<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2021:6191</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-05T14:49:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-10-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AMS 21/2944</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:6191">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:6191</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-04T16:15:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2021:6191 Rechtbank Amsterdam , 28-10-2021 / AMS 21/2944</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2021:6191:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam heeft de transitievergoeding die een werknemer bij zijn ontslag kreeg terecht als inkomen aangemerkt en die daarom terecht in mindering gebracht op de bijstand.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2021:6191:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para>Bestuursrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 21/2944</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 oktober 2021 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , te [woonplaats] , eiser</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. M. Kartal),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: M. Mulders).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [eiser] en het college genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 19 november 2020 heeft het college de ontslagvergoeding van [eiser] op zijn (aanvullende) bijstand<footnote-ref linkend="_fa0f9fb0-bb6a-4393-b922-87d1fc080b46" /> gekort. [eiser] heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 20 april 2021 (het bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van [eiser] ongegrond verklaard. [eiser] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het college heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 oktober 2021. [eiser] is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde en M.D.M. Metry, tolk in het Arabisch. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. [eiser] had een dienstverband in deeltijd van 2001 tot en met juli 2019. Sinds 24 juni 2019 ontvangt hij een WIA-uitkering.<footnote-ref linkend="_e9a6553e-b920-4bdb-8df2-dbf8a0fbf628" /> Daarnaast ontvangt [eiser] aanvullende bijstand. Met een vaststellingsovereenkomst heeft de werkgever het dienstverband van [eiser] per 1 augustus 2019 ontbonden en hem een wettelijke transitievergoeding betaald van € 8.103. Het college is dit uit Suwinet gebleken. Het college heeft toen op verzoek afschriften van de vaststellingsovereenkomst en de transitievergoeding ontvangen. [eiser] heeft verklaard dat hij de transitievergoeding wil gebruiken voor een bedevaart met de familie.</para>
    <para />
    <para>2. Vervolgens heeft het college de onder ‘Procesverloop’ vermelde besluiten genomen.</para>
    <para />
    <para>3. In het bestreden besluit heeft het college de transitievergoeding aangemerkt als inkomen in de zin van artikel 32 van de Pw, omdat [eiser] de vergoeding niet heeft gebruikt om ander werk te vinden of voor zijn re-integratie.</para>
    <para />
    <para>4. [eiser] betoogt dat het college de transitievergoeding ten onrechte als inkomen heeft aangemerkt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling van het beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. De rechtbank moet beoordelen of het college de transitievergoeding terecht heeft aangemerkt als inkomen als bedoeld in artikel 32 van de Pw.</para>
    <para />
    <para>6. Gelet op het aanvullende karakter van de bijstand bevat artikel 31, eerste lid, van de Pw een ruime definitie van het begrip middelen. Tot de middelen worden in beginsel alle inkomens- en vermogensbestanddelen gerekend die kunnen worden aangewend voor de noodzakelijke kosten van het bestaan.</para>
    <para />
    <para>7. Met verwijzing naar de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 4 oktober 2019<footnote-ref linkend="_051ebd7c-556b-424c-94b9-1a7f318eb151" />, vooral de overwegingen 8 tot en met 14 van die uitspraak, overweegt de rechtbank dat de transitievergoeding is aan te merken als inkomen als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de Participatiewet; ook in het geval van [eiser] , die (langdurig) arbeidsongeschikt is.</para>
    <para />
    <para>8. Verder vindt [eiser] dat het verrekenen van de transitievergoeding niet evenredig is met het beoogde doel, omdat hij door die vergoeding meer belasting heeft moeten betalen en ontvangen toeslagen heeft moeten terugbetalen. De rechtbank is dit niet met [eiser] eens. Allereerst had [eiser] de ontvangst van de transitievergoeding aan het college moeten melden. Hij heeft dit niet gedaan. Het college kon hem daardoor niet meedelen dat de transitievergoeding, voor zover niet aangewend voor re-integratie, als inkomen wordt aangemerkt en moet worden aangewend voor de kosten van het dagelijkse levensonderhoud. Verder overweegt de rechtbank dat het college niet gaat over de toeslagen die [eiser] naast de aanvullende bijstand heeft ontvangen. Maar op de zitting is gebleken dat het college wel bereid is rekening te houden met de financiële situatie van [eiser] . Het college heeft immers zelfstandig de hoogte van het door [eiser] per maand terug te betalen bedrag al verlaagd van € 225,08 naar € 142,60 per maand. Volgens [eiser] kan hij ook dit bedrag niet uit zijn inkomen betalen. Daarop heeft het college zich op de zitting bereid verklaard het per maand terug te betalen bedrag verder te verlagen naar het door de gemachtigde van [eiser] voorgestelde bedrag van € 48,- per maand, met ingang van 1 november 2021 of – zo mogelijk – al met ingang van 1 oktober 2021. De rechtbank oordeelt dat het college daarmee voldoende maatwerk heeft geleverd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Conclusie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>9. Het beroep is ongegrond. [eiser] krijgt dus geen gelijk.</para>
    <para />
    <para>10. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H.M. van de Ven, rechter, in aanwezigheid van mr. R.M.N. van den Hazel, griffier<emphasis role="italic">. </emphasis>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op </para>
      <para>28 oktober 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter is verhinderd </para>
      <para>	de uitspraak te ondertekenen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: <?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Tegen deze uitspraak is hoger beroep mogelijk</title>
    <para>U kunt binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Is uw zaak spoedeisend en moet er al tijdens de procedure in hoger beroep iets worden beslist wat niet kan wachten, dan kunt u de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige maatregel te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_fa0f9fb0-bb6a-4393-b922-87d1fc080b46" label="1">
    <para> Aanvullende bijstand op grond van de Participatiewet (Pw).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e9a6553e-b920-4bdb-8df2-dbf8a0fbf628" label="2">
    <para> Uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_051ebd7c-556b-424c-94b9-1a7f318eb151" label="3">
    <para> ECLI:NL:RBNHO:2019:8308</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>