<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2021:2281</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-05-27T12:34:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-05-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-05-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">RK 21/1899</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:2281">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:2281</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-05-27T10:14:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-05-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2021:2281 Rechtbank Amsterdam , 03-05-2021 / RK 21/1899</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2021:2281:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>klaagschrift ex artikel 164 lid 8 van de Wegenverkeerswet 1994 deels gegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2021:2281:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="3d349188-7745-41df-987c-63caf905296d" depth="16" width="553" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beschikking</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Publiekrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Teams Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>RK: 21/1899</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking op het klaagschrift ex artikel 164 lid 8 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [klager] ,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedag] 2000 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende op het adres [adres] , [plaats] , </para>
      <para>woonplaats kiezend op het kantooradres van zijn raadsman, </para>
      <para>mr. F.D.W. Siccama,</para>
      <para>
        [kantooradres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>klager.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>De procesgang</title>
    <para>Het klaagschrift is op 6 april 2021 bij akte ingediend ter griffie van deze rechtbank. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de omstandigheden rondom het coronavirus heeft in onderhavige zaak geen raadkamerzitting plaatsgevonden. Zowel de officier van justitie, mr. P. van Laere, als de raadsman van klager, mr. Siccama, hebben per e-mail aangegeven dat een behandeling van het klaagschrift zonder zitting kan plaatsvinden en dat volstaan kan worden met een uitwisseling van schriftelijke standpunten per e-mail.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 25 en 26 april 2021 per e-mail de standpunten van de officier van justitie en de raadsman van klager ontvangen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De inhoud van het klaagschrift</title>
    <para>Het klaagschrift strekt tot teruggave van het rijbewijs van klager dat is ingevorderd en dat de officier van justitie onder zich houdt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft in het klaagschrift – kort samengevat – naar voren gebracht dat klager zowel privé als voor zijn werk volledig afhankelijk is van zijn rijbewijs. Klager heeft onlangs gesolliciteerd als pakketbezorger. Als klager niet binnen afzienbare tijd over zijn rijbewijs beschikt, zal hij nog niet aan het werk kunnen. Daarnaast zal het dan voor klager ook lastiger worden om een andere baan te vinden. Verder moet klager zijn moeder, die hartpatiënt is, regelmatig naar het ziekenhuis brengen en is hij vaak de enige in het gezin die dat kan doen. Ook doet hij boodschappen voor het gezin. De raadsman heeft tot slot aangegeven dat hij het voorstel van de officier van justitie om het rijbewijs aan klager per 1 juni 2021 te retourneren redelijk vindt. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het standpunt van het Openbaar Ministerie</title>
    <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er door klager op meerdere momenten een gevaarlijke verkeerssituatie is ontstaan. Er zijn volgens de officier van justitie geen ongelukken gebeurd, maar dat lag niet aan het gedrag van klager. De officier van justitie heeft verder aangegeven dat er nog geen zittingsdatum bekend is en dat er aan klager ook niet eerder een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen (OBM) is opgelegd (alleen geldboetes). Voor de persoonlijke omstandigheden ziet de officier van justitie geen overtuigende bewijsstukken. De officier van justitie zou bij een inhoudelijke zitting een OBM van 4 maanden waarvan 2 maanden voorwaardelijk vorderen. Gelet op het voorgaande kan het klaagschrift volgens de officier van justitie daarom gedeeltelijk gegrond worden verklaard en het rijbewijs zou per 1 juni 2021 kunnen worden geretourneerd aan klager.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para>Tegen klager is proces-verbaal opgemaakt ter zake van verdenking van overtreding van artikel 5 WVW 1994, gepleegd te Amsterdam op 1 april 2021.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens het proces-verbaal heeft klager op 1 april 2021 met hoge snelheid binnen de bebouwde kom gereden, een stopteken genegeerd, gereden over de groenstrook, geen richting aangegeven tijdens het afslaan en op de autoweg gereden zonder helm met een blauwe kentekenplaat.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 1 april 2021 is op grond van het bovenstaande het rijbewijs van klager ingevorderd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 12 april 2021 heeft de officier van justitie beslist dat het rijbewijs voor vier maanden tot uiterlijk 30 juli 2021 wordt ingehouden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het uittreksel Justitiële Documentatie van 28 april 2021 blijkt onder meer dat klager eerder is veroordeeld voor overtreding van artikel 5 WVW 1994 en voor een overtreding van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het is nog onbekend wanneer de strafzaak tegen klager behandeld zal worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht de inhouding van het rijbewijs op grond van artikel 164 lid 4 WVW 1994 rechtmatig, nu het vermoeden bestaat dat klager door de overtreding de veiligheid op de weg ernstig in gevaar is gebracht en niet is gebleken dat de officier van justitie niet in redelijkheid van deze bevoegdheid gebruik heeft gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de persoonlijke omstandigheden van klager is niet uitgesloten dat de officier van justitie op de TOM-zitting dan wel de kantonrechter te zijner tijd in de strafzaak ruimte ziet een inhouding van het rijbewijs voor een kortere duur te compenseren met een (hogere) boete, taakstraf of het opleggen van een gedeeltelijk voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid, zodat klager zijn rijbewijs terug dient te krijgen met ingang van 1 juni 2021. Dit laat onverlet de mogelijkheid voor de officier van justitie of kantonrechter om later alsnog een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid op te leggen die de duur van inhouding overtreft. Het beklag zal gegrond verklaard worden, voor zover het rijbewijs van klager wordt ingehouden na 1 juni 2021. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank verklaart het beklag <emphasis role="bold underline">gegrond</emphasis>, voor zover de inhouding van het rijbewijs van klager voortduurt tot na 1 juni 2021.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank gelast de teruggave van het rijbewijs aan klager, met ingang van 1 juni 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven op 3 mei 2021 door</para>
      <para>mr. M.A.E. Somsen,	rechter,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. C.T. St Rose,	griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Tegen deze beslissing staat voor klager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien dagen na betekening van deze beschikking.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>