<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2021:4009</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-27T10:39:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AMS 20/5408</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:4009">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:4009</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-27T10:38:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2021:4009 Rechtbank Amsterdam , 12-07-2021 / AMS 20/5408</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2021:4009:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wajong-uitkering. Verweerder heeft het bezwaar niet-ontvankelijk kunnen verklaren. Er is op verzoek niet tijdig een bewijs aangeleverd waaruit blijkt dat de indiener van het bezwaarschrift eiser mocht vertegenwoordigen. Beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2021:4009:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para>Bestuursrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 20/5408</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , te Amsterdam, eiser</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: [naam] ),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, </emphasis>verweerder</para>
      <para>(gemachtigde: J.G. Kramer).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [eiser] en het Uwv genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 4 augustus 2020 heeft het Uwv vastgesteld dat er van januari tot en met juni 2020 voor <?linebreak?>€ 353,00 te veel Wajong<footnote-ref linkend="_d1c88a9d-7516-453c-afe5-bcf7fcc8c90a" />-uitkering is uitbetaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 25 september 2020 heeft het Uwv het bezwaar van [eiser] niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eiser] heeft daartegen beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de zaak op 24 juni 2021 via een videoverbinding behandeld. <?linebreak?>[eiser] is verschenen met zijn zus [naam] als gemachtigde. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het griffierecht</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. [eiser] wil vrijstelling van het griffierecht omdat hij dit niet kan betalen. Hij zegt dat hij geen vermogen heeft en dat zijn inkomen minder dan negentig procent van de bijstandsnorm is. [eiser] heeft gegevens verstrekt maar de rechtbank heeft het verzoek vooralsnog afgewezen. [eiser] heeft het griffierecht voldaan. De rechtbank wijst het beroep op betalingsonmacht daarom af.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Wat er aan de procedure voorafging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. [eiser] ontvangt een Wajong-uitkering en inkomsten uit loondienst. Sinds 28 augustus 2014 staat [eiser] onder curatele. Zijn zus [naam] is één van de curatoren. Zij heeft namens [eiser] het bezwaarschrift ingediend. Het Uwv heeft het niet-ontvankelijk verklaard. Het Uwv had [naam] gevraagd om aan te tonen dat zij haar broer mag vertegenwoordigen. Dat bewijs was niet op tijd ingediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. [eiser] zegt dat bij het Uwv bekend was dat zijn zus als curator gemachtigd was om hem te vertegenwoordigen. [eiser] heeft de curatelebeschikking in het verleden al eens meegenomen naar het Uwv. Toen was het volgens een medewerker van het Uwv niet nodig om de beschikking in te zien, en is er een aantekening in het dossier van [eiser] gemaakt. Het Uwv heeft in de bezwaarprocedure niet aangegeven binnen welke termijn de beschikking ingediend moest worden. Het Uwv zou op 22 september 2020 in de ochtend over de kwestie terugbellen, maar dat is niet gebeurd. </para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank oordeelt toch dat het Uwv het bezwaarschrift niet-ontvankelijk kon verklaren. Het Uwv heeft de bevoegdheid om van een gemachtigde te verlangen dat hij of zij een schriftelijk bewijs overlegt.<footnote-ref linkend="_bca614a8-4ada-40f6-b224-57e94e6fb8e4" /> Anders kan het Uwv niet vaststellen of iemand werkelijk bevoegd is om voor iemand anders bezwaar in te dienen. Toen gevraagd werd naar een bewijs van machtiging, was het bezwaarschrift dus niet compleet en hoefde het Uwv het niet te behandelen. </para>
    <para />
    <para>5. [eiser] wist dat wanneer er geen bewijs zou worden aangeleverd, het bezwaar niet-ontvankelijk kon worden verklaard. Dat stond namelijk in de brieven van 3 september 2020 en van 21 september 2020. [eiser] heeft daarop geen bewijs van de machtiging aangeleverd. Daarom kon het Uwv het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren. </para>
    <para />
    <para>6. Dat [eiser] de curatele in het verleden al eens bekend heeft gemaakt aan het Uwv, maakt dat niet anders. Het Uwv mocht in het kader van de bezwaarprocedure (opnieuw) naar een bewijs van machtiging vragen. Het maken van bezwaar is namelijk iets anders dan alleen maar contact opnemen. Dat er daarnaast verwarring is geweest wanneer zou worden teruggebeld, neemt niet weg dat het duidelijk was binnen welke termijn het bewijs van machtiging moest worden aangeleverd. Ook dat stond namelijk duidelijk vermeld in de brieven van 3 september 2020 en 21 september 2020.</para>
    <para />
    <para>7. [eiser] zegt daarnaast dat de € 353,00 aan Wajong-uitkering ten onrechte moet worden terugbetaald. [eiser] vindt dat het Uwv bij het uitbetalen zelf rekening had moeten houden met wijzigingen in het loon van [eiser] .</para>
    <para />
    <para>8. De rechtbank heeft vastgesteld dat het Uwv het bezwaarschrift terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Daarom hoefde het bezwaar niet inhoudelijk te worden behandeld. Overigens lijkt het erop dat de € 353,00 terecht is teruggevorderd, want achteraf is gebleken dat [eiser] er geen recht op had. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Conclusie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat [eiser] geen gelijk krijgt.</para>
    <para />
    <para>10. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffiegeld bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. F.L. Bolkestein, rechter, in aanwezigheid van <?linebreak?>mr. R. Camps, griffier<emphasis role="italic">. </emphasis>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier </para>
      <para>rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: <?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan daar worden verzocht om een voorlopige voorziening.</para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_d1c88a9d-7516-453c-afe5-bcf7fcc8c90a" label="1">
    <para> Wajong: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bca614a8-4ada-40f6-b224-57e94e6fb8e4" label="2">
    <para> Op grond van artikel 2:1, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>