<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2021:4487</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-13T12:44:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-08-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/751594-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:4487">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:4487</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-13T11:17:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2021:4487 Rechtbank Amsterdam , 19-08-2021 / 13/751594-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2021:4487:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>EAB Polen; verweer dat het onderliggende vonnis niet voor tenuitvoerlegging vatbaar is, verworpen; overlevering toegestaan</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2021:4487:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/751594-21</para>
      <para>RK nummer: 21/3190</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 19 augustus 2021 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 7 juni 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 11 mei 2021 door <emphasis role="italic">the Circuit Court in Sieradz – II Criminal Division </emphasis>(Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1984, </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>gedetineerd in de [detentieadres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 5 augustus 2021. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon is, via telehoren, gehoord en is bijgestaan door zijn advocaat, mr. R.P.G. van der Weide, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.</para>
      <para>
        <?linebreak?>Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een <emphasis role="italic">judgment of the District Court in Wieluń dated 20th June 2018, issued in the case with reference II K 241/18 – enforceable (final) from 27.06.2018</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van tien maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat heeft aangevoerd dat – blijkens de verklaring van de opgeëiste persoon – de opgelegde vrijheidsstraf niet (langer) voor tenuitvoerlegging vatbaar is. De opgeëiste persoon heeft verklaard dat hij heeft verzocht om opschorting van de tenuitvoerlegging van zijn vrijheidsstraf. De rechtbank heeft zijn verzoek om opschorting toegewezen. Vervolgens heeft hij voor een tweede maal verzocht om opschorting, waarna de rechtbank zijn vrijheidsstraf heeft omgezet naar een voorwaardelijke vrijheidsstraf. Dat de verklaring van de opgeëiste persoon op dit punt klopt, vindt ondersteuning in het EAB. In het EAB is namelijk, onder het kopje “<emphasis role="italic">Extinguishment of the sentence by limitation</emphasis>”, het volgende te lezen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>“<emphasis role="italic">15.06.2033 - within the range of the custodial sentence imposed - by the ruling of 10th November 2020, case ref. II Ko 2067 /20 the District Court in Wielun suspended the enforcement proceedings concerning the case with reference II K 241/18 of the District Court in Wielun in the scope of execution of the custodial sentence imposed on [opgeëiste persoon]</emphasis>.”</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande, moet er volgens de advocaat nadere vragen worden gesteld aan de Poolse autoriteiten over de opgelegde vrijheidsstraf, dat wil zeggen of deze voor tenuitvoerlegging vatbaar is en op welke grond.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarnaast is het volgens de advocaat onduidelijk waarom de overlevering van de opgeëiste persoon wordt verzocht voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van 10 maanden nu uit het EAB ook blijkt dat voor feit 1 een straf van zes maanden is opgelegd en voor feit 2 een straf van vijf maanden. Ook op dit punt moeten nadere vragen worden gesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt dat de informatie in het EAB geen aanknopingspunten bevat dat de onvoorwaardelijke vrijheidsstraf op enig moment is omgezet in een voorwaardelijke vrijheidsstraf. Dat volgt ook niet uit de door de advocaat aangehaald tekst. Naar het oordeel van de rechtbank is het duidelijk dat een voor tenuitvoerlegging vatbaar vonnis ten grondslag ligt aan het EAB, zoals onderdeel B.1 van het EAB uitdrukkelijk vermeldt. Zoals blijkt uit onderdeel F van het EAB, had de beslissing tot schorsing van de “enforcement proceedings” – die de executieverjaring stuitte – slechts tot doel om de opgeëiste persoon (internationaal) op te sporen nu deze zich niet had gemeld om de vrijheidsstraf te ondergaan, en doet deze beslissing dus in geen enkel opzicht af aan het voor tenuitvoerlegging vatbare karakter van het vonnis. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt verder ten aanzien van de hoogte van de opgelegde vrijheidsstraf het volgende. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat hij de vrijheidsstraffen van respectievelijk zes en vijf maanden is overeengekomen met de Poolse officier van justitie. Daarna is er een procedure bij de rechtbank geweest, waarbij een samengestelde gevangenisstraf van 10 maanden is opgelegd. Gelet op het voorgaande is de rechtbank, met de officier van justitie, van oordeel dat er geen aanleiding is om het onderzoek ter zitting te schorsen voor nadere vragen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid: feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten leveren naar Nederlands recht op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	medeplegen van mishandeling;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">een ander door bedreiging met geweld, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Artikel 11 OLW  </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">The Supreme Court</emphasis> in Ierland heeft bij uitspraak van 23 juli 2021 in de gevoegde zaken <emphasis role="italic">Wojciech Orlowski and Jakub Lyszkiewicz v. Minister for Justice and Equality</emphasis><footnote-ref linkend="_2a993154-3f66-4511-82d0-51a1f79987ef" /> het voornemen geuit om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: Hof van Justitie), naar aanleiding van ontwikkelingen met betrekking tot de Poolse rechtsstaat, die zich hebben voorgedaan na het  arrest van het Hof van Justitie van 25 juli 2018, C‑216/18 PPU, LM, ECLI:EU:C:2018:586, in het bijzonder ontwikkelingen die zich vanaf 24 februari 2020 (de rechtbank begrijpt: 14 februari 2020)<footnote-ref linkend="_5ddd5a27-7753-4b94-ab23-53e8bd389220" /> hebben voorgedaan. Deze vragen hebben – kort gezegd – betrekking op ogenschijnlijke gebreken in de geldigheid van de benoemingsprocedure van rechters in Polen en de gevolgen daarvan voor de toelaatbaarheid van overleveringen aan Polen in algemene zin. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de aanleiding voor de te stellen prejudiciële vragen, is de rechtbank van oordeel dat de antwoorden daarop slechts relevant (kunnen) zijn voor zaken waarin sprake is van een verzoek tot overlevering ten behoeve van de strafvervolging dan wel ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een op of ná 14 februari 2020 opgelegde vrijheidsstraf. In de onderhavige zaak is hiervan geen sprake. De rechtbank zal dan ook niet het onderzoek aanhouden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 47, 284 en 300 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van<emphasis role="bold"> [opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the Circuit Court in Sieradz – II Criminal Division </emphasis>(Polen).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. M. van Mourik,  				                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. E.G.M.M. van Gessel en A. Pahladsingh,                 			rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek,		                         griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 19 augustus 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_2a993154-3f66-4511-82d0-51a1f79987ef" label="1">
    <para>
      <emphasis role="underline">https://courts.ie/acc/alfresco/69dfc107-7a5e-4212-a4a8-e27250205b87/2021_IESC_46.pdf/pdf#view=fitH</emphasis>. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_5ddd5a27-7753-4b94-ab23-53e8bd389220" label="2">
    <para> Te weten: de datum dat de ‘law on the judiciary of 20 December 2019’ in werking is getreden.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>