<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2021:4608</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-08T12:48:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9176996  EA VERZ 21-296</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:4608">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:4608</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-07T15:29:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2021:4608 Rechtbank Amsterdam , 28-07-2021 / 9176996  EA VERZ 21-296</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2021:4608:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beslagvrije voet. Hardheidsclausule, artikel 475fa Rv. Verzoek afgewezen. Maandelijkse vaste lasten zijn te financieren met de vastgestelde beslagvrije voet. Niet aannemelijk gemaakt dat met resterende bedrag niet in levensonderhoud kan worden voorzien.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2021:4608:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="12f3e524-a8cf-4fcf-ad5f-3e287865df05" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="5a2bb791-7638-4848-9edd-f301a545969a" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
    </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 9176996  EA VERZ 21-296</para>
      <para>beschikking van:  28 juli 2021</para>
      <para>func.:  991</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">beschikking van de kantonrechter</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>i n z a k e</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [verzoeker]
    </bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats] , Turkije</para>
      <para>verzoeker</para>
      <para>nader te noemen: [verzoeker]</para>
      <para>procederend in persoon</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de stichting STICHTING WATERWEG WONEN</bridgehead>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Vlaardingen</para>
      <para>verweerster</para>
      <para>nader te noemen: Stichting Waterweg Wonen</para>
      <para>gemachtigde: J. Vermeulen (GGN)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">VERLOOP VAN DE PROCEDURE</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het procesdossier bestaat uit:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het verzoekschrift, ingekomen op 21 april 2021;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het verweerschrift, met bijlagen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de reactie op het verweerschrift van [verzoeker] , met bijlagen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de e-mail van [verzoeker] met aanvullende bijlagen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het aanvullende verweerschrift van Stichting Waterweg Wonen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De datum voor beschikking is bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="beslissing">
    <title>GRONDEN VAN DE BESLISSING</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Uitgangspunten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Het volgende geldt als uitgangspunt:<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>
        [verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1951, op dit moment 70 jaar oud, woont in Turkije.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op verzoek van Stichting Waterweg Wonen is op 30 augustus 2016 uit krachte van een vonnis beslag gelegd onder de Sociale Verzekeringsbank (SVB) op de uitkering van [verzoeker] . Op het moment van beslaglegging woonde [verzoeker] nog in Nederland. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Nadat [verzoeker] naar Turkije emigreerde, is de beslagvrije voet op grond van artikel 475e (oud) van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) aangepast naar € 0,00. Hierdoor kwamen er eerst vanaf oktober 2020 gelden ter verdeling binnen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>
        [verzoeker] heeft nadien om aanpassing van de beslagvrije voet gevraagd. De beslagvrije voet is vervolgens uit coulance aangepast, in zoverre dat van de uitkering maandelijks € 200,00 door het beslag getroffen wordt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Verzoek</title>
    <para />
    <para>2. Naar de kantonrechter begrijpt verzoekt [verzoeker] dat de kantonrechter de beslagvrije voet zodanig aanpast dat [verzoeker] weer volledige beschikking heeft over zijn uitkering van de SVB.<?linebreak?></para>
    <para>3. [verzoeker] stelt, kort weergegeven, dat het vonnis uit hoofde waarvan Stichting Waterweg Wonen beslag heeft gelegd, onterecht is. [verzoeker] is nooit opgeroepen om voor de rechtbank te verschijnen. Op het moment dat [verzoeker] op vakantie was, is zijn woning ontruimd en heeft de deurwaarder meubels ter waarde van € 14.500,00 kapot gemaakt, € 3.760,00 aan geld gestolen en sieraden in beslag genomen. Door de beslaglegging kan [verzoeker] in Turkije niet in zijn levensonderhoud voorzien. Op dit moment ontvangt [verzoeker] maandelijks € 550,00 van de SVB. Aan uitgaven is [verzoeker] maandelijks € 280,00 aan huur kwijt, € 16,16 aan gas, € 32,00 aan elektriciteit, € 12,00 aan water en € 25,86 aan ziektekosten. Dat komt in totaal neer op een bedrag van € 366,02. <?linebreak?></para>
  </section>
  <section>
    <title>Verweer</title>
    <para />
    <para>4. Stichting Waterweg Wonen heeft aangevoerd dat [verzoeker] zijn verzoekschrift onvoldoende heeft onderbouwd met financiële bewijsstukken, althans uit de overgelegde bewijsstukken blijkt niet dat [verzoeker] in Turkije niet in zijn levensonderhoud kan voorzien. Met toepassing van de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet bedraagt de beslagvrije voet van [verzoeker] € 292,00 per maand. Op dit moment bedraagt de vaste inhouding € 200,00 per maand en heeft [verzoeker] een beslagvrije voet € 522,93. [verzoeker] zou derhalve slechter af zijn dan in de huidige situatie. Daarom verzoekt Stichting Waterweg Wonen om de beslagvrije voet met ingang van 1 januari 2021 vast te stellen op € 522,93 per maand en om afwijzing van het meer gevorderde, met veroordeling van [verzoeker] in de proceskosten.<?linebreak?></para>
    <para>5. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht komt voor zover van belang bij de beoordeling aan de orde.<?linebreak?></para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para />
    <para>6. De kantonrechter merkt op voorhand op dat een deel van de door [verzoeker] overgelegde bijlagen volledig in de Turkse taal is opgesteld. Zonder vertaling, die ontbreekt, kan geen acht worden geslagen op de inhoud van deze bijlagen. <?linebreak?></para>
    <para>7. Verder wordt op voorhand opgemerkt dat de titel uit krachte waarvan het beslag is gelegd in deze procedure niet opnieuw ter discussie kan worden gesteld. <?linebreak?></para>
    <para>8. Gelet op de datum waarop het verzoekschrift is ingediend, begrijpt de kantonrechter dat [verzoeker] een beroep doet op de hardheidsclausule als bedoeld in artikel 475fa Rv. Voor een geslaagd beroep op de hardheidsclausule moet gaan om uitzonderlijke en noodzakelijke niet (deels) via andere wegen te verlagen extra kosten waarmee de schuldenaar te maken heeft, die de schuldenaar niet op andere wijze vergoed kan krijgen, waardoor hij onder het bestaansminimum komt.<?linebreak?></para>
    <para>9. Op dit moment wordt door Stichting Waterweg Wonen een beslagvrije voet gehanteerd van € 522,93. Dat is een hogere beslagvrije voet dan de beslagvrije voet waarop [verzoeker] minimaal recht zou hebben op grond van de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet, uitgaande van een financiële situatie die onvoldoende in beeld is.<?linebreak?></para>
    <para>10. Geoordeeld wordt dat de maandelijkse uitgaven die [verzoeker] stelt te hebben niet zijn te kwalificeren als uitzonderlijke en noodzakelijke, niet (deels) via andere wegen te verlagen extra kosten waardoor [verzoeker] onder het bestaansminimum komt. De maandelijkse vaste lasten van € 366,02 zijn te financieren met de huidige beslagvrije voet van € 522,93. [verzoeker] heeft onvoldoende controleerbaar aannemelijk gemaakt dat hij met het resterende bedrag van € 156,91 niet kan voorzien in de noodzakelijke kosten van bestaan in Turkije. <?linebreak?></para>
    <para>11. Het verzoek ligt daarom in beginsel voor afwijzing gereed. <?linebreak?></para>
    <para>12. Echter, nu Stichting Waterweg Wonen geen bezwaar heeft gemaakt tegen vaststelling van een beslagvrije voet van € 522,93 met ingang van 1 april 2021, kan het verzoek in zoverre worden toegewezen. <?linebreak?></para>
    <para>13. Gelet op de aard van de procedure ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten te compenseren. Dat betekent dat partijen ieder de eigen kosten dragen.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING<?linebreak?></title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <para>stelt de voor [verzoeker] geldende beslagvrije voet met ingang van 1 april 2021 vast op € 522,93 per maand;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>compenseert de proceskosten en bepaalt dat partijen ieder de eigen kosten dragen;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>wijst het meer of anders verzochte af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. E.D. Bonga-Sigmond, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>