<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2021:2288</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-05-27T08:53:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-05-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-05-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">RK 21/1949</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:2288">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:2288</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-05-25T14:28:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-05-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2021:2288 Rechtbank Amsterdam , 03-05-2021 / RK 21/1949</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2021:2288:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>klaagschrift ex artikel 164 lid 8 van de Wegenverkeerswet 1994 deels gegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2021:2288:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="b5f0b43e-4987-4421-82d8-2d35d9b8cae3" depth="16" width="554" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beschikking</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Publiekrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Teams Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 96/085843-21</para>
      <para>RK: 21/1949</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking op het klaagschrift ex artikel 164 lid 8 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [klaagster],</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedag] 195 te [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende op het adres [adres]</para>
      <para>,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>klaagster.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>De procesgang</title>
    <para>Het klaagschrift is op 8 april 2021 bij akte ingediend ter griffie van deze rechtbank. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de omstandigheden rondom het coronavirus heeft in onderhavige zaak geen raadkamerzitting plaatsgevonden. Zowel de officier van justitie, mr. P. van Laere, als de raadsman van klaagster, mr. R. Stekelenburg, hebben per e-mail aangegeven dat een behandeling van het klaagschrift zonder zitting kan plaatsvinden en dat volstaan kan worden met een uitwisseling van schriftelijke standpunten per e-mail.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 21 en 26 april 2021 per e-mail de standpunten van de officier van justitie en de raadsman van klaagster ontvangen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De inhoud van het klaagschrift</title>
    <para>Het klaagschrift strekt tot teruggave van het rijbewijs van klaagster dat is ingevorderd en dat de officier van justitie onder zich houdt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft in zijn e-mail – kort samengevat – naar voren gebracht dat uit de bijgevoegde verklaring van de huisarts volgt dat klaagster jaren lijdt aan bronchitis en een verminderde longfunctie niet is uitgesloten. Klaagster gebruikt hier ook medicijnen voor. Dit heeft zij ook op 19 maart 2021 op het politiebureau aangegeven. Het is niet juist dat klaagster destijds niet wilde meewerken. </para>
      <para>Daarnaast heeft de raadsman naar voren gebracht dat dat de moeder van klaagster eind vorige week onverwachts is overleden en dat er hierdoor een grotere noodzaak is om haar rijbewijs terug te krijgen. Klaagster moet nu de mantelzorg van haar vader, die verhuisd is naar [plaats], op zich nemen.</para>
      <para>Verder heeft de raadsman naar voren gebracht dat klaagster niet eerder veroordeeld is.</para>
      <para>Tot slot heeft klaagster in het klaagschrift aangegeven haar rijbewijs dringend nodig te hebben voor haar werk. Zij werkt als psycho-sociaal therapeut en is werkzaam op verschillende plekken in het land.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het standpunt van het Openbaar Ministerie</title>
    <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat klaagster niet heeft meegewerkt aan de ademtest en dat de verbalisanten medische problematiek niet is gebleken. Volgens de officier van justitie gaan de LOVS-oriëntatiepunten en de richtlijnen van het Openbaar Ministerie uit van langdurige ontzegging van de rijbevoegdheid, namelijk 9 maanden, ook bij first offenders. De officier van justitie meent dat met de persoonlijke omstandigheden van klaagster rekening moet worden gehouden. Het klaagschrift dient volgens de officier van justitie daarom gedeeltelijk gegrond worden verklaard en het rijbewijs zou per 19 juli 2021 kunnen worden geretourneerd aan klaagster. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para>Tegen klaagster is op 19 maart 2021 proces-verbaal opgemaakt ter zake van verdenking van overtreding van artikel 163 lid 2 WVW 1994 gepleegd te Amsterdam.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het proces-verbaal houdt onder meer in dat de verbalisanten hebben waargenomen dat klaagster traag, slingerend en meerdere malen in de berm reed. Verder blijkt uit het dossier dat klaagster tegenover de verbalisanten heeft verklaard dat zij vier glazen witte wijn had gedronken en erg geëmotioneerd was omdat haar moeder op sterven lag. Uit het proces-verbaal blijkt tot slot dat de politie heeft geconcludeerd dat klaagster heeft geweigerd haar medewerking te verlenen aan een ademanalyse.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 19 maart 2021 is op grond van het bovenstaande het rijbewijs van klaagster ingevorderd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 29 maart 2021 heeft de officier van justitie beslist dat het rijbewijs voor negen maanden tot uiterlijk 14 december 2021 wordt ingehouden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van 7 april 2021 blijkt dat klaagster niet eerder is veroordeeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het is nog onbekend wanneer de strafzaak tegen klaagster behandeld zal worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht de inhouding van het rijbewijs op grond van artikel 164 lid 4 WVW 1994 rechtmatig, omdat het vermoeden bestaat dat klaagster heeft geweigerd mee te werken aan een ademanalyse en niet is gebleken dat de officier van justitie niet in redelijkheid van deze bevoegdheid gebruik heeft gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt allereerst dat klaagster, gelet op de waarnemingen van de verbalisanten met betrekking tot het rijgedrag van klaagster, staande kon worden gehouden. Verder blijkt uit het proces-verbaal niet dat klaagster ondubbelzinnig een beroep heeft gedaan op bijzondere geneeskundige redenen op grond waarvan een ademonderzoek voor haar onwenselijk of niet uitvoerbaar zou zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op gestelde persoonlijke (privé en werk) omstandigheden, ziet de rechtbank wel dat het rijbewijs van grote waarde is voor klaagster en dat het gevaar voor herhaling vooralsnog voldoende wordt ingeperkt door de wetenschap dat een behandeling van de zaak ter zitting nog zal volgen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt dat gelet op de persoonlijke omstandigheden van klaagster het niet is uitgesloten dat de strafrechter ruimte ziet een inhouding van het rijbewijs voor een kortere duur te compenseren met een (hogere) boete, taakstraf of het opleggen van een gedeeltelijk voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid, zodat klaagster haar rijbewijs terug dient te krijgen met ingang van 19 mei 2021. Dit laat onverlet de mogelijkheid voor de strafrechter om later alsnog een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid op te leggen die de duur van inhouding overtreft. Het beklag zal gegrond verklaard worden, voor zover het rijbewijs van klaagster wordt ingehouden na 19 mei 2021. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank verklaart het beklag <emphasis role="bold underline">gegrond</emphasis>, voor zover de inhouding van het rijbewijs van klaagster voortduurt tot na 19 mei 2021.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank gelast de teruggave van het rijbewijs aan klaagster, met ingang van 19 mei 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven op 3 mei 2021 door</para>
      <para>mr. M.A.E. Somsen, 	rechter,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. C.T. St Rose, 	griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Tegen deze beslissing staat voor klaagster beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien dagen na betekening van deze beschikking.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>