<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2021:3669</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-07T10:15:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-06-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 20 _ 5695</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:3669">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:3669</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-07T10:15:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2021:3669 Rechtbank Amsterdam , 17-06-2021 / AWB - 20 _ 5695</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2021:3669:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bezwaar is door eiseres te laat ingediend, er is geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2021:3669:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para>Bestuursrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 20/5695 </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">3 juni 2021 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">V [eiseres] , te Amsterdam, eiseres</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. C.M.E. Schreinemacher),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), </emphasis>verweerder</para>
      <para>(gemachtigde: mr. I.L.M. Dunselman).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [eiseres] en het Uwv genoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met een besluit van 21 april 2020 (het primaire besluit) heeft het Uwv de uitkering van [eiseres] op grond van de Ziektewet (ZW) beëindigd per 22 mei 2020. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met een besluit van 25 september 2020 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van [eiseres] niet-ontvankelijk verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eiseres] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden door middel van een videoverbinding op 3 juni 2021 (Skype). Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. [eiseres] ontving een ZW-uitkering. In het kader van de Eerstejaars Ziektewetbeoordeling is [eiseres] medisch onderzocht en is een arbeidskundig onderzoek uitgevoerd. Met het primaire besluit is deze ZW-uitkering beëindigd per 22 mei 2020, omdat [eiseres] meer dan 65% van haar oude loon kan verdienen. </para>
    <para />
    <para>2. [eiseres] heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit heeft het Uwv het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat [eiseres] niet binnen zes weken bezwaar heeft gemaakt. Het Uwv vindt dat [eiseres] eerder hulp had kunnen inroepen voor het schrijven van haar bezwaarschrift. </para>
    <para />
    <para>3. [eiseres] heeft toegelicht dat zij te laat was met het indienen van een bezwaarschrift, omdat zij moeite met de Nederlandse taal heeft. Zij moet daarom altijd iemand om hulp vragen. [eiseres] heeft haar boekhouder gevraagd om een bezwaarschrift voor haar op te stellen. De boekhouder heeft [eiseres] gevraagd om de stukken naar hem te brengen. Omdat [eiseres] op dat moment ziek was heeft ze de stukken niet op tijd naar de boekhouder kunnen brengen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Voor het indienen van een bezwaarschrift geldt op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een termijn van zes weken. Op grond van artikel 6:9 van de Awb is een bezwaarschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen.</para>
    <para />
    <para>5. Op grond van artikel 6:11 van de Awb blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond van een te late indiening achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest (verschoonbare termijnoverschrijding). Bij de beantwoording van de vraag of hiervan sprake is worden strenge regels gehanteerd.</para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank stelt vast dat [eiseres] te laat bezwaar heeft gemaakt. De vraag die voorligt is of de termijnoverschrijding verschoonbaar is. De rechtbank is van oordeel dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is omdat de redenen die [eiseres] hiervoor heeft gegeven onvoldoende zijn. [eiseres] beheerst de Nederlandse taal slecht en heeft daarom hulp gevraagd aan haar boekhouder bij het schrijven van het bezwaarschrift. Dit heeft echter niet geleid tot het tijdig indienen van een bezwaarschrift. Verder heeft de gemachtigde van [eiseres] op de zitting aangegeven dat [eiseres] psychische klachten heeft waardoor zij het bezwaarschrift niet binnen de termijn kon indienen. Uit deze omstandigheden volgt echter niet dat [eiseres] niet in staat was gedurende de gehele bezwaartermijn een bezwaarschrift in te dienen. Door [eiseres] zijn ook geen medische stukken overgelegd ter onderbouwing van de psychische klachten. [eiseres] had bovendien een kort briefje kunnen sturen naar het Uwv dat zij het niet eens was met het besluit (pro forma bezwaarschrift) en deze later kunnen aanvullen. </para>
    <para />
    <para>7. Het Uwv heeft het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. </para>
    <para />
    <para>8. Voor een proceskostenveroordeling of een vergoeding van het door [eiseres] betaalde griffierecht bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. van der Linden-Kaajan, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Vijn, griffier, op 3 juni 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier			</para>
      <para>				rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. </para>
      <para>Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>