<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2021:6181</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-17T13:39:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-10-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 21 _ 900</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:6181">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:6181</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-17T13:38:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2021:6181 Rechtbank Amsterdam , 06-10-2021 / AWB - 21 _ 900</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2021:6181:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kinderbijslag. Correctie woonlandfactor 40%. Woon- en feitelijke verblijfplaats is bepalend voor toepassing van de woonlandfactor. Geen uitzondering voor uitgezonden ambtenaren. Geen differentiatie naar regio bij vaststellen woonlandfactor.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2021:6181:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para>Bestuursrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 21/900 </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , te Leiden, eiseres (hierna: [eiseres] )</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: F.P.M. Loomans),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, verweerder (hierna: Svb)</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. A. van der Weerd).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 30 oktober 2020 (het primaire besluit) heeft de Svb het recht van [eiseres] op kinderbijslag gewijzigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 20 januari 2021 (het bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar van [eiseres] ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eiseres] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de zaak op 25 augustus 2021 behandeld op een zitting met beeld- en geluidverbinding (Skype). [eiseres] en de Svb hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. [eiseres] is in dienst van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Zij is naar Oeganda uitgezonden en staat sinds 24 juli 2020 niet meer in Nederland ingeschreven. Haar man en twee kinderen zijn met haar meegegaan en wonen ook in Oeganda.  </para>
    <para />
    <para>2. [eiseres] ontvangt kinderbijslag<footnote-ref linkend="_a59a55e5-da36-4329-bdfd-836f5b9aade5" /> voor haar twee kinderen. De Svb heeft in het primaire besluit een woonlandfactor van 40% toegepast vanaf het vierde kwartaal van 2020. </para>
    <para />
    <para>3. In het bestreden besluit heeft de Svb het bezwaar van [eiseres] tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. De Svb legt hieraan ten grondslag dat de kinderen woonplaats hebben in Oeganda en dat daarom de toegepaste woonlandfactor correct is. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Op 1 juli 2012 is in werking getreden de Wet Woonlandbeginsel in de sociale zekerheid (Wwsz). Met deze wet is onder meer artikel 12, tweede lid, van de AKW gewijzigd. Hierdoor wordt aan de rechthebbende wiens kind niet in Nederland, een lidstaat van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (EER), dan wel Zwitserland woont, een uitkering verstrekt ter hoogte van een bij ministeriële regeling vastgesteld percentage van het (kort samengevat) in Nederland geldende bedrag aan kinderbijslag. Dit percentage is de woonlandfactor.</para>
    <para />
    <para>5. Voor Oeganda is dit percentage voor 2020 vastgesteld op 40 %.<footnote-ref linkend="_d6480c99-c493-485e-a7d3-462d18ab4091" /> Dit percentage wordt zo bepaald dat het een weergave is van de verhouding tussen het kostenniveau van het land waar het kind woont en dat van Nederland, waarbij dat percentage nooit hoger dan </para>
    <para>100 % kan zijn. De woonlandfactor wordt verkregen door uit te gaan van de PPP, de koopkrachtpariteitscijfers van de Wereldbank. Deze cijfers zijn een maat voor het algemene kostenniveau in een land en dus ook voor de gemiddelde bestaanskosten. </para>
    <para />
    <para>6. In geschil is of de Svb terecht vanaf het vierde kwartaal van 2020 een woonlandfactor van 40% heeft toegepast op de kinderbijslag die [eiseres] ontvangt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Geen inwoners van Oeganda en uitzondering voor uitgezonden rijksambtenaren</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7. [eiseres] stelt zich op het standpunt dat het woonlandbeginsel niet van toepassing kan zijn op haar en haar gezin. Zij is een uitgezonden rijksambtenaar en vanwege haar diplomatieke status kunnen zij en haar gezin geen inwoners van Oeganda zijn. [eiseres] en haar gezin zijn fictief nog steeds inwoners van Nederland. [eiseres] voert ook aan dat er een uitzondering moet worden gemaakt op de toepassing van de woonlandfactor voor uitgezonden rijksambtenaren. </para>
    <para />
    <para>8. Niet in geding is dat [eiseres] en haar gezin feitelijk in Oeganda wonen. Voor de toepassing van de woonlandfactor<footnote-ref linkend="_afc583fd-cc10-4c30-95e4-62f7412d0a11" /> is de woon- en feitelijke verblijfplaats van de kinderen doorslaggevend.<footnote-ref linkend="_0f4b7c74-43c0-4c39-9bcb-224737438852" /> De Svb heeft naar het oordeel van de rechtbank in het bestreden besluit terecht gesteld dat [eiseres] en haar gezin bij wetsfictie geacht worden in Nederland te wonen, zodat zij in Nederland verzekerd zijn gebleven voor de AKW, maar dat deze fictie niet ziet op de toepassing van de woonlandfactor, omdat daarvoor de feitelijke woonplaats bepalend is. </para>
    <para />
    <para>9. De rechtbank volgt [eiseres] ook niet in het standpunt dat voor haar een uitzondering geldt. De wetgever heeft er bewust voor gekozen om geen uitzondering op het woonlandbeginsel te maken voor uitgezonden ambtenaren en hun gezinsleden.<footnote-ref linkend="_615d46eb-b582-40eb-bdaa-e5f2876f9a18" /></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Berekeningswijze woonlandfactor niet correct en differentiëren binnen Oeganda</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>10. [eiseres] voert aan dat de berekeningswijze van de woonlandfactor niet correct is en dat de woonlandfactor gedifferentieerd moet worden toegepast in de verschillende regio’s in Oeganda. Het inkomen per inwoner in Oeganda verschilt aanzienlijk. In de hoofdstad ligt het kostenniveau het hoogst en dat is waar [eiseres] met haar gezin woont. De kosten daar zijn vergelijkbaar met de kosten in Nederland. </para>
    <para />
    <para>11. De rechtbank volgt dit standpunt van [eiseres] niet. De Centrale Raad van Beroep heeft eerder al geoordeeld dat de wijze waarop de woonlandfactor wordt vastgesteld een geschikt middel is om het doel van het woonlandbeginsel te bereiken.<footnote-ref linkend="_55eaa46f-6b2e-4496-b702-0a351531e26e" /> Bij deze vaststelling vindt geen differentiatie naar regio plaats. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Gelijkheidsbeginsel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>12. [eiseres] heeft een beroep gedaan op het gelijkheidsbeginsel en gewezen op de positie van uitgezonden rijksambtenaren in Tunesië, India, China, Noord-Macedonië en Chili. </para>
    <para />
    <para>13. De rechtbank oordeelt dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet slaagt, omdat het niet gaat om gelijke gevallen. Tussen Nederland en de aangehaalde landen gelden bilaterale verdragen die onder meer zien op het woonlandbeginsel. Nederland en Oeganda hebben daarover geen verdrag gesloten, zodat geen sprake is van gelijke gevallen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Conclusie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>14. De Svb heeft de woonlandfactor van 40% terecht toegepast. Het beroep is ongegrond. [eiseres] krijgt dus geen gelijk. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.E.J.M. Gielen, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. M.M. Mazurel, griffier<emphasis role="italic">. </emphasis>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier</para>
      <para> rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_a59a55e5-da36-4329-bdfd-836f5b9aade5" label="1">
    <para> Op grond van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d6480c99-c493-485e-a7d3-462d18ab4091" label="2">
    <para> Zie de Regeling woonlandbeginsel in de sociale zekerheid 2012.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_afc583fd-cc10-4c30-95e4-62f7412d0a11" label="3">
    <para> Als genoemd in artikel 12, tweede lid, van de AKW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_0f4b7c74-43c0-4c39-9bcb-224737438852" label="4">
    <para> Zie ECLI:NL:CRVB:2017:2697, r.o. 4.5.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_615d46eb-b582-40eb-bdaa-e5f2876f9a18" label="5">
    <para> Zie ECLI:NL:CRVB:2017:2697, r.o. 4.6 en Kamerstukken<emphasis role="italic"> II </emphasis>2011/12, 32 878, nr. 6, p. 2.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_55eaa46f-6b2e-4496-b702-0a351531e26e" label="6">
    <para> Zie ECLI:NL:CRVB:2014:4180 en ECLI:NL:CRVB:2017:2697.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>