<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2021:4303</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-20T09:29:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-08-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 21_1434</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:4303">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:4303</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-20T09:28:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2021:4303 Rechtbank Amsterdam , 02-08-2021 / AWB - 21_1434</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2021:4303:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verweerder was niet gehouden tot het betalen van buitengerechtelijke kosten en daarom ook niet gehouden hierover een besluit te nemen. Verzoek is daarom geen aanvraag</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2021:4303:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AWB 21/1434</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , eiser</bridgehead>
    <para>( [gemachtigde eiser] ),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de minister van Veiligheid en Justitie, namens deze, het Centraal Justitieel Incassobureau</emphasis>, verweerder</para>
      <para>( [gemachtigde verweerder] ).</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft op 9 maart 2021 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingestuurd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.</para>
    <para>2. Eiser heeft verweerder op 30 april 2020 verzocht om verschuldigde proceskosten binnen een door eiser vastgestelde termijn aan hem uit te betalen. Hierbij heeft eiser meegedeeld dat bij niet-tijdige betaling buitengerechtelijke kosten in rekening worden gebracht. Met de brief van 15 juni 2020 heeft eiser aan verweerder meegedeeld dat hij buitengerechtelijke kosten in rekening zou brengen. Eiser heeft verweerder hierbij verzocht om de buitengerechtelijke kosten bij afzonderlijk besluit vast te stellen. Met de brief van 20 augustus 2020 heeft eiser verweerder in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissing op zijn verzoek. Met de brieven van 20 oktober en 11 december 2020 heeft eiser verzocht om de verschuldigde dwangsom bij besluit vast te stellen. Op 9 maart 2021 heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing.</para>
    <para />
    <para>3. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld.<footnote-ref linkend="_46a80086-8205-4376-94f5-c82461d23fdf" />Het beroepschrift kan worden ingediend als het bestuursorgaan niet tijdig een besluit heeft genomen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.<footnote-ref linkend="_db1cfe75-99ac-4989-aab2-8aee3a27fcc2" /></para>
    <para>4. Op grond van artikel 1:3 eerste lid van de Awb wordt onder een besluit verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Een publiekrechtelijke rechtshandeling is een rechtshandeling waartoe een bestuursorgaan op grond van zijn publiekrechtelijke taken wettelijk gehouden is. Op grond van het derde lid van deze bepaling wordt onder aanvraag verstaan: een verzoek van een belanghebbende om een besluit te nemen. </para>
    <para>5. Verweerder stelt dat hij de verschuldigde proceskosten op 3 februari 2021 volledig heeft betaald en dat dit bij brief van 17 september 2020 aan eiser is medegedeeld. Daarom bestond er geen aanleiding om de buitengerechtelijke incassokosten te betalen dan wel daar een aparte beslissing over te nemen. Dit standpunt wordt ondersteund uit de door verweerder overgelegde stukken. Eiser heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om op dit standpunt te reageren. </para>
    <para>6. De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat verweerder niet gehouden was tot het betalen van buitengerechtelijke kosten. Verweerder was daarom ook niet gehouden hierover een besluit te nemen. De rechtbank is van oordeel dat het verzoek van eiser om toekenning van buitengerechtelijke kosten daarom niet kan worden aangemerkt als een aanvraag om een besluit te nemen, zoals bedoeld in artikel 1:3 van de Awb.</para>
    <para>7. Nu de ingebrekestelling van eiser niet ziet op een aanvraag om een besluit te nemen, kan tegen het uitblijven van een reactie daarop niet op grond van artikel 6:12 van de Awb wegens niet tijdig beslissen worden ingesteld.</para>
    <para>8. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.</para>
    <para>9. Voor een proceskostenvergoeding is geen aanleiding.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Moussaoui, rechter, in aanwezigheid van mr. N. van der Kroft, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier	</para>
      <para>rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. </para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_46a80086-8205-4376-94f5-c82461d23fdf" label="1">
    <para> Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_db1cfe75-99ac-4989-aab2-8aee3a27fcc2" label="2">
    <para> Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>