<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2021:3497</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T06:36:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8642917  CV EXPL 20-12588</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Prg. 2021/211</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:3497">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:3497</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-07T15:38:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2021:3497 Rechtbank Amsterdam , 09-07-2021 / 8642917  CV EXPL 20-12588</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2021:3497:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verstek. Ambtshalve toetsing. Na akte is komen vast te staan dat is voldaan aan de essentiële informatieverplichtingen, maar de voor de beslissing van belang zijnde feiten zijn in de dagvaarding niet volledig en naar waarheid aangevoerd. Geen salaris.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2021:3497:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="59010408-1c86-435a-95b9-102ef4ffa08a" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="2c9ec12c-783d-49b7-a2c9-636a7411b2c8" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 8642917  CV EXPL 20-12588</para>
      <para>vonnis van:  9 juli 2021</para>
      <para>fno.:  991</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">vonnis van de kantonrechter</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>i n z a k e</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ziggo Services B.V.</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Utrecht</para>
      <para>eisende partij</para>
      <para>gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders (Groningen)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [gedaagde]
    </bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>gedaagde partij</para>
      <para>niet verschenen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Verder verloop van de procedure</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 7 mei 2021 is een tussenvonnis gewezen. Ter uitvoering van dat tussenvonnis heeft eisende partij een akte genomen. Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Gronden van de beslissing</title>
    <para />
    <para>1. In het tussenvonnis heeft de kantonrechter, voor zover hier relevant, het volgende overwogen: <?linebreak?><emphasis role="italic">“3. 	Uit de bij dagvaarding als productie 3 gegeven toelichting volgt volgens eisende partij dat is voldaan aan de verplichtingen genoemd in artikel 6:230m BW en 6:230v BW. Deze productie bestaat uit een uitgebreide toelichting over de wettelijke informatieverplichtingen, met schermafdrukken ter onderbouwing. </emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">4.	In de tweede schermafdruk die als ‘Bijlage I’ is bijgevoegd is onderaan te zien dat de algemene voorwaarden geldend per 1 juli 2018 en geldend per 1 december 2019 kunnen worden aangeklikt. Daaruit leidt de kantonrechter af dat de schermafdrukken dateren van ná 1 december 2019, terwijl de overeenkomst tussen partijen is gesloten op of vlak voor 8 augustus 2016. </emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">5.	Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, kan uit de overgelegde schermafdrukken dan ook niet worden afgeleid dat eisende partij ten tijde van het sluiten van de overeenkomst heeft voldaan aan de wettelijke informatieverplichtingen van artikel 6:230m BW en 6:230v BW. Eisende partij wordt daarom in de gelegenheid hierover bij akte een toelichting te geven.”</emphasis></para>
    <para />
    <para>2. Eisende partij heeft in haar akte gesteld dat haar bestelproces door de jaren heen ongewijzigd is gebleven. Daarom is zij van mening dat zij ten tijde van het sluiten van de onderhavige overeenkomst heeft voldaan aan de wettelijke informatieverplichtingen van artikel 6:230m en 6:230v BW.</para>
    <para />
    <para>3. Gelet op de nadere toelichting van eisende partij wordt vastgesteld dat eisende partij heeft voldaan aan de essentiële precontractuele informatieverplichtingen (daaronder wordt begrepen de informatieverplichtingen genoemd in artikel 6:230m lid 1 onder a, b, e, h, o en p BW). Aan de aanvullende verplichtingen van artikel 6:230v BW heeft eisende partij eveneens voldaan. De essentiële contractuele informatieverplichtingen die voortvloeien uit artikel 6:230v lid 7 BW zijn aan gedaagde partij verstrekt door middel van een persoonlijke bevestigingse-mail, die eisende partij heeft overgelegd.<?linebreak?></para>
    <para>4. Echter, eisende partij heeft de constateringen van de kantonrechter dat de overgelegde schermafdrukken dateren van na 1 december 2019, terwijl de overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen op 8 augustus 2016, niet betwist. Daarmee staat vast dat eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten in de dagvaarding niet volledig en naar waarheid heeft aangevoerd en derhalve in strijd heeft gehandeld met de verplichting van artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De kantonrechter ziet vanwege deze schending aanleiding om geen bedrag aan salaris gemachtigde voor de dagvaarding toe te kennen. <?linebreak?></para>
    <para>5. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de vordering niet gebaseerd is op bedingen uit de algemene voorwaarden die als onredelijk bezwarend zijn te beschouwen.<?linebreak?></para>
    <para>6. De vordering zal met inachtneming van het voorgaande worden toegewezen, met veroordeling van gedaagde partij in de proceskosten.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <para>veroordeelt gedaagde partij tot betaling aan eisende partij van:<?linebreak?>- € 26,34 aan hoofdsom, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 4 juni 2020 tot de dag van de algehele voldoening;<?linebreak?>- € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;<?linebreak?>- € 0,38 aan wettelijke rente berekend tot 4 juni 2020;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>veroordeelt gedaagde partij in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van eisende partij begroot op:<?linebreak?>explootkosten	€	86,85<?linebreak?>griffierecht	€	124,00<?linebreak?>		-----------------<?linebreak?>totaal	€	210,85<?linebreak?>voor zover van toepassing, inclusief btw;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>veroordeelt gedaagde partij in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 18,50 aan salaris gemachtigde, te verhogen met een bedrag van € 68,00 en de explootkosten van betekening van het vonnis, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw, onder de voorwaarde dat gedaagde partij niet binnen veertien dagen na aanschrijving volledig aan dit vonnis heeft voldaan en betekening van het vonnis pas na veertien dagen na aanschrijving heeft plaatsgevonden;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2021 in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>