<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2021:3112</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-18T14:10:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-06-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13.051762.21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:3112">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:3112</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-18T14:05:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2021:3112 Rechtbank Amsterdam , 11-06-2021 / 13.051762.21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2021:3112:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het voorhanden hebben van cocaïne, voorbereidingshandelingen Opiumwet en mishandeling levensgezel. Hoewel geen liefdesrelatie meer, toch levensgezel. 240 uren taakstraf en 9 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf. Beslag.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2021:3112:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="18e00c3e-0770-472a-ba4b-2f354c40727a" depth="16" width="550" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Publiekrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Teams Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13.051762.21 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 11 juni 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] ( [land van herkomst] ) op [geboortedag] 1982,</para>
      <para>wonende op het adres [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 28 mei 2021. Verdachte en zijn raadsman, mr. W.B.O. van Soest, advocaat te Rotterdam, waren daarbij aanwezig. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. C.M. Casteleijns en van wat verdachte en zijn raadsman naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte wordt beschuldigd van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>De productie van cocaïne en het aanwezig hebben van 0,99 kilogram cocaïne in de periode van 1 september 2020 tot en met 23 februari 2021, te Amsterdam;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Het voorbereiden van een Opiumwet misdrijf (met betrekking tot cocaïne) op 23 februari 2021, te Amsterdam;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Mishandeling van zijn levensgezel [slachtoffer] , op 21 februari 2021, te Amsterdam. </para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volledige tekst van de tenlastelegging staat in bijlage I bij dit vonnis.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie vindt dat alle tenlastegelegde feiten kunnen worden bewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft ten aanzien van feiten 1 en 2 naar voren gebracht dat verdachte de feiten heeft bekend. Verdachte heeft ontkend dat hij [slachtoffer] heeft mishandeld (feit 3). De foto’s in het dossier geven weinig informatie over het letsel van [slachtoffer] maar lijken te bevestigen dat er geen (heftig) geweld is toegepast. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht zowel de Opiumwet misdrijven (feiten 1 en 2) als de mishandeling (feit 3) bewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het onder feit 1 en feit 2 tenlastegelegde heeft begaan op de in bijlage II opgegeven bewijsmiddelen. De rechtbank stelt vast dat ten aanzien van deze feiten sprake is van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, nu de verklaring van verdachte alle onderdelen van de bewezenverklaring van deze feiten betreft. Verdachte heeft deze feiten tijdens de raadkamer gevangenhouding van 8 maart 2021 en op de zitting van 28 mei 2021 bekend. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de woning van verdachte zijn veel drugsgerelateerde materialen aangetroffen. De politie stuitte onder meer op jerrycans met aceton, alcohol en ammoniak, versnijdingsmiddelen en een ton met een sterk chemisch ruikende pasta die cocaïne bevatte. Verder zijn op de telefoon van verdachte foto’s van wit poeder en van ingrediënten die nodig zijn voor de productie van cocaïne gevonden. Er is ook een handgeschreven briefje over het versnijden van cocaïne op de telefoon aangetroffen. Deze afbeeldingen zijn gecreëerd tussen september 2020 en februari 2021. Op de telefoon stonden ook WhatsAppgesprekken over het verwerken van cocaïne (bijvoorbeeld het gesprek met ‘ [naam] ’ op 8 november 2020). Er zijn dus duidelijk aanwijzingen dat verdachte zich al langer bezighield met het bewerken en verwerken van drugs. De rechtbank kan echter niet vaststellen wanneer verdachte precies is begonnen met de productie van de drugs. Verdachte heeft vragen daarover niet willen beantwoorden. Wel kan de rechtbank vaststellen dat verdachte zich in ieder geval op 23 februari 2021 heeft schuldig gemaakt aan het onder feit 1 tenlastegelegde. Op die dag is ook (in totaal) 0,99 kilogram cocaïne in de woning aangetroffen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van feit 2 stelt de rechtbank vast dat op 23 februari 2021 een operationeel cocaïne-lab is aangetroffen in de woning van verdachte. Gelet op de inrichting van dit cocaïne-lab en de hoeveelheden versnijdingsmiddelen, oplosmiddelen en chemicaliën was het cocaïne-lab duidelijk ingericht om meer cocaïne te verwerken en bewerken dan de aangetroffen 0,99 kilogram. Daarmee heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen in de zin van de Opiumwet.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van feit 3 gaat de rechtbank uit van de verklaring van [slachtoffer] , zoals afgelegd ten overstaan van de verbalisanten ter plaatse. Zij heeft toen de verbalisanten arriveerden verklaard dat zij na een ruzie uit de auto stapte. Verdachte pakte haar vast en duwde haar terug de auto in. Toen trapte hij haar meermalen tegen haar stuitje en bil, aldus [slachtoffer] . Deze verklaring wordt ondersteund door meerdere getuigenverklaringen. Een man en vrouw hebben aan de politie verklaard dat zij daadwerkelijk hadden gezien dat een man de vrouw, waar verbalisanten mee stonden te praten, uit de auto heeft getrokken en meerdere malen keihard heeft geslagen. Ook getuige [getuige] heeft verklaard dat een Marokkaanse man een vrouw uit de auto trok, bij haar armen pakte en duwde en dat hij, nadat zij ten val kwam, haar tegen het onderlichaam en benen heeft geschopt. Daarnaast heeft de dochter van verdachte en [slachtoffer] , die in de auto aanwezig was, verklaard: <emphasis role="italic">“Papa ging mama slaan. Mama lag op de grond.” </emphasis>Tot slot hebben de verbalisanten bij [slachtoffer] op haar linkerwang ter hoogte van haar neus een kras waargenomen, waarvan [slachtoffer] heeft verklaard dat zij die eerder nog niet had en waarvan een foto in het dossier is opgenomen. De rechtbank acht daarom bewezen dat verdachte [slachtoffer] heeft mishandeld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank merkt [slachtoffer] aan als de ‘levensgezel’ van verdachte. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad (zie bijvoorbeeld ECLI:NL:HR:2019:246) zijn bij de beoordeling of sprake is van een ‘levensgezel’ de volgende aspecten van belang:</para>
      </parablock>
      <para>- of sprake is van een gemeenschappelijke huishouding</para>
      <para>- de duur van de gemeenschappelijke huishouding</para>
      <para>- of er een relatie van affectieve aard is, en met name</para>
      <para>- of betrokkenen kennelijk uitgaan van een nauwe lotsverbondenheid.</para>
      <para>Doorslaggevend is in het begrip ‘levensgezel’ de nauwe persoonlijke betrekking van een zekere hechtheid. Het moet gaan om een relatie die qua hechtheid vergelijkbaar is met die tussen echtgenoten of geregistreerde partners. Deze is niet per se met het enkele feit van het samenwonen gegeven en vereist ook niet per se dat betrokkenen met elkaar samenwonen (Kamerstukken II 2002/03, 28 484, nr. 5, p. 5).</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij en [slachtoffer] ten tijde van het feit geen liefdesrelatie hadden en ongeveer een jaar geleden uit elkaar zijn gegaan. Verder verklaart hij dat zij elkaar al meer dan vijftien jaren kennen, hij een hele lange tijd met haar heeft doorgebracht, hij vier kinderen met haar heeft en nog steeds van haar houdt. Hij verklaart dat hij ergens nog hoopt dat het goedkomt, hij 70% van de zorg voor hun kinderen op zich neemt en mede daarom nog regelmatig bij [slachtoffer] slaapt. Ook verklaart hij dat hij samen met [slachtoffer] en de kinderen reizen en uitstapjes maakt. [slachtoffer] heeft verklaard dat zij en verdachte elkaar vijftien jaar kennen, maar niet meer samenwonen en geen relatie meer hebben. Zij spreekt over verdachte als zijnde haar vriend en heeft ook verklaard dat verdachte voor de kinderen zorgt. Kennelijk is er weliswaar geen sprake meer van een liefdesrelatie tussen verdachte en [slachtoffer] , maar gelet op al het voorgaande gaan verdachte en [slachtoffer] nog steeds uit van een nauwe lotsverbondenheid en vormen verdachte en [slachtoffer] feitelijk nog steeds een gezin. Aldus komt de rechtbank tot het oordeel dat [slachtoffer] kan worden aangemerkt als levensgezel van verdachte in de zin van artikel 304 Wetboek van Strafrecht.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht op grond van de in het dossier opgenomen en in bijlage II vermelde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 1:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">op 23 februari 2021 te Amsterdam opzettelijk heeft bewerkt en verwerkt en opzettelijk aanwezig heeft gehad, 0,99 kilogram van een materiaal bevattende cocaïne;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 2:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">op 23 februari 2021 te Amsterdam om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bewerken en verwerken van hoeveelheden cocaïne, voor te bereiden en te bevorderen, opzettelijk </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">- een hoeveelheid van in totaal 0,99 kilogram cocaïne en </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- hoeveelheden versnijdingsmiddelen en </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- hoeveelheden aceton en ammoniak en oplosmiddelen en alcohol en </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- een persframe en een persmal met logo en </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- een droogton en een magnetron,  </emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 3:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">op 21 februari 2021 te Amsterdam zijn levensgezel, [slachtoffer] , heeft mishandeld door haar te slaan en tegen haar stuitje en bil te schoppen en haar in en uit de auto te duwen en te trekken.   </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van de feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>De motivering van de straffen en maatregelen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie vindt dat verdachte moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden met aftrek van voorarrest, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Verdachte is als producent van harddrugs een schakel in de keten van georganiseerde criminaliteit, hetgeen tot veel schade en geweld leidt. Verdachte heeft op de zitting geen enkel inzicht gegeven in de achtergrond van zijn handelen. Er kan niet van worden uitgegaan dat hij niet zal doorgaan met het produceren van drugs. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft bepleit dat voor de bepaling van de straf van belang is dat ten aanzien van feit 3 sprake is van een eenvoudige mishandeling, waarvoor een geldboete het uitgangspunt is. Voor feiten 1 en 2 heeft verdachte verantwoordelijkheid genomen. Het is niet relevant of hij met anderen contact heeft gehad of de cocaïne en de materialen zelf heeft gefaciliteerd, want medeplegen is niet tenlastegelegd. Het recidivegevaar is laag, verdachte heeft werk en hij draagt zorg voor zijn kinderen. Een langere gevangenisstraf doet afbreuk aan de preventieve doelen van het strafrecht en kan juist het recidivegevaar in de hand werken en is dus in geen enkel opzicht opportuun. Verdachte is first offender en werkt graag mee aan een taakstraf. Bovendien schrijven de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) een lagere straf voor dan de door de officier van justitie geëiste straf. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.</para>
        <para>De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het bewerken, verwerken en het aanwezig hebben van cocaïne en het voorbereiden van Opiumwetmisdrijven met betrekking tot cocaïne. Verdachte had een cocaïne-lab in zijn woning, met alle mogelijke gevaren van dien voor zichzelf, anderen en de omgeving. Het produceren en gebruik van drugs gaat veelal gepaard met andere vormen van (ook zware) criminaliteit en heeft schadelijke gevolgen voor de volksgezondheid. Daarnaast heeft verdachte zich ten aanzien van [slachtoffer] schuldig gemaakt aan een vorm van huiselijk geweld. [slachtoffer] was emotioneel na de mishandeling en verklaarde meermaals dat zij erg geschrokken was en bang is voor de volgende confrontatie met verdachte. De ervaring leert dat slachtoffers van huiselijk geweld hiervan nog langdurig psychische problemen kunnen ondervinden. Verdachte heeft inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van [slachtoffer] . Daarbij hebben de kinderen van verdachte en [slachtoffer] moeten zien hoe hun vader hun moeder sloeg. Het is een feit van algemene bekendheid dat het op jonge leeftijd getuige zijn van geweld tussen ouders diepe sporen kan achterlaten in de verdere ontwikkeling van kinderen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Normaliter wordt voor de combinatie van feiten zoals bewezenverklaard een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd, zoals door de officier van justitie is geëist. Er moeten – onder andere vanwege rechtsgelijkheid – goede redenen zijn om van dit uitgangspunt af te wijken, zoals door de verdediging bepleit. Vooropgesteld wordt dat de feiten waaraan verdachte zich heeft schuldig gemaakt zeer ernstig en onacceptabel zijn. Verdachte is echter blijkens zijn strafblad van 19 april 2021 niet eerder voor soortgelijke feiten veroordeeld, heeft een goed sociaal netwerk dat hem opvangt, heeft werk en draagt zorg voor zijn kinderen. Hij is, naar zijn zeggen, erg geschrokken van de 14 dagen dat hij in voorlopige hechtenis heeft gezeten en heeft ingezien wat er voor hem op het spel staat. Dit alles stimuleert hem om niet nogmaals van het rechte pad af te wijken. Bij het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou verdachte zijn werk verliezen en geen zorg voor zijn kinderen kunnen dragen. Het reclasseringsrapport van 27 mei 2021 vermeldt (zij het met enige voorzichtigheid) dat het recidiverisico en het risico op letselschade laag zijn. Het is echter zorgelijk dat aan de feiten kennelijk een financieel motief ten grondslag ligt en dat verdachte geen inzicht heeft gegeven in de redenen waarom en de wijze waarop hij tot deze strafbare feiten is gekomen. Om die reden en omdat de rechtbank afwijkt van het uitgangspunt om een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, is de maximale taakstraf en een flinke voorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats. Verdachte krijgt dus het voordeel van de twijfel, maar moet goed beseffen dat het aan hem is om deze kans met beide handen aan te grijpen en niet weer met justitie in aanraking te komen. Indien verdachte nog eens de fout in gaat, weet de verdachte dat daaraan direct consequenties verbonden kunnen worden door tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf, naast oplegging van een straf voor het nieuwe feit. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alle relevante factoren in ogenschouw nemend zal de rechtbank aan verdachte een onvoorwaardelijke taakstraf opleggen van 240 uren met aftrek van voorarrest en daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf van negen maanden met een proeftijd van twee jaren. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Het beslag</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. 352,95 EUR</para>
    <para>2. 10 STK Sticker </para>
    <para>3. 1 STK Koffer </para>
    <para>4. 36 STK Plakband </para>
    <para>5. 1 STK Tas </para>
    <para>6. 1 STK Gereedschap </para>
    <para>7. 26 STK Plakband </para>
    <para>8. 16 STK Hout </para>
    <para>9. 1 STK Sticker </para>
    <para>10. 1 STK Zak </para>
    <para>11. 2 STK Zak </para>
    <para>12. 16 STK IJzer </para>
    <para>13. 6 STK Mes </para>
    <para>14. 1 STK Handschoen </para>
    <para>15. 1 STK Keukenmachine </para>
    <para>16. 1 STK Schuurpapier </para>
    <para>17. 22 STK Speelgoed </para>
    <para>18. 1 STK Tas </para>
    <para>19. 1 STK Gereedschap </para>
    <para>20. 1 STK Gereedschap </para>
    <para>21. 1 STK Gereedschap </para>
    <para>22. 1 STK Verdovende Middelen </para>
    <para>23. 1 STK Verdovende Middelen </para>
    <para>24. 1 STK Verdovende Middelen </para>
    <para>25. 1 STK Verdovende Middelen </para>
    <para>26. 1 STK Verdovende Middelen </para>
    <para>27. 1 STK Verdovende Middelen </para>
    <para>28. 1 STK Verdovende Middelen </para>
    <para>29. 1 STK Verdovende Middelen </para>
    <para>30. 1 STK Verdovende Middelen</para>
    <para>31. 1 STK Verdovende Middelen </para>
    <para>32. 1 STK Verdovende Middelen </para>
    <para>33. 1 STK Verdovende Middelen </para>
    <para>34. 1 STK Verdovende Middelen </para>
    <para>35. 1 STK Verdovende Middelen </para>
    <para>36. 1 STK Verdovende Middelen </para>
    <para>37. 1 STK Verdovende Middelen </para>
    <para>38. 11 STK Behang </para>
    <para>39. 1 STK Papier </para>
    <para>40. 1 STK Verdovende Middelen </para>
    <para>41. 1 STK Verdovende Middelen </para>
    <para>42. 1 STK Verdovende Middelen </para>
    <para>43. 2 STK Handschoen </para>
    <para>44. 1 STK Handschoen </para>
    <para>45. 1 STK Handschoen </para>
    <para>46. 1 STK Handschoen </para>
    <para>47. 1 STK GSM </para>
    <para>48. 1 STK GSM </para>
    <para>49. 1 STK PersonenautoTP762B</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onder 1 genoemde geldbedrag behoort aan verdachte en moet aan hem worden teruggegeven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorwerpen genoemd onder 2 tot en met 21, 38, 39 en 43 tot en met 47 behoren eveneens toe aan verdachte. Nu met behulp van deze voorwerpen de onder 1 en 2 bewezen geachte feiten zijn begaan, worden deze voorwerpen verbeurd verklaard.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het voorwerp onder 48 moet worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het voorwerp onder 49 moet worden teruggegeven aan de schoonzus van verdachte, [schoonzus van verdachte] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorwerpen genoemd onder de nummers 22 tot en met 37 en 40 tot en met 42 moeten worden onttrokken aan het verkeer, omdat hiermede de onder 1 en 2 bewezen geachte feiten zijn begaan en het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36b, 36c, 57, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht en 2, 10 en 10a van de Opiumwet. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegde dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 1:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B en C van de Opiumwet gegeven verbod</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 2:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen, door voorwerpen, stoffen, voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 3:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">mishandeling, begaan tegen zijn levensgezel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar.</para>
      <para>Verklaart verdachte, <emphasis role="bold">[verdachte]</emphasis>, daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis> van <emphasis role="bold">240 uren</emphasis>, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van <emphasis role="bold">120 dagen</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">negen (9) maanden</emphasis>. Beveelt dat deze gevangenisstraf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt daarbij een proeftijd van <emphasis role="bold">twee (2) jaren </emphasis>vast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verklaart verbeurd</emphasis>: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. 10 STK Sticker </para>
    <para>3. 1 STK Koffer </para>
    <para>4. 36 STK Plakband </para>
    <para>5. 1 STK Tas </para>
    <para>6. 1 STK Gereedschap </para>
    <para>7. 26 STK Plakband </para>
    <para>8. 16 STK Hout </para>
    <para>9. 1 STK Sticker </para>
    <para>10. 1 STK Zak </para>
    <para>11. 2 STK Zak </para>
    <para>12. 16 STK IJzer </para>
    <para>13. 6 STK Mes </para>
    <para>14. 1 STK Handschoen </para>
    <para>15. 1 STK Keukenmachine </para>
    <para>16. 1 STK Schuurpapier </para>
    <para>17. 22 STK Speelgoed </para>
    <para>18. 1 STK Tas </para>
    <para>19. 1 STK Gereedschap </para>
    <para>20. 1 STK Gereedschap </para>
    <para>21. 1 STK Gereedschap </para>
    <para>38. 11 STK Behang </para>
    <para>39. 1 STK Papier </para>
    <para>43. 2 STK Handschoen </para>
    <para>44. 1 STK Handschoen </para>
    <para>45. 1 STK Handschoen </para>
    <para>46. 1 STK Handschoen</para>
    <para>47. 1 STK GSM </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">Beveelt de onttrekking aan het verkeer</emphasis> van:</para>
    <para />
    <para>22. 1 STK Verdovende Middelen </para>
    <para>23. 1 STK Verdovende Middelen </para>
    <para>24. 1 STK Verdovende Middelen </para>
    <para>25. 1 STK Verdovende Middelen </para>
    <para>26. 1 STK Verdovende Middelen </para>
    <para>27. 1 STK Verdovende Middelen </para>
    <para>28. 1 STK Verdovende Middelen </para>
    <para>29. 1 STK Verdovende Middelen </para>
    <para>30. 1 STK Verdovende Middelen</para>
    <para>31. 1 STK Verdovende Middelen </para>
    <para>32. 1 STK Verdovende Middelen </para>
    <para>33. 1 STK Verdovende Middelen </para>
    <para>34. 1 STK Verdovende Middelen </para>
    <para>35. 1 STK Verdovende Middelen </para>
    <para>36. 1 STK Verdovende Middelen </para>
    <para>37. 1 STK Verdovende Middelen </para>
    <para>40. 1 STK Verdovende Middelen </para>
    <para>41. 1 STK Verdovende Middelen </para>
    <para>42. 1 STK Verdovende Middelen </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende</emphasis> van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>48. 1 STK GSM </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Gelast de teruggave aan [schoonzus van verdachte] </emphasis>van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>49. 1 STK [personenauto met kenteken]</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Heft op het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis per heden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. M. Smit, 							 voorzitter,</para>
      <para>mrs. J.M. Jongkind en J. van Zijl, 				    rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. J.G.R. Becker, 			      griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 juni 2021.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [...] </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="italic">
      [...] </bridgehead>
    <bridgehead role="italic">
      [...] </bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="italic">
      [...] </bridgehead>
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">
        [...] </emphasis>
    </para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="italic">
      [...] </bridgehead>
    <para />
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="italic">
      [...] </bridgehead>
    <bridgehead role="italic">
      [...]  </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [...] </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>