<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2021:1891</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-05-17T12:48:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-04-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-02-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/752093-20</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_internationaalStrafrecht">Strafrecht; Internationaal strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:1891">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:1891</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-05-17T10:55:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-05-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2021:1891 Rechtbank Amsterdam , 25-02-2021 / 13/752093-20</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2021:1891:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Frans EAB. Beroep op art 6 OLW verworpen. De opgeëiste persoon (OP) heeft niet de Nederlandse nationaliteit en van duurzaam verblijfsrecht is niet gebleken. Detentieomstandigheden staan overlevering niet in de weg, OP wordt niet in Nimes geplaatst.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2021:1891:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/752093-20</para>
      <para>RK nummer: 20/6038</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 25 februari 2021 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 16 december 2020 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 1 december 2020 door <emphasis role="italic">procureur de la République Tribunal de Grande Instance de Pontoise</emphasis> (Frankrijk) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon],</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [1984], </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>gedetineerd in de [detentieplaats],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 11 februari 2021. Het verhoor heeft door middel van een telehoorverbinding plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Westerman. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. E.G.S. Roethof, advocaat te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Franse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een aanhoudingsbevel uitgereikt op 19 november 2020 door de rechter-commissaris bij de rechtbank van Pontoise, referentienummer 18346000305.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Frans recht strafbaar feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 5, te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens de in rubriek c) van het EAB vermelde gegevens is op deze feiten naar Frans recht een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman van de opgeëiste persoon heeft zich op het standpunt gesteld dat de opgeëiste persoon zich kan beroepen op de in dit artikel bedoelde weigeringsgrond. De opgeëiste persoon heeft een Nederlandse verblijfsvergunning<emphasis role="italic">.</emphasis> Hij woont en werkt in Nederland, heeft hier een partner en verblijfsrecht. Overlevering kan daarom slechts plaatsvinden nadat de Franse autoriteiten een terugkeergarantie hebben verstrekt, aldus de raadsman.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft aangevoerd dat een terugkeergarantie alleen aan de orde komt als de opgeëiste persoon kan worden gelijkgesteld met een Nederlander, hetgeen in zijn geval niet zo is. De officier van justitie heeft er namelijk op gewezen dat niet is komen vast te staan dat de opgeëiste persoon een duurzaam verblijf in Nederland heeft opgebouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Vast staat dat de opgeëiste persoon niet beschikt over de Nederlandse nationaliteit. In dat geval is van belang of de opgeëiste persoon kan worden gelijkgesteld met een Nederlander. Van belang daarbij is de vraag of hij als Unieburger een duurzaam verblijf heeft opgebouwd. Dit is het geval wanneer sprake is van een rechtmatig verblijf in Nederland gedurende een periode ten minste vijf jaren, terug te rekenen vanaf de dag waarop de rechtbank uitspraak doet in de overleveringsprocedure. Van zodanig rechtmatig verblijf is de rechtbank niet gebleken, zodat het beroep op deze weigeringsgrond faalt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, OLW </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB heeft betrekking op strafbare feiten die geacht worden geheel of gedeeltelijk op Nederlands grondgebied te zijn gepleegd. <?linebreak?>In die situatie staat artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, OLW de overlevering niet toe.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met een beroep op artikel 13, tweede lid, OLW heeft de officier van justitie gevorderd dat wordt afgezien van deze weigeringsgrond. Uit het oogpunt van een goede rechtsbedeling behoort overlevering volgens haar aan de Franse autoriteiten plaats te vinden.</para>
      <para>De volgende argumenten zijn aangevoerd: <?linebreak?>- het onderzoek naar de feiten is gestart in Frankrijk;</para>
    </parablock>
    <para>- de verdovende middelen zijn in Frankrijk in beslag genomen;</para>
    <para>- het bewijs bevindt zich in Frankrijk;</para>
    <para>- de vervolging van medeverdachten vindt plaats in Frankrijk. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de door de officier van justitie aangevoerde argumenten heeft de officier van justitie naar het oordeel van de rechtbank in redelijkheid tot haar vordering kunnen komen. Daarom moet van bedoelde weigeringsgrond worden afgezien.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Detentieomstandigheden</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman van de opgeëiste persoon heeft aangevoerd dat niet duidelijk is waar de opgeëiste persoon na overlevering aan Frankrijk zal worden gedetineerd. Hij heeft erop gewezen dat deze rechtbank in het verleden de beslissing over overlevering veelvuldig heeft uitgesteld ten behoeve van aanvullende informatie van de Franse autoriteiten betreffende Franse detentiecentra. Een en ander omdat de rechtbank heeft geoordeeld dat in het algemeen een reëel gevaar bestaat dat personen die in bepaalde detentie-instellingen in Frankrijk zijn gedetineerd onmenselijk of vernederend worden behandeld. Dit betrof ook detentiecentra in de omgeving van Parijs waar de opgeëiste persoon volgens de officier van justitie waarschijnlijk zal worden gedetineerd. De raadsman heeft geconcludeerd dat de overlevering dient te worden geweigerd, dan wel de beslissing daarover moet worden uitgesteld in afwachting van nadere informatie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft aangevoerd dat de opgeëiste persoon na overlevering waarschijnlijk zal worden gedetineerd in de omgeving van Parijs. De Franse autoriteiten hebben gegarandeerd dat hij niet in de detentie-instelling in Nîmes zal worden geplaatst. Onder verwijzing naar de uitspraak van deze rechtbank op 5 februari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:421, heeft zij geconcludeerd dat die garantie voldoende is dat de opgeëiste persoon na overlevering niet het gevaar loopt aan een behandeling in strijd met artikel 4 van het Handvest te worden onderworpen . Zij heeft erop gewezen dat met betrekking tot andere Franse detentiecentra geen objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens voorhanden zijn die kunnen duiden op structurele of fundamentele gebreken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Al eerder heeft deze rechtbank geoordeeld dat in Frankrijk alleen nog met betrekking tot de detentie-instelling in Nîmes een reëel gevaar dat personen die daar zijn gedetineerd onmenselijk of vernederend worden behandeld, kan worden aangenomen. Ten aanzien van de overige Franse detentiecentra, ook die in de regio Parijs, zijn op dit moment geen objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens voorhanden  die kunnen duiden op structurele of fundamentele gebreken.</para>
      <para>Nu de Franse autoriteit per e-mail van 1 februari 2021 heeft gegarandeerd dat de opgeëiste persoon na overlevering niet zal worden gedetineerd in Nîmes, staan de detentieomstandigheden niet aan overlevering in de weg.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 2, 5, 7 en 13 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van [opgeëiste persoon] aan <emphasis role="italic">procureur de la République Tribunal de Grande Instance de Pontoise</emphasis> (Frankrijk).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. M. van Mourik,	  				                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. J.P.W. Helmonds en C. Huizing-Bruil,			   		   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van R. Rog,			                         		    griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 25 februari 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De oudste rechter is buiten staat te tekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>