<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2021:4333</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-09T08:31:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-08-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/751771-20</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:4333">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:4333</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-08T16:24:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2021:4333 Rechtbank Amsterdam , 19-08-2021 / 13/751771-20</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2021:4333:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>EAB Italie, verweer detentieomstandigheden verworpen, overlevering toestaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2021:4333:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/751771-20 </para>
      <para>RK nummer: 20/4533 </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 10 augustus 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 17 september 2020 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 13 januari 2020 door de <emphasis role="italic">Court of Florence – Office of the Judge of Preliminary Investigation</emphasis> (Italië) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] (Albanië) op [geboortedag] 1982,</para>
      <para>feitelijke woon- of verblijfplaats:</para>
      <para>
        [adres] ,</para>
      <para>gedetineerd in [detentieplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 19 november 2020. Het verhoor heeft – via telehoren - plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. C.L.E. McGivern. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. O.O van der Lee, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Albanese taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd en heeft vervolgens de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, derde lid, OLW (oud) uitspraak moet doen voor onbepaalde tijd verlengd omdat zij die verlengingen nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. De rechtbank heeft de opgeëiste persoon meegedeeld dat de overleveringsdetentie niet zal worden geschorst, nu de rechtbank van oordeel is dat het vluchtgevaar zeer groot is en niet kan worden ingeperkt met het stellen van voorwaarden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de zaak bij tussenuitspraak van 3 december 2020 voor onbepaalde tijd aangehouden in afwachting van aanvullende informatie van de Italiaanse autoriteit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de behandeling met instemming van partijen in gewijzigde samenstelling hervat op de openbare zitting van 27 juli 2021. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman en door een tolk in de Albanese taal.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Albanese nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een <emphasis role="italic">domestic pretrial detention order</emphasis>, uitgevaardigd door de <emphasis role="italic">Italian Judge for the Preliminary Investigation of Florence</emphasis> van 25 november 2019 (referentienummer: 9065/15 RGNR – 5609 RG).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Italiaans recht strafbaar feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit feit is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Tussenuitspraak 3 december 2020</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de tussenuitspraak van 3 december 2020 is reeds geoordeeld over de genoegzaamheid van het EAB, de strafbaarheid en de weigeringsgrond van artikel 13 OLW. Deze overwegingen worden als hier herhaald en ingelast beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank merkt op dat de Overleveringswet op onderdelen is gewijzigd en dat deze Herimplementatiewet op 1 april 2021 in werking is getreden. Toetsing aan de gewijzigde artikelen leidt niet tot andere oordelen dan die volgen uit voornoemde tussenuitspraak. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Detentieomstandigheden</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overwegingen omtrent de detentieomstandigheden uit de tussenuitspraak van 3 december 2020 dienen als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd. In die tussenuitspraak is de officier van justitie opgedragen om de volgende vragen aan de uitvaardigende autoriteit te stellen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Geldt hetgeen is gesteld in de brieven van 2 en 4 maart 2020 nog steeds en ook in de voorliggende zaak?”.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Mocht deze vraag niet (kunnen) worden beantwoord door de uitvaardigende rechterlijke autoriteit, dan dient de officier van justitie deze vraag te stellen aan de autoriteiten die de brieven hebben geschreven en tevens de uitvaardigende rechterlijke autoriteit de volgende vraag te stellen: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Stemt de uitvaardigende rechterlijke autoriteit in met het antwoord dat de Italiaanse autoriteiten hebben gegeven op de door de rechtbank Amsterdam gestelde vraag?”.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hierna is namens de Directeur Generaal van het Italiaanse Ministerie van Justitie per brief van 23 december 2020 medegedeeld dat de brieven van 2 en 4 maart 2020 ook in het geval van deze opgeëiste persoon nog geldig zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunten ter zitting</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verstrekte informatie onvoldoende is, nu deze niet afkomstig is van de uitvaardigende rechterlijke autoriteit. In de tussenuitspraak is op deze situatie gepreludeerd, maar de in de tussenuitspraak opgenomen vraag is door het OM niet gesteld. Om deze reden moet de overlevering worden geweigerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat de overlevering kan worden toegestaan. Bij uitspraak van 30 maart 2021 (ECLI:NL:RBAMS:2021:1804) heeft de rechtbank geoordeeld dat voldoende vaststaat dat de brieven van 2 en 4 maart 2020 waarin de garanties worden gegeven in elke overleveringszaak geldig zijn. Er is geen reden om aan te nemen dat die garanties niet worden nageleefd of dat er een wijziging zou zijn van de detentieomstandigheden in Italië.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de aanvullende informatie niet afkomstig is van de uitvaardigende justitiële autoriteit en ook niet door die autoriteit is goedgekeurd, dient de door een dergelijke garantie geboden zekerheid aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover de uitvoerende rechterlijke autoriteit beschikt, te worden bepaald.<footnote-ref linkend="_4d4b97df-030a-414d-b1c9-7205e9814ba6" /> Mede gelet op de uitspraak van deze rechtbank van 30 maart 2021 is de rechtbank van oordeel dat de gegeven garantie voldoende zekerheid biedt. De rechtbank is, gelet op bovenstaande garantie van de Italiaanse autoriteiten, van oordeel dat er voor de opgeëiste persoon na overlevering geen reëel gevaar bestaat op een onmenselijke of vernederende behandeling. Het verweer wordt verworpen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan de <emphasis role="italic">Court of Florence – Office of the Judge of Preliminary Investigation</emphasis> (Italië).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. H.P. Kijlstra,				                         			voorzitter,</para>
      <para>mrs. J.P.W. Helmonds en O.P.M. Fruytier,				   		   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. K. Spanjaart,		                        			    griffier,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 10 augustus 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_4d4b97df-030a-414d-b1c9-7205e9814ba6" label="1">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie, 25 juli 2018, zaak ML (C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589), punt 114. Zie ook: Rechtbank Amsterdam 28 mei 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:2843.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>