<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2021:3124</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-06T08:37:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-06-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/13/703161 / KG ZA 21-478</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:3124">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:3124</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-06T08:36:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2021:3124 Rechtbank Amsterdam , 17-06-2021 / C/13/703161 / KG ZA 21-478</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2021:3124:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>PV mondeling vonnis. Eiser is in vorig kort geding afgesproken betalingsregeling niet nagekomen. gedaagde zet veiling beslagen pand door. vordering opheffing conservatoire beslagen afgewezen. geen misbruik v executierecht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2021:3124:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="506ea810-3dfb-4ed0-b2ac-092fd4170983" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="5f86757d-1e48-42ee-9424-7655cab6cc4b" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>proces-verbaal</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/13/703161 / KG ZA 21-478 EAM/MAH</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Proces-verbaal van mondelinge uitspraak van 17 juni 2021 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>eiser bij dagvaarding van 14 juni 2021,</para>
      <para>advocaat mr. S.K. Tuithof te Haarlem,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Alphen aan den Rijn,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. R.P.L.H. Burger te Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] B.V. worden genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zitting wordt gehouden in het gebouw van deze rechtbank ter behandeling van een vordering in kort geding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenwoordig zijn mr. E.A. Messer, voorzieningenrechter, en mr. M. A.H. Verburgh, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na uitroeping van de zaak verschijnen:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          [naam 1] met mr. Tuithof,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [naam 2] met mr. Burger.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Partijen hebben producties in het geding gebracht en over en weer het woord gevoerd, onder meer aan de hand van de door mr. Tuithof en mr. Burger overgelegde pleitnotities die aan het dossier zijn toegevoegd. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De behandeling van de zaak is gesloten en vervolgens is mondeling uitspraak gedaan. Daarvan is ingevolge artikel 30p lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dit proces-verbaal opgemaakt, dat op 17 juni 2021 aan partijen is verzonden.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>
      <?linebreak?>2.	Waar gaat de zaak over? </title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In het vorige door [eiser] tegen [gedaagde] B.V. bij deze rechtbank aanhangig gemaakte kort geding zijn partijen op de zitting van 6 mei 2021 overeengekomen hun geschil als volgt te regelen:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“- De openstaande vordering van [gedaagde] B.V. inclusief de wettelijke rente tot op heden zal door [eiser] worden betaald door overmaking van de hierna te noemen bedragen naar de bankrekening van [gedaagde] B.V. met nummer [rekeningnummer] ten name van [naam 2] .</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- De betaling vindt als volgt plaats:</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	- het eerste bedrag van € 75.000 wordt uiterlijk betaald 31 mei 2021;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	- het tweede bedrag van € 35.000 wordt uiterlijk betaald 1 juni 2021;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	- vervolgens wordt per de eerste van iedere volgende maand een bedrag van € 25.000 betaald totdat de totale vordering is voldaan.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- De veiling wordt afgezegd door [gedaagde] B.V.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- De tot aan de afzegging gemaakte veilingkosten worden voldaan door [eiser] .</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- Zodra de gehele vordering is voldaan, zullen de gelegde beslagen worden opgeheven.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- Er zullen over en weer geen conservatoire maatregelen worden getroffen. </emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">- Partijen dragen ieder de eigen proceskosten en deze zaak wordt geroyeerd. “</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze regeling is vastgelegd in een in executoriale vorm uitgegeven proces-verbaal. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] B.V. stelt dat [eiser] de regeling niet is nagekomen en heeft op 1 juni 2021 de veiling van pand [pand 1] (de kantoor- en yogaruimte) aangezegd tegen 20 juli 2021.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>In dit nieuwe kort geding vordert [eiser] nu opheffing van het conservatoir beslag op één van de twee beslagen panden (nr [pand 1] of [pand 2] ). Dit op straffe van dwangsommen en met veroordeling van [gedaagde] B.V. in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] B.V. verzoekt de voorzieningenrechter de gevraagde voorzieningen te weigeren en [eiser] te veroordelen in de proceskosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Mondeling vonnis</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De vraag die moet worden beantwoord is of [gedaagde] B.V. misbruik van recht maakt door de beslagen niet op te heffen, maar wel door te gaan met de inmiddels aangezegde veiling van een van de twee beslagen panden (niet zijnde het woonhuis). [eiser] zegt dat dit zo is omdat de panden ieder voor zich zoveel waard zijn (beide panden ruim € 6 miljoen), dat de opbrengst buitensporig is in het licht van de schuld van ruim € 2 ton. Als van slechts één pand het beslag eraf gaat kan er een hypotheek worden gevestigd en kan de schuld worden voldaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Deze redenering spreekt op het eerste gezicht aan, maar doet geen recht aan hetgeen zich tot nu toe tussen partijen heeft afgespeeld. Op de vorige kort gedingzitting hebben partijen een regeling getroffen en daar is afgesproken dat na betaling van het overeengekomen bedrag de beslagen zouden worden opgeheven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Er was toen kennelijk geen behoefte aan het vestigen van hypotheek op één van de panden om het bedrag te kunnen betalen. Door [gedaagde] B.V. is ter zitting in twijfel getrokken of er überhaupt wel geld los zal komen en er ooit betaald gaat worden. Die twijfel is begrijpelijk. Ter zitting is door [eiser] gewezen op een Engelstalig mailberichtje waarbij grote delen zijn weggelakt en waaruit zou moeten volgen dat er een bank is die [eiser] wil financieren door middel van een hypotheek, als de beslagen eraf zijn. Dit mailtje onderbouwt de financieringsmogelijkheden onvoldoende. Het heeft er daarentegen alle schijn van dat [eiser] botweg niet wil betalen en dat er sprake is van een patroon. De situatie is echter zo dat vonnissen en schikkingsovereenkomsten gewoon dienen te worden nagekomen. In dit licht maakt [gedaagde] B.V. geen misbruik van haar bevoegdheid de beslagen, althans één daarvan, niet op te heffen, maar tot uitwinning van een van de panden over te gaan, ook al zal de opbrengst de schuld overtreffen. [gedaagde] B.V. moet een keer haar geld krijgen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>De slotsom is dat de gevraagde voorziening zal worden geweigerd. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>weigert de gevraagde voorzieningen,</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] B.V. tot op heden begroot op:</para>
      <para>- griffierecht		€ 	   667,00</para>
      <para>- salaris advocaat		1.016,00</para>
      <parablock>
        <para>_________________________________</para>
        <para>Totaal			€ 	1.683,00</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzieningenrechter en de griffier op 17 juni 2021 is vastgesteld en ondertekend.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Type: MAH</para>
        <para>Coll: </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>