<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2021:2490</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-05-28T10:15:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-05-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-05-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/997030-16 (ontneming)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:2490">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:2490</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-05-28T10:01:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-05-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2021:2490 Rechtbank Amsterdam , 14-05-2021 / 13/997030-16 (ontneming)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2021:2490:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordelend vonnis: witwassen van geldbedragen, gemoeid met de inkoop van ananassen en van partijen ananassen. Veroordeelde heeft wederrechtelijk voordeel verkregen uit opnames en betalingen vanaf de bankrekening van zijn bedrijf. Ontneming: € 89.456,03</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2021:2490:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">VONNIS</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/997030-16 (ontneming) (Promis)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 14 mei 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam, op vordering van de officier van justitie als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr), in de zaak, behorende bij de strafzaak met parketnummer 13/997030-16, tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [veroordeelde]
        </emphasis>, hierna te noemen veroordeelde,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedag] 1974 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>ingeschreven Basisregistratie Personen op het adres:</para>
      <para>
        [adres] . </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van de vordering van de officier van justitie, de schriftelijke conclusiewisseling van de verdediging en de officier van justitie en het onderzoek op de terechtzittingen van 11 februari 2021 en 30 april 2021.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van officier van justitie, mr. F. Heus, en van wat veroordeelde en zijn raadsman, mr. M.R. Mantz, naar voren hebben gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vordering en de grondslag daarvan</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft op 24 december 2020 een ontnemingsvordering (hierna: vordering) ingediend bij deze rechtbank en heeft deze vordering ter terechtzitting van 30 april 2021 toegelicht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelde is bij vonnis van deze rechtbank van 29 januari 2019 veroordeeld voor: <emphasis role="italic">“eendaadse samenloop van medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod en medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod”</emphasis> en <emphasis role="italic">“medeplegen van een gewoonte maken van witwassen”.</emphasis> Tegen dit vonnis is hoger beroep ingesteld. Veroordeelde heeft volgens de officier van justitie door middel van deze strafbare feiten € 94.456,03 (het wederrechtelijk verkregen voordeel) verdiend. Dat bedrag  zou veroordeelde aan de staat moeten betalen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is gebaseerd op artikel 36e Sr en beoogt het wederrechtelijk voordeel te ontnemen dat is verkregen uit de feiten waarvoor veroordeelde in de onderliggende strafzaak is veroordeeld.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het wederrechtelijk verkregen voordeel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft verzocht om het gevorderde bedrag van € 94.456,03, zoals berekend in het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel (hierna: het rapport) van 18 januari 2020, toe te wijzen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de raadsman</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft bepleit dat de post “contante opnames” ziet op wederrechtelijk verkregen voordeel dat is verkregen door [naam 1] en [naam 2] en niet door veroordeelde. Ten aanzien van de post “privé factuur” heeft de raadsman aangevoerd dat de kozijnen nooit zijn geleverd, zodat veroordeelde geen profijt heeft gehad. Met betrekking tot de post “leningen” heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat veroordeelde en zijn partner [naam 3] geen gemeenschappelijk huishouden voeren met [naam 4] . Tot slot heeft de raadsman benadrukt dat hij niet begrijpt waarom de post “salarissen” als witwassen wordt aangemerkt. Anderen hebben ook salaris ontvangen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De vordering is gegrond op het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel<footnote-ref linkend="_be13443e-4bdd-441b-8142-9f52d2244007" />  (hierna: het rapport). Het in het rapport berekende wederrechtelijk verkregen voordeel is gebaseerd op het onderliggende zaaksdossier witwassen<footnote-ref linkend="_e2ddf32c-74d9-4cfb-9248-47cd5b027e86" /> en het veroordelend vonnis van de rechtbank Amsterdam van 29 januari 2019<footnote-ref linkend="_6074c668-2fa8-479b-96d2-a108b6f9ffd0" /> (hierna: het veroordelend vonnis). In het veroordelend vonnis is vastgesteld dat veroordeelde zich in de periode van 1 november 2015 tot en met 30 maart 2016 heeft schuldig gemaakt aan het witwassen van geldbedragen, gemoeid met de inkoop van ananassen en van partijen ananassen.<footnote-ref linkend="_3f2a0c28-4df1-44c2-8ae1-3c5bc391a142" /> De handel vond plaats door inkoop (uit Costa Rica) en verkoop van fruit (in Nederland) via het bedrijf van verdachte, [naam B.V.] (hierna: [naam B.V.] ). De opsteller van het rapport heeft haar berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel gebaseerd op de geldbedragen die vanaf de rekening van [naam B.V.] (ten behoeve van veroordeelde) zijn opgenomen door veroordeelde of ten behoeve van hem zijn betaald.<footnote-ref linkend="_bee0b090-59bf-488c-9759-d6f8e8207aa1" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
        </para>
        <para>Nu het rapport is gegrond op de aan de strafzaak ten grondslag liggende wettige bewijsmiddelen, gaat de rechtbank – voor zover de rechtbank hierna niet tot een ander oordeel komt – uit van de juistheid van de berekening. De rechtbank is van oordeel dat de geldbedragen die in de periode van 1 november 2016 tot en met 30 maart 2016 (ten behoeve van) veroordeelde zijn opgenomen of betaald vanaf de rekening van [naam B.V.] moeten worden aangemerkt als wederrechtelijk verkregen voordeel. De omzet van [naam B.V.] kwam immers van de handel in ananassen die waren ingekocht met geld dat een criminele herkomst had. De rechtbank zal per post beoordelen van welke geldbedragen de veroordeelde persoonlijk profijt heeft gehad en welke geldbedragen dus als wederrechtelijk genoten voordeel door de veroordeelde kunnen worden aangemerkt.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Contante opnames </emphasis>
        </para>
        <para>Veroordeelde heeft niet betwist dat hij in de periode van 1 januari 2016 tot 30 maart 2016 contante geldbedragen van in totaal € 62.000,00 heeft opgenomen vanaf de bankrekening van [naam B.V.] . Hiervan is € 1.000,00 weer teruggestort. Ter terechtzitting van 30 april 2021 heeft veroordeelde verklaard dat hij de opgenomen geldbedragen gaf aan [naam 1] en [naam 2] . Nu vast staat dat veroordeelde de bedragen die waren verdiend met de handel in ‘oneerlijk’ ingekochte ananassen heeft opgenomen, merkt de rechtbank dit aan als zijn voordeel. Voor zover veroordeelde dit geld daarna zou hebben gegeven aan anderen, maakt dit het oordeel niet anders, nu de verklaring niet inhoudt dat hij daartoe werd gedwongen. Veroordeelde kon er dus over beschikken en kon beslissen wat hij met de opgenomen geldbedragen zou doen. Daarbij overweegt de rechtbank dat de verklaring van de veroordeelde niet geloofwaardig is, nu hij eerder heeft verklaard dat hij de opgenomen contante geldbedragen had geïnvesteerd in zijn handel in blikjes en auto’s. De verklaring van veroordeelde wisselde ook op zitting nog. Op basis van het voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie dat de door de veroordeelde contant opgenomen geldbedragen van in totaal € 61.000,00 (€ 62.000,00 – € 1.000,00), moeten worden aangemerkt als wederrechtelijk verkregen voordeel. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Privé factuur   </emphasis>
        </para>
        <para>Veroordeelde heeft niet betwist dat hij op 22 maart 2016 vanaf de bankrekening van [naam B.V.] een factuur van € 10.000,00 heeft betaald voor de aankoop van kozijnen voor zijn huurwoning in [plaatsnaam] . Nu veroordeelde geld heeft onttrokken aan de rekening van [naam B.V.] ten behoeve van zijn huurwoning moet deze betaling van € 10.000,00 naar het oordeel van de rechtbank worden aangemerkt als wederrechtelijk verkregen voordeel. Het door de raadsman ingenomen standpunt, dat de kozijnen nooit zijn geleverd, maakt het oordeel van de rechtbank niet anders. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Salarissen</emphasis>
        </para>
        <para>In maart 2016 is vanaf de bankrekening van [naam B.V.] salaris uitgekeerd aan veroordeelde (€ 1.152,01) en aan zijn partner [naam 3] (€ 2.304,02). Nu veroordeelde en zijn partner een gemeenschappelijk huishouden voeren kunnen deze ontvangen salarisuitbetalingen naar het oordeel van de rechtbank worden aangemerkt als wederrechtelijk verkregen voordeel dat neerkomt op: € 1.152,01 + € 2.304,02 = € 3.456,03.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Leningen</emphasis>
        </para>
        <para>Op 22 maart 2016 is € 15.000,00 overgemaakt vanaf de bankrekening van [naam B.V.] naar de bankrekening van veroordeelde. Deze overboeking kan worden aangemerkt  als wederrechtelijk verkregen voordeel dat veroordeelde ten behoeve van zichzelf heeft onttrokken aan [naam B.V.] . De omstandigheid dat veroordeelde diezelfde dag € 10.000,00 heeft overgemaakt naar de bankrekening van zijn schoonzus [naam 4] komt voor zijn eigen rekening, nu veroordeelde zelf heeft kunnen beslissen wat hij met de aan [naam B.V.] onttrokken € 15.000,00 deed. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Daarnaast is op 5 april 2016 € 15.000,00 overgemaakt vanaf de bankrekening van [naam B.V.] naar de bankrekening van [naam 4] . Van dit bedrag is € 10.000,00 teruggestort naar de bankrekening van [naam B.V. 2] , de enig aandeelhouder van [naam B.V.] . Anders dan de officier van justitie en met de raadsman, is de rechtbank van oordeel dat niet is gebleken dat [naam 4] een gemeenschappelijk huishouden voerde met veroordeelde. Zij zou ook regelmatig bij haar moeder verblijven en niet uitsluitend bij veroordeelde en zijn vrouw. De verklaring van veroordeelde, dat hij en zijn partner [naam 3] de huur van de woning in [plaatsnaam] en de huishoudelijke aankopen betaalden, acht de rechtbank aannemelijk. Het dossier biedt ook geen inzage in de situatie, anders dan dat [naam 4] (geheel of gedeeltelijk) bij veroordeelde en zijn vrouw verbleef. Over hoe de kosten werden verdeeld en gedragen blijkt niets. De aan [naam 4] verstrekte “lening” van € 5.000,00 (€ 15.000,00 – € 10.000,00) vanuit [naam B.V.] kan daarom ook niet worden aangemerkt als wederrechtelijk verkregen voordeel ten behoeve van veroordeelde. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusie</emphasis>
        </para>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank heeft veroordeelde wederrechtelijk voordeel verkregen uit opnames en betalingen vanaf de bankrekening van [naam B.V.] . De rechtbank schat het wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde op:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Contante opnames							€ 61.000,00</para>
        <para>Privé factuur								€ 10.000,00</para>
        <para>Salarissen								€   3.456,03</para>
        <para>Leningen								€ 15.000,00</para>
        <para>									--------------- + </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wederrechtelijk verkregen voordeel: </emphasis>
          <emphasis role="bold">€ 89.456,03 </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De verplichting tot betaling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank bepaalt het te ontnemen bedrag op € 89.456,03. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt vast als wederrechtelijk verkregen voordeel een bedrag van € 89.456,03 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt op aan <emphasis role="bold">[veroordeelde] </emphasis>de verplichting tot betaling van <emphasis role="bold">€ 89.456,03 (negenentachtigduizendvierhonderdzesenvijftig euro en drie eurocent) aan de Staat</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste door de officier van justitie kan worden gevorderd op 1.080 (duizendtachtig) dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. R.C.J. Elte-Hamming,								   voorzitter,</para>
      <para>mrs. E.A. Messer en D. Abels, 							       rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. K.P.M. Smeets,			 		        griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 mei 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_be13443e-4bdd-441b-8142-9f52d2244007" label="1">
    <para> Een geschrift, inhoudende een rapport berekening wedererechtelijk verkregen voordeel d.d. 18 januari 2020 met documentcode LERAC15004-627 (onderzoek: “26Willemsbos”/LERAC15004), in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar KLP10315, inspecteur bij de Dienst Landelijke Recherche.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e2ddf32c-74d9-4cfb-9248-47cd5b027e86" label="2">
    <para> Zaaksdossier witwassen [naam B.V.] /De Lijster met proces-verbaal nummer LERAC15004-223 (onderzoek: “26Willemsbos”).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6074c668-2fa8-479b-96d2-a108b6f9ffd0" label="3">
    <para> Vonnis van de rechtbank Amsterdam van 29 januari 2019 (ECLI:NL:RBAMS:2019:566).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3f2a0c28-4df1-44c2-8ae1-3c5bc391a142" label="4">
    <para> Vonnis van de rechtbank Amsterdam van 29 januari 2019 (ECLI:NL:RBAMS:2019:566), r.o. 5.3.2.2.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bee0b090-59bf-488c-9759-d6f8e8207aa1" label="5">
    <para>Een geschrift, inhoudende een rapport berekening wedererechtelijk verkregen voordeel d.d. 18 januari 2020 met documentcode LERAC15004-627 (onderzoek: “26Willemsbos”/LERAC15004), in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar KLP10315, inspecteur bij de Dienst Landelijke Recherche, par. 4.2-4.3.</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>