<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2021:5142</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-22T15:22:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">CV19-18946</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:5142">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:5142</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-22T15:21:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2021:5142 Rechtbank Amsterdam , 19-07-2021 / CV19-18946</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2021:5142:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>ambtshalve toetsing verstek, energie, telefonisch gesloten overeenkomst op initiatief handelaar, niet voldaan aan schriftelijkheidsvereiste, nietige overeenkomst, afsluiting energie wel voorwaardelijk toegewezen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2021:5142:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="84a77120-ea74-4db0-a923-c986e82b1fcf" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="d8542cb9-d994-4ad1-bdf0-2fb5726c29ba" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
      <para>zaaknummer: 8021904  CV EXPL 19-18946</para>
      <para>vonnis van: 19 juli 2021</para>
      <para>fno.:  48614/364</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">vonnis van de kantonrechter</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>I n z a k e</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de naamloze vennootschap VATTENFALL WARMTE N.V.</bridgehead>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Amsterdam</para>
      <para>eiseres</para>
      <para>gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] in de hoedanigheid van bewindvoerder over het vermogen van [betrokkene]</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>gedaagde, nader te noemen bewindvoerder</para>
      <para>niet verschenen </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Verloop van de procedure</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij exploot van dagvaarding 13 augustus 2019, met een productie, heeft eiseres een vordering jegens [betrokkene] ingesteld. [betrokkene] is op 30 augustus 2019 onder bewind gesteld. Bij exploot van 24 december 2019, met producties, heeft eiseres een kopie van de dagvaarding aan de bewindvoerder betekend en de bewindvoerder opgeroepen om in het geding te verschijnen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewindvoerder heeft geen uitstel verzocht en evenmin uiterlijk op de in de dagvaarding vermelde terechtzitting geantwoord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen de bewindvoerder is verstek verleend.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Gronden van de beslissing </title>
    <para />
    <para>1. Eiseres vordert de bewindvoerder te veroordelen tot betaling van € 869,93 aan hoofdsom, te vermeerderen met rente en kosten, alsmede – kort gezegd – ontbinding van de overeenkomst, met nevenvorderingen, waaronder eiseres te machtigen werkzaamheden te verrichten aangaande het afsluiten van de toevoer van warmte/koude en tijdelijke ontruiming van het verbruiksadres teneinde haar in staat te stellen deze werkzaamheden aan de toevoer te verrichten. </para>
    <para />
    <para>2. [betrokkene] , de onderbewindgestelde, heeft destijds de overeenkomst tot levering van stadswarmte gesloten en is een consument, althans wordt vermoed consument te zijn. In dat geval moet de kantonrechter ambtshalve onderzoeken of de bedingen die in de tussen haar en de rechtsvoorganger van Vattenfall Warmte, Nuon, gesloten overeenkomst staan niet oneerlijk zijn in de zin van Richtlijn 93/13 EG (richtlijn oneerlijke bedingen). De kantonrechter moet ook ambtshalve onderzoeken of eiseres de op haar rustende informatieverplichtingen heeft nageleefd.</para>
    <para />
    <para>3. Het doel van artikel 6:230m lid 1 BW is om de consument de mogelijkheid te geven een weloverwogen besluit te nemen over zijn aankoop. Een verwijzing achteraf naar waar de informatie als bedoeld in artikel 6:230m lid 1 BW op de website dan wel in de algemene voorwaarden kan worden gevonden is, gelet op voornoemd doel, in beginsel niet afdoende.<?linebreak?></para>
    <para>4. Het gaat hier om een overeenkomst op afstand die, kennelijk op initiatief van Nuon, telefonisch tot stand is gekomen. Eiseres stelt dat Nuon destijds heeft voldaan aan de verplichtingen van artikel 6:230m en 230v BW en verwijst in dat kader naar een als productie overgelegde bevestigingsbrief en de algemene voorwaarden. </para>
    <para />
    <para>5. Omdat het een telefonisch geïnitieerde overeenkomst betreft, stelt art. 6:230v lid 6 BW als eis dat de overeenkomst schriftelijk wordt aangegaan. Daarvan blijkt in dit geval niet. De overgelegde bevestigingsbrief van Nuon geldt niet als een schriftelijke overeenkomst, nu daaruit geen schriftelijke bevestiging van de overeenkomst door [betrokkene] blijkt. Eiseres heeft ook niet gesteld dat [betrokkene] op enige andere wijze schriftelijk te kennen heeft gegeven akkoord te gaan met de overeenkomst. </para>
    <para />
    <para>6. Nu niet is gebleken dat de overeenkomst schriftelijk is aangegaan, is deze nietig op grond van artikel 3:39 BW en is geen betalingsverplichting voor gedaagde ontstaan. De betalingsvordering komt daarom ongegrond voor en zal worden afgewezen. Hetzelfde geldt voor de vordering tot ontbinding. </para>
    <para />
    <para>7. De gevorderde afsluiting is wel toewijsbaar, aangezien het afnemen van verwarming en warm water zonder daarvoor te betalen onrechtmatig moet worden geacht. Eiseres zal de afsluiting niet ten uitvoer kunnen leggen wanneer wordt voldaan aan de voorwaarden als gesteld onder II van de Beslissing. </para>
    <para />
    <para>8. Bij deze uitkomst past een compensatie van proceskosten.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <para>machtigt eiseres overeenkomstig artikel 3:299 BW om de nodige werkzaamheden te verrichten tot afsluiting van stadsverwarming en warm tapwater op het verbruiksadres [adres] en veroordeelt de bewindvoerder q.q. tot gedeeltelijke en tijdige ontruiming van de woning op dit adres om eiseres daartoe in staat te stellen en [betrokkene] om deze werkzaamheden te gedogen; <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>bepaalt dat eiseres aan deze machtiging en veroordeling geen rechten kan ontlenen, indien [betrokkene] (met toestemming van de bewindvoerder) binnen vier weken na betekening van dit vonnis een rechtsgeldige overeenkomst met eiseres heeft gesloten voor de toekomstige levering van stadsverwarming en warm tapwater op voormeld adres en [betrokkene] tenminste gedurende zes maanden daarna de betalingsverplichtingen ter zake van die overeenkomst correct nakomt; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>compenseert de kosten van het geding aldus dat partijen elk de eigen kosten dragen; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.W.J. Ros, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 juli 2021 door mr. L. van Berkum, kantonrechter, in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>