<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2021:3429</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-03T13:20:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21/2454</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:3429">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:3429</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-31T08:46:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2021:3429 Rechtbank Amsterdam , 05-07-2021 / 21/2454</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2021:3429:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>BNT. Verweerder heeft voor het instellen van het beroep beslist op de aanvraag. Niet voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep tegen een fictieve weigering. Beroep is niet-ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2021:3429:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AWB 21/2454</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , eiser,</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam</emphasis>, verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft met de brief van 30 april 2021, door de rechtbank ontvangen op 3 mei 2021, beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft stukken ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.</para>
    <para>2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld.<footnote-ref linkend="_c0cc01c8-4dc9-4c9c-ac8b-54394706b8d9" />Het beroepschrift kan worden ingediend als het bestuursorgaan niet tijdig een besluit heeft genomen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.<footnote-ref linkend="_067920f6-990a-4e6c-b639-9a6065deb35b" /></para>
    <para>3. Eiser heeft met een brief van 10 maart 2021 en per email op 12 maart 2021 uittreksels verzocht uit de basisregistratie persoonsgegevens voor zichzelf en zijn expartner, zijn twee dochters en zijn zoon. Eiser heeft het uittreksels gevraagd ten behoeve van een gerechtelijke procedure in Tunesië. Hij wil in die procedure aantonen dat hij met genoemde personen altijd op het [adres] in Amsterdam heeft gewoond. Uit het dossier blijkt dat verweerder met een besluit van 7 april 2021 de aanvraag heeft afgewezen wegens ontbrekende machtigingen en kopieën van identiteitsbewijzen. Dit besluit was niet voorzien van een bezwaarclausule. Met de brief van 15 april 2021 heeft eiser verweerder in gebreke gesteld. Met de brief van 20 april 2021 heeft verweerder het besluit, nu voorzien van een bezwaarclausule, opnieuw aan eiser gestuurd. Eiser is op 3 mei 2021 in beroep gegaan wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag.</para>
    <para>4. De rechtbank stelt vast verweerder de aanvraag binnen de wettelijke termijn van vier weken<footnote-ref linkend="_8c97966f-2a59-44cb-931c-873f2ab44587" /> heeft afgewezen. Daarmee heeft verweerder, voordat eiser beroep heeft ingesteld, op de aanvraag beslist. Als eiser het inhoudelijk niet eens is met het besluit van verweerder, staat hem het rechtsmiddel bezwaar ter beschikking, zoals omschreven in de bezwaarclausule van het besluit. </para>
    <para />
    <para>5. Omdat er is beslist op de aanvraag, is niet voldaan aan de wettelijke vereisten voor het instellen van beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Het beroep is dan ook niet ontvankelijk. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet ontvankelijk. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Moussaoui, rechter, in aanwezigheid van mr. N. van der Kroft, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier</para>
      <para>	rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. </para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_c0cc01c8-4dc9-4c9c-ac8b-54394706b8d9" label="1">
    <para> Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_067920f6-990a-4e6c-b639-9a6065deb35b" label="2">
    <para> Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8c97966f-2a59-44cb-931c-873f2ab44587" label="3">
    <para> Op grond van artikel 2:55 e.v. van de Wet basisregistratie personen. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>