<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2021:4254</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-27T16:59:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-08-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 21 _ 932</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:4254">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:4254</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-27T16:59:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2021:4254 Rechtbank Amsterdam , 16-08-2021 / AWB - 21 _ 932</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2021:4254:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Last onder dwangsom. Het procesbelang bij de beoordeling van de rechtmatigheid van een in bezwaar of beroep bestreden besluit wordt niet aangetast doordat eisers onder druk van een belastend besluit aan de last hebben voldaan. Een andere opvatting zou te zeer afbreuk doe naan de effectiviteit van de rechtsmiddelen bezwaar en beroep. Het bezwaar van eiseres is ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Beroep gegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2021:4254:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para>Bestuursrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 21/932 </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 augustus 2021 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eisers] , te Lelystad, eisers</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. D.C. Coppens),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. B. van Zevenhuizen).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met een besluit van 11 juni 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder aan eisers een last onder dwangsom opgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met een besluit van 4 januari 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is behandeld op de zitting van 11 augustus 2021. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt het bestreden besluit;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>	uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 181,- aan eisers te vergoeden;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 1.496,-</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Met het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eisers niet-ontvankelijk verklaard, omdat eisers geen belang hebben bij een beoordeling van het bestreden besluit. Eisers hebben tijdig aan de last voldaan en daarmee is het besluit komen te vervallen.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <para>3. Het standpunt van verweerder dat er geen procesbelang meer is, is onjuist. Eisers hebben namelijk onder druk van de last onder dwangsom voldaan aan een belastend besluit. Een andere opvatting zou te zeer afbreuk doen aan de effectiviteit van de rechtsmiddelen van bezwaar en beroep. Dit is vaste rechtspraak van de Afdeling.<footnote-ref linkend="_1a145cd7-2a71-44bc-a4e6-0520b7ec7daa" /></para>
    <para />
    <para>4. Verweerder heeft nog aangevoerd dat eisers een voorlopige voorziening hadden kunnen aanvragen. Dat is echter niet verplicht en doet ook niet af aan het feit dat eisers onder druk aan de last hebben voldaan. </para>
    <para />
    <para>5. Het beroep is gegrond. Verweerder zal het bezwaar van eisers alsnog inhoudelijk moeten beoordelen. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op om binnen zes weken opnieuw op het bezwaar te beslissen met inachtneming van deze uitspraak.</para>
    <para />
    <para>6. Omdat het beroep gegrond is, moet verweerder de proceskosten en het griffierecht aan eisers vergoeden. De rechtbank stelt de proceskosten vast op € 1.496,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting, met een waarde per punt van € 748,- en een wegingsfactor 1).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. H.B. van Gijn, rechter, in aanwezigheid van<?linebreak?>mr. R. Boerlage, griffier, op 11 augustus 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier	</para>
      <para>						rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling).</para>
      <para>Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de Afdeling worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_1a145cd7-2a71-44bc-a4e6-0520b7ec7daa" label="1">
    <para> Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 30 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1732.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>