<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2021:6029</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-02T09:38:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-10-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/751787-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:6029">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:6029</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-02T08:40:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2021:6029 Rechtbank Amsterdam , 19-10-2021 / 13/751787-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2021:6029:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>EAB Frankrijk. Verzet ingesteld tegen vonnis, dus nieuwe berechting. Art. 6 OLW, terugkeergarantie verstrekt. Art. 11 OLW, detentiegarantie verstrekt ten aanzien van detentie-instelling Nimes. Art. 13 OLW. Overlevering toegestaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2021:6029:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/751787-21</para>
      <para>RK nummer: 21/4121</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 19 oktober 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 23 juli 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 8 juli 2021 door het <emphasis role="italic">Parquet du Tribunal Judiciaire d’Evreux (Prosecution Department at the Court of first instance in Evreux</emphasis>)<emphasis role="italic">, </emphasis>Frankrijk, en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] (Tunesië) op [geboortedag] 1992, </para>
      <para>	ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:</para>
      <para>	[BRP-adres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 5 oktober 2021. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. M. Westerman. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. E.H. Bokhorst, advocaat te Veenendaal.</para>
      <para>
        <?linebreak?>Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.  <?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een voor tenuitvoerlegging vatbaar vonnis, te weten het verstekvonnis van de <emphasis role="italic">Tribunal Judiciare Evreux </emphasis>van 21 mei 2021 (referentienummer: Parquet No. 19081000104). Vervolgens is er ten aanzien van de opgeëiste persoon op 21 mei 2021 eveneens een aanhoudingsbevel uitgevaardigd door de <emphasis role="italic">Président </emphasis>van het<emphasis role="italic"> tribunal correctionnel </emphasis>bij het <emphasis role="italic">tribunal judiciaire </emphasis>(rechtbank in eerste aanleg) in Evreux.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering werd aanvankelijk verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 7 jaren, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Deze vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Echter heeft de opgeëiste persoon op 2 augustus 2021 verzet aangetekend tegen dit vonnis. Uit onderdeel d) van het EAB blijkt dat de consequentie daarvan is dat het vonnis, waarbij de vrijheidsstraf is opgelegd, nietig is. De opgeëiste persoon zal opnieuw berecht worden voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman van de opgeëiste persoon heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de opgeëiste persoon voor het vonnis dat in het EAB wordt genoemd niet kan worden overgeleverd, nu hij daartegen verzet heeft ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair heeft hij zich op het standpunt gesteld dat de overlevering dient te worden geweigerd, nu de grondslag aan het EAB is komen te ontbreken. Nadat de opgeëiste persoon verzet heeft ingesteld tegen het vonnis, hebben de Franse autoriteiten niet voldaan aan de termijn van twee maanden waarbinnen er in geval van verzet een nieuwe zitting had moeten plaatsvinden. De raadsman verwijst in dit kader naar onderdeel d) van het EAB en naar de brief van <emphasis role="italic">Le Procureur de la République Près le Tribunal Judiciaire d’Evreux </emphasis>van 24 september 2021. In deze stukken staat dat de opgeëiste persoon tien dagen de tijd heeft om verzet in te stellen tegen het vonnis waarbij de vrijheidsstraf is opgelegd, en dat er in geval van verzet binnen twee maanden een nieuwe beoordeling plaatsvindt. De opgeëiste persoon heeft op 2 augustus 2021 verzet ingesteld. De termijn van twee maanden is inmiddels verstreken zonder dat de opgeëiste persoon in de tussentijd iets vernomen heeft van de Franse autoriteiten over een nieuwe beoordeling van zijn strafzaak.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de situatie waarop de raadsman een beroep doet niet aan de orde is. De termijn van twee maanden is bedoeld voor het geval dat de opgeëiste persoon verzet instelt nadat hij is overgeleverd. In die situatie garandeert <emphasis role="italic">Le Procureur de la République Près le Tribunal Judiciaire d’Evreux </emphasis>dat er binnen twee maanden een nieuwe beoordeling plaatsvindt. De opgeëiste persoon heeft in dit geval echter reeds verzet ingesteld vóórdat er over de overlevering is beslist. De termijn van twee maanden heeft dan ook geen consequenties voor de grondslag van het EAB. De officier van justitie verzoekt de rechtbank de overlevering toe te staan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat de garantie voor een nieuwe beoordeling binnen twee maanden na verzet blijkens de bewoordingen van paragraaf D onder 3.4 van het EAB, waar gesproken wordt over “after the surrender”, betrekking heeft op de situatie waarin er verzet wordt aangetekend na de feitelijke overlevering van de opgeëiste persoon. In dit geval, waarin de opgeëiste persoon al in Nederland en mitsdien vóór feitelijke overlevering verzet heeft ingesteld, is die termijn niet van toepassing. Het verweer van de raadsman wordt verworpen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt aldus vast dat de overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Frans recht strafbare feiten, welke feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 5, te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens de in rubriek c) van het EAB vermelde gegevens is op deze feiten naar het recht van Frankrijk een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, indien naar het oordeel van de rechtbank is gewaarborgd dat voor het geval hij ter zake van de feiten waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De <emphasis role="italic">deputy prosecutor</emphasis> bij <emphasis role="italic">Le Procureur de la République Près le Tribunal Judiciaire d’Evreux</emphasis> heeft bij brief van 24 september 2021 de volgende garantie gegeven:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In response to your demand, I'm honored to let you know that the prosecutor's office wishes to guarantee that when Mr [opgeëiste persoon] is condemned to an irrevocable sentence of imprisonment, he will be able to serve his sentence in the Netherland if he wishes so, in compliance with the procedure of mutual acknowledgment, recognition and execution of such sentences within the European Union.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is de hiervoor vermelde garantie voldoende.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 11 OLW: detentieomstandigheden</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Detentiegarantie verstrekt; de opgeëiste persoon wordt niet gedetineerd in Nîmes</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft in eerdere uitspraken in andere zaken (onder andere ECLI:NL:RBAMS:2017:3763) geoordeeld dat er op dit moment ten aanzien van de detentie-instelling in Nîmes een algemeen reëel gevaar bestaat dat personen die daar zijn gedetineerd onmenselijk of vernederend worden behandeld, in de zin van artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de e-mail van 24 september 2021 van de <emphasis role="italic">Prosecuter of Evreux</emphasis> is te lezen: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">I'd like to let you know that Mr. [opgeëiste persoon] will be immediately presented to a judge upon his arrival on the French territory and this judge will decide on his continued detention until his transfer. This will not necessarily be the prison of Nîmes. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">In application of the article 13 5-2 of the Code de procédure pénale, the person must be transferred to the Court of Evreux within 4 days after his arrival in France in order to be presented to a judge who will rule upon this detention until the imprisonment penalty becomes irrevocable. If Mr [opgeëiste persoon] wishes to challenge the decision condemning him, he can do so during 10 days and the new judgement will take place within 2 months after the contestation. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">In case the judge decides to maintain his detention until the new hearing, he will be incarcerated in the prison of Evreux, Le Havre or Rouen, near the Court of Evreux.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de e-mail van 4 oktober 2021 van de <emphasis role="italic">Substitute du procureur de la République, Parquet</emphasis>, is te lezen: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Je vous garantis que le mandat de dépôt pris par le juge des libertés et de la détention en cas de décision de détention provisoire à l’encontre de M. [opgeëiste persoon] ne sera pas une incarcération à la maison d’arrêt de Nîmes.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat – nu uit voornoemde e-mails volgt dat de opgeëiste persoon niet in de detentie-instelling in Nîmes zal worden geplaatst - de opgeëiste persoon na overlevering aan Frankrijk niet het gevaar loopt aan een behandeling in strijd met artikel 4 Handvest te worden onderworpen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB heeft betrekking op strafbare feiten die geacht worden gedeeltelijk op Nederlands grondgebied te zijn gepleegd. Op grond van artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, OLW kan de rechtbank de overlevering in die situatie weigeren.<?linebreak?></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>
        <?linebreak?>De officier van justitie heeft de rechtbank in overweging gegeven om af te zien van toepassing van de weigeringsgrond en heeft daartoe aangevoerd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het onderzoek in Frankrijk reeds is aangevangen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de medeverdachten worden vervolgd in Frankrijk; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de verdovende middelen waren bedoeld voor de Franse markt. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman van de opgeëiste persoon heeft de rechtbank verzocht de overlevering op grond van dit artikel te weigeren. Voor zover al zou kunnen worden vastgesteld dat de opgeëiste persoon verdovende middelen zou hebben verkocht aan Fransen of aan andere, niet-Nederlandse personen, raken deze feiten de Franse rechtsorde niet. De feiten betreffen een Nederlandse aangelegenheid. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt voorop dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- aan de regeling van het EAB ten grondslag ligt dat overlevering de hoofdregel is en toepassing van een facultatieve weigeringsgrond de uitzondering dient te zijn;</para>
    <para />
    <para>- de weigeringsgrond ertoe strekt te voorkomen dat Nederland zou moeten meewerken aan overlevering voor een zogenoemd lijstfeit dat geheel of ten dele in Nederland is gepleegd en dat hier niet strafbaar is of hier niet pleegt te worden vervolgd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de door de officier van justitie aangevoerde argumenten vormt daarom het gegeven dat de feiten worden geacht gedeeltelijk in Nederland te zijn gepleegd naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende aanleiding om de weigeringsgrond toe te passen. Hetgeen de raadsman heeft aangevoerd, is niet toereikend om tot een ander oordeel te komen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 2, 5, 6, 7 en 13 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan het <emphasis role="italic">Parquet du Tribunal Judiciaire d’EVREUX (Prosecution Department at the Court of first instance in Evreux</emphasis>)<emphasis role="italic">, </emphasis>Frankrijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. H.P. Kijlstra, 	 				                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. M.E.M. James-Pater en J.A.A.G. de Vries,         				rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. M.A. Dijk,		                         		    griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 19 oktober 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>