukken zou hebben doorlopen, de vordering ook niet voor toewijzing in aanmerking zou komen. Uit de schermafdrukken blijkt namelijk niet dat eisende partij heeft voldaan aan de verplichting van artikel 6:230v lid 3 BW. Rondom de knop ‘bevestig mijn aanmelding’ wordt niet duidelijk gemaakt dat de bestelling een betalingsverplichting inhoudt, althans dat is niet op de schermafdruk te zien. In dat geval is de consument niet aan de overeenkomst gebonden en dus ook geen betaling verschuldigd.<?linebreak?></para>
    <para>6. Bij deze uitkomst wordt eisende partij als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.<?linebreak?></para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <para>wijst de vordering af;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>veroordeelt eisende partij in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van gedaagde partij begroot op nihil.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>