<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2021:1322</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-06T16:37:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-03-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-02-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20/4542</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JERF Actueel 2021/200</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:1322">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:1322</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-04-29T11:06:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-04-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2021:1322 Rechtbank Amsterdam , 18-02-2021 / 20/4542</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2021:1322:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De ouders van eiseres zijn in 2020 overleden. Daarna heeft eiseres verweerder verzocht een tweetal beslissingen uit januari 2020 te herzien. Verweerder heeft dat verzoek met het primaire besluit afgewezen. In het bestreden besluit heeft verweerder zich vervolgens op het standpunt gesteld dat eiseres geen belanghebbende is bij het primaire besluit, omdat de volmacht die eiseres van haar moeder had op het moment van overlijden van haar moeder is geëindigd. Naar het oordeel van de rechtbank is eiseres belanghebbende zoals bedoeld in artikel 1:2 eerste lid, van de Awb. Als erfgenaam heeft zij namelijk een eigen (financieel) belang bij de besluiten. Het beroep is gegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2021:1322:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para>Bestuursrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 20/4542 </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 februari 2021 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , te Amsterdam, eiseres</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. I. Pieterse).<?linebreak?></para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 12 mei 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder het verzoek van eiseres om de besluiten van 15 januari respectievelijk 16 januari 2020 te herzien, afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 5 augustus 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 februari 2021. Eiseres is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt het bestreden besluit;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-  verbaal, een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 48,- aan eiseres te vergoeden. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder eiseres ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard in haar bezwaar. De rechtbank geeft daar de volgende motivering voor.</para>
    <para>2. De beslissingen van 15 januari 2020 en 16 januari 2020 hebben betrekking op de uitkering die de ouders van eiseres ontvingen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). De ouders van eiseres zijn [in maart] 2020 en [in april] 2020 overleden. Daarna heeft eiseres verweerder verzocht de beide beslissingen uit januari 2020 te herzien. Verweerder heeft dat verzoek met het primaire besluit afgewezen. In het bestreden besluit heeft verweerder zich vervolgens op het standpunt gesteld dat eiseres geen belanghebbende is bij het primaire besluit, omdat de volmacht die eiseres van haar moeder had op het moment van overlijden van haar moeder is geëindigd.  </para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank is dit niet met verweerder eens. Door met het primaire besluit de AOW-uitkering van haar ouders niet met terugwerkende kracht te herzien, is eiseres als erfgenaam van haar ouders namelijk in haar eigen vermogenspositie geraakt. Het belang van eiseres is daarom rechtstreeks betrokken bij het primaire besluit. Verweerders standpunt dat het geld bij een herziening niet meer ten goede kan komen aan de AOW-gerechtigden zelf, maakt dit niet anders. Het komt vaker voor dat procedures worden gevoerd door erfgenamen vanwege een financieel belang. Eiseres heeft dus een eigen belang en is belanghebbende zoals bedoeld in artikel 1:2 eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. </para>
    <para />
    <para>4. Dit betekent dat eiseres gelijk krijgt en dat verweerder de bezwaren van eiseres inhoudelijk dient te beoordelen. Verweerder zal dan ook een nieuwe beslissing op bezwaar moeten nemen. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt. De proceskosten die eiseres heeft opgegeven komen niet voor vergoeding in aanmerking. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Georgiades, rechter, in aanwezigheid van <?linebreak?>mr. L.N. Linzey, griffier, op 18 februari 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier							</para>
      <para>rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. </para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>