<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2021:5007</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-03T12:46:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-09-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 21 _ 3117</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:5007">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:5007</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-03T12:46:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2021:5007 Rechtbank Amsterdam , 09-09-2021 / AWB - 21 _ 3117</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2021:5007:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beroep NT. Geen bewijs van verzending of ontvangst van het bezwaarschrift. Niet ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2021:5007:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 21 / 3117 PARKBL </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , eiser</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder</bridgehead>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft op 8 juni 2021 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn  bezwaar. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft, ondanks een verzoek daartoe van de rechtbank, geen stukken en ook geen verweerschrift ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.</para>
    <para>2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld.<footnote-ref linkend="_477c7a24-8297-4292-8c74-2627f24bea27" />Het beroepschrift kan worden ingediend als het bestuursorgaan niet tijdig een besluit heeft genomen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.<footnote-ref linkend="_42a21b64-5361-4537-83ca-29694d14af90" /></para>
    <para>3. Verweerder heeft in dit dossier geen stukken ingediend. De rechtbank gaat daarom uit van de door eiser verstrekte informatie. Eiser heeft met de brief van 27 mei 2020 bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting . Op 5 januari 2021 heeft eiser verweerder in gebreke gesteld wegens het uitblijven van een uitspraak op bezwaar. Vervolgens is eiser op 8 juni 2021 in beroep gegaan wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag. </para>
    <para>4. De rechtbank maakt uit het bezwaarschrift op dat het per gewone post alsmede per email aan verweerder is verstuurd. Eiser heeft echter geen bewijs van verzending, noch een ontvangstbevestiging van het bezwaarschrift overgelegd. Daarnaast heeft eiser de datum van de naheffingsaanslag niet genoemd. De rechtbank kan daarom niet vaststellen of eiser het bezwaarschrift daadwerkelijk heeft verzonden, op welke datum en of dit binnen de bezwaar termijn is ingediend. Het email adres dat eiser op het bezwaarschrift heeft vermeld (bezwaren@ccc.nl) komt daarnaast niet overeen met het emailadres waaraan eiser de ingebrekestelling heeft verstuurd (correspondentie@ouder-amstel.nl.).</para>
    <para />
    <para>5. Op grond van het voorgaande kan niet worden vastgesteld dat eiser bezwaar (tijdig) heeft gemaakt tegen de naheffingsaanslag. Omdat niet kan worden vastgesteld of eiser bezwaar heeft gemaakt, was verweerder ook niet gehouden een beslissing op bezwaar te nemen. Daarmee is niet voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep tegen een fictieve weigering, </para>
    <para />
    <para>6. Het beroep is daarom niet ontvankelijk. </para>
    <para>7. Voor een proceskostenvergoeding is geen aanleiding</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M.L.A.T. Doll, rechter, in aanwezigheid van</para>
      <para>mr. N. van der Kroft, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier	</para>
      <para>rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.</para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_477c7a24-8297-4292-8c74-2627f24bea27" label="1">
    <para> Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_42a21b64-5361-4537-83ca-29694d14af90" label="2">
    <para> Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>