<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2021:5409</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-14T15:49:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-09-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9165778 CV EXPL 21-6039</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:5409">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:5409</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-12T15:45:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2021:5409 Rechtbank Amsterdam , 28-09-2021 / 9165778 CV EXPL 21-6039</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2021:5409:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>ANWB heeft stelling dat telefonisch een verzekeringsovereenkomst tot stand is gekomen, gelet op betwisting door gedaagde, onvoldoende onderbouwd. Afwijzing vordering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2021:5409:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="1e2b2972-de07-4769-994f-3a7c9548a820" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="8c342c27-3b34-4ec8-a03f-fb74053abfe2" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 9165778  CV EXPL 21-6039</para>
      <para>vonnis van: 28 september 2021</para>
      <para>fno.:  49017</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">vonnis van de kantonrechter</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>I n z a k e</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de naamloze vennootschap Unigarant N.V., m.h.o.d.n. ANWB Verzekeren,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>gevestigd te ’s-Gravenhage,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>nader te noemen: ANWB,</para>
      <para>gemachtigde: De Klerk Vis Niekus Gerechtsdeurwaarders en Incasso,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [gedaagde] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>nader te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">VERLOOP VAN DE PROCEDURE</bridgehead>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>dagvaarding van 9 april 2021 met producties; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>antwoord met producties; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>instructievonnis;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>repliek met producties; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>dupliek;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>dagbepaling vonnis.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="beslissing">
    <title>GRONDEN VAN DE BESLISSING</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering en verweer</title>
    <para />
    <para>1. ANWB vordert dat bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van: </para>
    <orderedlist numeration="loweralpha">
      <listitem>
        <para>€ 722,97 aan hoofdsom; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>€ 131,22 aan buitengerechtelijke incassokosten; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de wettelijke rente over € 722,97 vanaf de vervaldagen van de ingebrekestellingen tot aan de dag der voldoening; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>e proceskosten.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <para>2. Aan deze vordering legt ANWB, kort gezegd, het navolgende ten grondslag. Op 14 januari 2019 is tussen partijen telefonisch een verzekeringsovereenkomst met polisnummer [ polisnummer 1] tot stand gekomen. Dit is een opvolging van de eerder op 19 december 2018 afgesloten verzekeringsovereenkomst met polisnummer [polisnummer 2] , die op 13 januari 2019 wegens de opmaak van een nieuwe polis is beëindigd. Op grond van de eerst genoemde verzekeringsovereenkomst is [gedaagde] premie aan ANWB verschuldigd. Bij de aanvraag van de verzekering heeft [gedaagde] aangegeven 32 schadevrije jaren te hebben op basis waarvan de premie maandelijks € 73,99 bedroeg. Uit de database Roy-data bleek echter dat [gedaagde] 0 schadevrije jaren had, waardoor de premie per 1 april 2019 (met terugwerkende kracht) is verhoogd naar € 236,24 per maand. Op 15 april 2019 is de overeenkomst beëindigd. [gedaagde] heeft in totaal een bedrag van € 722,97 onbetaald gelaten. Nu zij, ondanks aanmaningen daartoe, heeft nagelaten dit bedrag te voldoen is zij tevens wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd geworden. </para>
    <para />
    <para>3. [gedaagde] heeft de vordering betwist en daartoe, samengevat en zakelijk weergegeven, het navolgende aangevoerd. [gedaagde] heeft op 19 december 2018 een autoverzekering met polisnummer [polisnummer 2] afgesloten. Zij heeft de uit hoofde van deze verzekering verschuldigde premie volledig voldaan. [gedaagde] betwist op 14 januari 2019 telefonisch een nieuwe verzekeringsovereenkomst te zijn aangegaan. Op 2 april 2019 ontving [gedaagde] ineens een nieuwe polis waarbij de premie was verhoogd. Zij is hier niet mee akkoord gegaan en nog dezelfde dag naar een andere verzekeringsmaatschappij overgestapt. <?linebreak?></para>
    <para>4. Waar nodig zal hierna bij de beoordeling nader worden ingegaan op de stellingen en verweren van partijen. <?linebreak?></para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling<?linebreak?></title>
    <para>5. In deze zaak ligt ter beoordeling voor of [gedaagde] het door ANWB gevorderde bedrag van € 722,97 verschuldigd is. De kantonrechter stelt voorop dat het gevorderde bedrag betrekking heeft op een verzekering met polisnummer [ polisnummer 1] en blijkens de door ANWB overgelegde specificatie als volgt is opgebouwd: </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Datum			Omschrijving			 	Bedrag</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">01-04-2019			Poliswijziging 2019-01-2014 / 2019-04-13	€ 486,74</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">14-04-2019			Poliswijziging 2019-04-2014 / 2019-05-13	€ 162,24</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">14-04-2019			Prolongatie 2019-04-14 / 2019-05-13	€ 73,99” </emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
    </parablock>
    <para>6. ANWB stelt dat dat deze verzekeringsovereenkomst op 14 januari 2019 op verzoek van [gedaagde] telefonisch tot stand is gekomen. [gedaagde] betwist op 14 januari 2019 een (nieuwe) verzekeringsovereenkomst te zijn aangegaan. </para>
    <para />
    <para>7. Gelet op deze gemotiveerde betwisting ligt het op de weg van ANWB om haar stelling dat op 14 januari 2019 telefonisch een overeenkomst tot stand is gekomen nader te concretiseren en te onderbouwen. ANWB heeft ter onderbouwing een ingevuld – niet ondertekend - polis aanvraagformulier en een bevestigingsbrief van 14 januari 2019 met polisblad overgelegd. Dit is naar het oordeel van de kantonrechter echter niet voldoende. Nu de overeenkomst volgens ANWB telefonisch is aangegaan, moet het aanvraagformulier door een medewerker van ANWB, maar in ieder geval niet door [gedaagde] zelf, zijn ingevuld. Bovendien bevat het polisblad van 14 januari 2019 exact dezelfde gegevens als het polisblad van 19 december 2018 en heeft [gedaagde] terecht de vraag opgeworpen waarom zij een maand later eenzelfde verzekering voor dezelfde auto en met exact dezelfde gegevens aan zou vragen. Het standpunt van ANWB dat sprake zou zijn van een opvolging van polissen kan, zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet worden gevolgd. Bovendien valt niet te begrijpen dat, waar de op 19 december 2018 afgesloten verzekering volgens ANWB per 13 januari 2019 wegens de opmaak van een nieuwe polis is beëindigd, de gestelde verzekering pas daarna, op 14 januari 2019, telefonisch zou worden afgesloten. </para>
    <para />
    <para>8. ANWB heeft haar stelling dat op 14 januari 2019 telefonisch een (nieuwe) verzekeringsovereenkomst is gesloten, in het licht van de betwisting door [gedaagde] , dan ook onvoldoende onderbouwd. ANWB had haar stelling nader kunnen onderbouwen door bijvoorbeeld een transcriptie of geluidsopname van het telefoongesprek, een verklaring van de medewerker met wie het telefoongesprek gevoerd zou zijn of een ondertekende overeenkomst over te leggen. Bij gebreke van dit alles dient de vordering, die gestoeld is op een verzekering met polisnummer [ polisnummer 1] , als onvoldoende onderbouwd te worden afgewezen. </para>
    <para />
    <para>9. ANWB wordt als de in het ongelijke gestelde partij in de kosten van de procedure veroordeeld, welke aan de zijde van [gedaagde] tot heden worden begroot op nihil. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <para>wijst de vordering af; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>veroordeelt ANWB in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot heden begroot op nihil. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R. Kruisdijk, kantonrechter, en in het openbaar </para>
        <para>uitgesproken op 28 september 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>