<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2021:5343</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-12T13:48:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-09-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8815683  EA VERZ 20-758</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:5343">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:5343</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-12T13:48:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2021:5343 Rechtbank Amsterdam , 21-09-2021 / 8815683  EA VERZ 20-758</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2021:5343:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beslagvrije voet. Eindbeschikking na tussenbeschikking. Geen toepassing hardheidsclausule ex artikel 475fa Rv.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2021:5343:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="4bc34492-d0c3-4aaa-9aaf-1b4b72bff680" depth="2" width="13" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="08463cfa-6389-4b4a-b825-ca9b63f54972" depth="2" width="523" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>
  </para>
  <section>
    <title>RECHTBANK AMSTERDAM</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 8815683  EA VERZ 20-758</para>
      <para>beschikking van:  21 september 2021</para>
      <para>func.:  33806</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>beschikking van de kantonrechter</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>I n z a k e</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verzoeker]
    </title>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats] , Spanje</para>
      <para>verzoeker</para>
      <para>nader te noemen: [verzoeker]</para>
      <para>procederend in persoon</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De Staat der Nederlanden (ministerie van Justitie en Veiligheid)</title>
    <parablock>
      <para>zetelend te Den Haag</para>
      <para>verweerder</para>
      <para>nader te noemen: De Staat</para>
      <para>gemachtigde: J. Vermeulen (GGN Mastering Credit B.V.)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>VERDER VERLOOP VAN DE PROCEDURE</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 8 maart 2021 is een tussenbeschikking gegeven. Ter uitvoering van die tussenbeschikking heeft De Staat op 30 maart 2021 een reactie ingediend, waarop [verzoeker] op 27 april 2021 heeft gereageerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 2 juni 2021 heeft De Staat een aanvullende reactie ingediend, waarop [verzoeker] op 16 juni 2021 heeft gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vervolgens is met instemming van partijen de zaak op 10 augustus 2021 mondeling behandeld via een skypeverbinding. [verzoeker] is niet verschenen. Voor De Staat is verschenen J. Vermeulen, namens de gemachtigde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De mondelinge behandeling is voortgezet via een skypeverbinding op 17 augustus 2021. [verzoeker] is in persoon verschenen. Voor De Staat is verschenen J. Vermeulen, namens de gemachtigde. Partijen hebben hun standpunten toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vervolgens is de datum voor beschikking bepaald op heden.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">GRONDEN VAN DE BESLISSING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling</title>
    <para />
    <para>1. De inhoud van de tussenbeschikking van 8 maart 2021, waaraan de kantonrechter zich houdt, geldt als hier herhaald en ingelast. </para>
    <para />
    <para>2. De Staat voert aan eerder onverplicht (uit coulance) een beslagvrije voet gehanteerd te hebben van € 821,51, maar dat daarvoor geen ruimte meer bestaat in verband met een nieuw beslag van 24 december 2020. De beslagvrije voet dient daarom vanaf 1 januari 2021 te worden vastgesteld op € 656,78 per maand. [verzoeker] heeft geen volledige openheid van zaken gegeven, terwijl dit wel van hem mag worden verwacht. Hij heeft namelijk over de periode van 1 februari tot en met 30 april 2021 nog ander inkomen ontvangen dat door hem is verzwegen c.q. achtergehouden. Dit inkomen betreft een nettobedrag van € 3.469,00 afkomstig van Terneuzen en een nettobedrag van € 380,00 per maand van de Levensverzekering Mij. N.V. </para>
    <para>3. [verzoeker] stelt dat hij niet kan rondkomen van een beslagvrije voet van € 656,78, omdat zijn huur en nutsvoorzieningen al € 695,00 per maand bedragen. [verzoeker] weet niet waar het door De Staat genoemde bedrag van € 3.469,00 vandaan komt. Ook het genoemde nettobedrag van € 380,00 per maand van de Levensverzekering Mij. N.V. is onjuist. [verzoeker] betaalt zijn pensioen rechtstreeks aan zijn ex-vrouw, omdat hij dit bij de scheiding in 2014 met haar is overeengekomen. [verzoeker] verzoekt om de beslagvrije voet vanaf augustus 2020 vast te stellen op € 1.478,80. </para>
    <para />
    <para>4. De kantonrechter is van oordeel dat [verzoeker] onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn financiële situatie, terwijl hij is gewezen op de noodzaak om zijn financiële positie met bewijsstukken te onderbouwen. Het feit dat hij zijn gehele AOW-uitkering aan zijn ex-vrouw overmaakt, thans met een nieuwe omschrijving “Door te betalen AOW”, duidt op het feit dat [verzoeker] over andere bronnen van inkomsten beschikt. Dat wordt ondersteund door de constatering van De Staat dat [verzoeker] over de periode van 1 februari tot en met 30 april 2021 een nettobedrag van € 3.469,00 van de gemeente Terneuzen heeft ontvangen en dat hij daarnaast een nettobedrag van € 380,00 per maand van de Levensverzekering Mij. N.V. ontvangt. [verzoeker] heeft hierover geen afdoende verklaring gegeven. Het had op de weg van [verzoeker] gelegen om uit eigen beweging zoveel mogelijk openheid van zaken te verschaffen om op die manier alle onduidelijkheid omtrent zijn financiële situatie weg te nemen. [verzoeker] heeft geen bewijsstukken overgelegd met betrekking tot zijn maandelijkse inkomsten en uitgaven, afgezien van een huurovereenkomst van 19 december 2019 en enkele afschriften van zijn betaalrekening waarop maar een zeer beperkt aantal inkomsten en uitgaven is vermeld. De maandelijkse uitgaven die [verzoeker] stelt te hebben, waaronder zijn huurbetalingen, zijn hierop niet vermeld, zodat deze uitgaven niet controleerbaar zijn. De gestelde uitgaven zijn bovendien niet te kwalificeren als uitzonderlijke en noodzakelijke, niet (deels) via andere wegen te verlagen extra kosten waardoor [verzoeker] onder het bestaansminimum komt. </para>
    <para />
    <para>5. De conclusie is dat [verzoeker] onvoldoende heeft gesteld en onderbouwd over zijn financiële situatie om te kunnen beoordelen of sprake is van een onevenredige hardheid als bedoeld in artikel 475fa Rv.</para>
    <para />
    <para>6. De kantonrechter zal daarom bepalen dat de beslagvrije voet met ingang van 1 januari 2021 moet worden vastgesteld op € 656,78 per maand.</para>
    <para />
    <para>7. Gelet op de aard van de onderhavige procedure zullen de proceskosten worden gecompenseerd. Dat betekent dat partijen ieder de eigen kosten dragen.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <para>bepaalt dat de beslagvrije voet met ingang van 1 januari 2021 moet worden vastgesteld op € 656,78 per maand;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>wijst het meer of anders verzochte af.<?linebreak?></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aldus gegeven door mr. E.D. Bonga-Sigmond, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 september 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>