<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2021:4346</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-03T12:00:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-08-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/13/698779 / HA ZA 21-253</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:4346">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:4346</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-01T13:33:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2021:4346 Rechtbank Amsterdam , 18-08-2021 / C/13/698779 / HA ZA 21-253</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2021:4346:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Mondeling vonnis. Verwijzing naar kantonrechter. Aardzaak (huur). Artikel 71 lid 2 en 3, en artikel 93 onder c Rv.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2021:4346:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="3f9896ad-ac23-4e1f-b512-01ea3e787d7f" depth="2" width="13" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="6dfb267d-68ad-436f-b879-feadb44052b9" depth="2" width="523" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>proces-verbaal</para>
  <section>
    <title>RECHTBANK AMSTERDAM</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/13/698779 / HA ZA 21-253</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Proces-verbaal van mondeling vonnis van 18 augustus 2021</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	T.T.&amp;T. WEERENS BEHEER B.V.</emphasis>,</para>
      <para>	gevestigd te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para>2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	RUYSHENSTIJN B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Amstelveen,</para>
      <para>eiseressen,</para>
      <para>advocaat mr. H.C. Bollekamp te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1<emphasis role="bold">. 	HEN DIE VERBLIJVEN IN DE ONROERENDE ZAAK OF EEN GEDEELTE DAARVAN, PLAATSELIJK BEKEND ALS [gedaagde 1] </emphasis><?linebreak?><emphasis role="bold"> , VAN WIE DE NAMEN NIET BEKEND ZIJN,</emphasis></para>
    <para>	waarvan is verschenen: <emphasis role="bold">[naam]</emphasis>,</para>
    <para>2.<emphasis role="bold">	[gedaagde 2] ,</emphasis></para>
    <para>3.<emphasis role="bold">	[gedaagde 3] ,</emphasis></para>
    <para>4.<emphasis role="bold">	[gedaagde 4] ,</emphasis></para>
    <para>5.<emphasis role="bold">	[gedaagde 5] ,</emphasis></para>
    <para>6.<emphasis role="bold">	[gedaagde 6] ,</emphasis></para>
    <para>7.<emphasis role="bold">	[gedaagde 7] ,</emphasis></para>
    <para>8.<emphasis role="bold">	[gedaagde 8] ,</emphasis></para>
    <para>9.<emphasis role="bold">	[gedaagde 9] ,</emphasis></para>
    <para>10.	<emphasis role="bold">[gedaagde 10]</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>allen wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagden,</para>
      <para>advocaat mr. M.H.J. van Riessen te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna Weerens c.s. en Bewoners [gedaagden] worden genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenwoordig zijn mr. P.J. van Eekeren, rechter, en mr. R. Hafith, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze zaak heeft heden een mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarvan afzonderlijk proces-verbaal wordt opgemaakt. De rechter heeft na de mondelinge behandeling de volgende mondelinge uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">1.	De beoordeling</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Weerens c.s., eigenaren van het pand aan de [gedaagden] te [plaats] bestaande uit vier zelfstandige woningen (hierna: de woningen), vorderen ontruiming van de personen die de woningen bewonen en/of die daarop in de gemeentelijke basisadministratie staan ingeschreven. Het gaat daarbij om tien personen. Bij dagvaarding zijn de gedaagden onder punt 2. tot en met punt 10. gedagvaard en werd onder punt 1. gedagvaard ‘<emphasis role="italic">zij die verblijven in de [gedaagde 1]</emphasis>  . Ter zitting is tussen partijen vastgesteld dat onder punt 1. slechts de heer [naam] moet worden verstaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bewoners [gedaagden] voeren, kort samengevat, tot hun verweer aan dat ieder van hen rechtmatig verblijft in (een van) de woningen, omdat op enig moment tussen ieder van hen en de rechtsvoorganger van Weerens c.s. een huurovereenkomst is ontstaan. Ook voeren zij aan dat, omdat zij een beroep doen op het bestaan van een huurovereenkomst, de kantonrechter van deze rechtbank bevoegd is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De rechtbank oordeelt, na het horen van partijen op de vraag of de rechtbank of de kantonrechter bevoegd is kennis te nemen van deze zaak, als volgt. Naar het voorlopig oordeel van de rechtbank in de zin van artikel 71 lid 3 van het Wetboek van Rechtsvordering (Rv) ziet het onderwerp van geschil op de vraag of sprake is van enige huurovereenkomst tussen (de rechtsvoorganger van) Weerens c.s. en Bewoners [gedaagden] . Gezien deze aard van de zaak, is op grond van artikel 93 onder c Rv de kantonrechter bevoegd om deze zaak te behandelen en beslissen, en dus niet een kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank. De rechtbank zal dan ook de zaak in de stand zoals die zich bevindt doorverwijzen naar de kantonrechter van deze rechtbank op de voet van artikel 71 lid 2 Rv.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">2.	De beslissing</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rolzitting van de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank op <emphasis role="bold">vrijdag 3 september 2021</emphasis> om 10:00 uur,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>wijst partijen erop dat zij op de hiervoor vermelde rolzitting niet hoeven te verschijnen, omdat de kantonrechter eerst zal beslissen op welke wijze de procedure zal worden voortgezet, waarna de griffier partijen over deze beslissing zal informeren, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure niet meer vertegenwoordigd hoeven te worden door een advocaat, maar ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen verschijnen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>wijst partijen erop dat het in deze procedure geheven griffierecht ingevolge artikel 8 lid 4 WGBZ zal worden verlaagd en dat het teveel betaalde griffierecht door de griffier zal worden teruggestort.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door rechter en de griffier is vastgesteld en ondertekend. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>