<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2021:4237</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-27T16:52:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-08-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AMS 20/6410</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:4237">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:4237</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-27T16:52:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2021:4237 Rechtbank Amsterdam , 16-08-2021 / AMS 20/6410</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2021:4237:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Participatiewet. Verweerder heet de aanvraag van eiser om bijzondere bijstand voor de kosten van Tui Na en accupunctuur terecht afgewezen. Niet is gebleken dat er sprake is van zeer dringende redenen om alsnog bijzondere bijstand toe te kennen. Beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2021:4237:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para>Bestuursrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 20/6410 </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , te Amsterdam, eiseres</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. B.G.M.C. Peters),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, </emphasis>verweerder</para>
      <para>(gemachtigde: C.J. Telting).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [eiseres] en het college genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met een besluit van 13 maart 2020 (het primaire besluit) heeft het college de aanvraag van [eiseres] om bijzondere bijstand voor de kosten van Tui Na en acupunctuur afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met een besluit van 23 oktober 2020 (het bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van [eiseres] ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eiseres] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 juli 2021 via een videoverbinding. Partijen zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Wat aan de procedure voorafging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	[eiseres] heeft op 6 januari 2020 bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van Tui Na en acupunctuur. [eiseres] acht deze kosten noodzakelijk in verband met haar gezondheidssituatie. Het college heeft de aanvraag afgewezen, omdat [eiseres] voor deze kosten een vergoeding kan aanvragen bij haar zorgverzekeraar. Het college heeft ook geen bijzondere bijstand toegekend voor zover de kosten niet vergoed worden door de zorgverzekeraar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] voert aan dat de kosten van de behandelingen waarvoor de bijstand is aangevraagd niet onder een passende en toereikende voorliggende voorziening in de zin van artikel 15, eerste lid, van de Participatiewet vallen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De rechtbank overweegt dat naar vaste rechtspraak de Zorgverzekeringswet in beginsel als een passende en toereikende voorliggende voorziening moet worden beschouwd voor de kosten van (para)medische zorg.<footnote-ref linkend="_68f7481a-8563-4772-98e0-dfcfebc18fd8" /> Ook indien kosten bewust als niet noodzakelijk te vergoeden kosten buiten de voorliggende voorziening zijn gelaten – zoals in het geval van alternatieve geneeskundige behandelingen – staat artikel 15, eerste lid, van de Participatiewet in de weg aan bijstandsverlening. Het college heeft zich dus terecht op het standpunt gesteld dat de aanwezigheid van een passende en toereikende voorliggende voorziening in de weg staat aan bijstandsverlening voor de kosten van Tui Na en acupunctuur.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] voert aan dat er sprake is van zeer dringende redenen in de zin van <?linebreak?>artikel 16, eerste lid, van de Participatiewet om toch bijzondere bijstand toe te kennen. [eiseres] leidt namelijk aan een agressieve vorm van de ziekte van Crohn. De behandelingen met Tui Na en acupunctuur zijn noodzakelijk ter verzachting van de gevolgen van deze ziekte. Ook zijn deze behandelingen noodzakelijk ter bevordering van de voedselverwerking, hetgeen van levensbelang is voor [eiseres] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De rechtbank oordeelt dat van zeer dringende redenen niet gebleken is. Naar vaste rechtspraak is daarvan slechts sprake in het geval van een acute noodsituatie.<footnote-ref linkend="_08f73ecb-ff0e-4faf-98f3-5aff2fa460e7" /> Het moet gaan om een situatie die van levensbedreigende aard is, of die blijvend ernstig psychisch of lichamelijk letsel of invaliditeit tot gevolg kan hebben. [eiseres] heeft weliswaar gesteld dat zij in een acute noodsituatie verkeert en dat de behandelingen tot een verbetering van haar situatie zullen leiden, maar zij heeft dat niet met medische gegevens onderbouwd of anderszins aannemelijk gemaakt. De enkele stelling dat de behandelingen noodzakelijk zijn, is daarvoor namelijk onvoldoende.</para>
      <para />
      <para>4. [eiseres] voert daarnaast aan dat het college ten onrechte heeft nagelaten een belangenafweging te maken. De rechtbank overweegt echter dat in het kader van </para>
      <para>artikel 15, eerste lid, van de Participatiewet geen belangenafweging plaatsvindt. In het kader van artikel 16, eerste lid, van de Participatiewet vindt pas een belangenafweging plaats voor zover sprake is van zeer dringende redenen. Aangezien daarvan niet is gebleken, kon het college niet toekomen aan een belangenafweging. Deze beroepsgrond slaagt niet.</para>
      <para />
      <para>5. Tot slot voert [eiseres] aan dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd is gezien de zeer bijzondere omstandigheden waarin zij verkeert. De rechtbank constateert dat dit een stelling van algemene aard is en dat [eiseres] niet nader heeft onderbouwd wat zij hiermee bedoelt. De rechtbank gaat daarom niet inhoudelijk in op deze beroepsgrond. Ook deze beroepsgrond slaagt niet.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>6. Het college heeft de aanvraag van [eiseres] om bijzondere bijstand terecht afgewezen. De rechtbank zal het beroep ongegrond verklaren. </para>
      <para />
      <para>7. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffiegeld bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. C.F. de Lemos Benvindo, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Camps, griffier<emphasis role="italic">. </emphasis>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier </para>
      <para>rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: <?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. </para>
      <para>Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_68f7481a-8563-4772-98e0-dfcfebc18fd8" label="1">
    <para> Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 22 maart 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BP8635.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_08f73ecb-ff0e-4faf-98f3-5aff2fa460e7" label="2">
    <para> Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 3 mei 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1612.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>