<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2021:1063</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-03-22T14:55:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-03-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-03-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/295948-20</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:1063">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:1063</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-03-16T15:00:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-03-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2021:1063 Rechtbank Amsterdam , 10-03-2021 / 13/295948-20</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2021:1063:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak voor het medeplegen van het voorhanden hebben van een omgebouwd vuurwapen (Zoraki) met geluiddemper. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte wist van de aanwezigheid van het vuurwapen in de auto.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2021:1063:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">VONNIS</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/295948-20</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 10 maart 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>, </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 2000 te [geboorteplaats],</para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:</para>
      <para>
        [adres].</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 24 februari 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. R. Leuven, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. J. van Weers, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich op 19 november 2020 te Duivendrecht heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van het voorhanden hebben van een vuurwapen, te weten een omgebouwd pistool met geluiddemper. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in bijlage I. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling of verdachte het tenlastegelegde heeft begaan </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat, op grond van het wapenonderzoek, de bevindingen van de verbalisanten en het aangetroffen DNA van de medeverdachte op het vuurwapen, het ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. Hij heeft betoogd dat uit de bevindingen van de verbalisanten kan worden afgeleid dat medeverdachte [medeverdachte] het vuurwapen in zijn handen had, waarna hij het weglegde toen de verbalisanten ter plaatse kwamen. Hieruit blijkt volgens de officier van justitie dat verdachte wist van de aanwezigheid van het vuurwapen omdat het ook voor verdachte in het zicht heeft gelegen. Verder vindt de officier van justitie het niet geloofwaardig dat verdachte twee uur lang met medeverdachte [medeverdachte] – die hij naar eigen zeggen niet kende – in een auto heeft gezeten, maar toen niet heeft gesproken over de aanwezigheid van het vuurwapen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de raadsman</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft bepleit dat verdachte van het ten laste gelegde moet worden vrijgesproken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat het ten laste gelegde niet kan worden bewezen, omdat wettig bewijs ontbreekt. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte wist van de aanwezigheid van het vuurwapen in de auto. De omstandigheid dat de trekker en de geluiddemper van het vuurwapen zichtbaar waren voor verbalisant [verbalisant] maakt niet dat verdachte voordien het wapen ook moet hebben gezien vanaf de bestuurdersstoel. Immers lag het wapen (deels) in/onder een plastic tas en zag deze verbalisant dat de bijrijder – te weten medeverdachte [medeverdachte] – kort daarvoor iets wegstopte bij zijn voeten. Uit het proces-verbaal volgt niet dat medeverdachte [medeverdachte] het vuurwapen in zijn handen heeft gehad en het niet anders kan dan dat verdachte dit moet hebben gezien. Verdachte werd op het moment dat verbalisant [verbalisant] het vuurwapen zag liggen mogelijk pas op de hoogte gebracht van de aanwezigheid van het vuurwapen. Verdachte zal van het ten laste gelegde worden vrijgesproken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Beslag</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen: </para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>1 STK GSM (omschrijving: 5997868, merk: Iphone);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>1 STK GSM (omschrijving: 5997869, merk: Samsung).</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat de iPhone moet worden teruggegeven aan de rechthebbende, namelijk aan verdachte en dat de Samsung moet worden bewaard ten behoeve van de (onbekend gebleven) rechthebbende. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en <emphasis role="bold">spreekt verdachte</emphasis> daarvan <emphasis role="bold">vrij</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Gelast de teruggave aan [verdachte] van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- 1 STK GSM (omschrijving: 5997868, merk: iPhone). </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- 1 STK GSM (omschrijving: 5997869, merk: Samsung).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. J.G. Vegter,								 	    voorzitter,</para>
      <para>mrs. M. Snijders Blok-Nijensteen en C. Huizing-Bruil,				       rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. K.P.M. Smeets,				           	         griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 maart 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [...]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>