<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2020:7626</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-05T16:22:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-10-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8708131  EA VERZ 20-599</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:7626">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:7626</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-05T15:03:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2020:7626 Rechtbank Amsterdam , 28-10-2020 / 8708131  EA VERZ 20-599</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2020:7626:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 21 november 2020 vanwege een verstoorde arbeidsrelatie;</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2020:7626:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="cdebed5e-497a-4077-b2d5-5cc908bdba38" depth="2" width="13" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="5b13293d-1f49-4eca-b16b-8019670b21ce" depth="2" width="523" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>
  </para>
  <section>
    <title>RECHTBANK AMSTERDAM</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 8708131  EA VERZ 20-599</para>
      <para>beschikking van:  28 oktober 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>beschikking van de kantonrechter</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>I n z a k e</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de besloten vennootschap GVB Exploitatie B.V.</title>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Amsterdam</para>
      <para>verzoekster</para>
      <para>nader te noemen: GVB</para>
      <para>gemachtigde: mr. Ch.M. Hettinga</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verweerder]
    </title>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>verweerder</para>
      <para>nader te noemen: [verweerder]</para>
      <para>gemachtigde: mr. D.L. Hendrikx </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>VERLOOP VAN DE PROCEDURE </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>GVB heeft op 13 augustus 2020 een verzoek ingediend dat strekt tot ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst. [verweerder] heeft een verweerschrift ingediend. <?linebreak?></para>
      <para>Het verzoek is mondeling behandeld op 21 oktober 2020. Namens GVB is mevrouw [naam] (Senior HR Business Partner) verschenen, bijgestaan door de gemachtigde. [verweerder] is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. [verweerder] heeft op voorhand nadere producties ingediend. Partijen hebben hun standpunten aan de hand van pleitaantekeningen toegelicht en hebben vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen is besproken. Na een schorsing van de mondelinge behandeling voor minnelijke overleg tussen partijen, is beschikking gevraagd en is een datum voor beschikking bepaald. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>BEOORDELING VAN HET VERZOEK</title>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>
          [verweerder] , geboren op [geboortedatum] , is sinds 20 februari 2009 in dienst van GVB, in de functie van personenvervoerder Bus. Het salaris van [verweerder] bedraagt € 2.936,00 bruto per maand, exclusief vakantietoeslag en overige emolumenten.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>GVB verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:671b lid 1 BW. GVB stelt dat daarvoor een redelijke grond aanwezig is, als bedoeld in artikel 7:669 lid 3, sub g BW, waarbij herplaatsing van [verweerder] binnen een redelijke termijn niet tot de mogelijkheden behoort of in de rede ligt. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>GVB heeft haar verzoek onderbouwd door er op te wijzen dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding, zodanig dat van haar in redelijkheid niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. [verweerder] kan hiervan geen verwijt worden gemaakt. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [verweerder] erkent dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding. Pogingen om dit probleem op te lossen hebben niet het gewenste resultaat opgeleverd. [verweerder] kan daarom niet anders dan zich refereren aan het oordeel van de kantonrechter. Daarbij benadrukt hij dat hem van de verstoorde arbeidsverhouding geen verwijt kan worden gemaakt. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Als eerste heeft de kantonrechter zich ervan vergewist dat het verzoek geen verband houdt met omstandigheden waarop de opzegverboden betrekking hebben. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Naar aanleiding van hetgeen over en weer is aangevoerd, is de kantonrechter van oordeel dat sprake is van een redelijke grond als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 sub g BW en dat herplaatsing van [verweerder] niet in de rede ligt. De arbeidsovereenkomst zal daarom worden ontbonden met ingang van 21 november 2020. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Er is geen sprake van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerder] . </para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <para>8. Er zijn termen aanwezig om de proceskosten te compenseren.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <para>ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 21 november 2020;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>bepaalt dat elk der partijen de eigen proceskosten draagt;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>wijst af het meer of anders verzochte. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. Y.A.M. Yacobs, kantonrechter en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2020 in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="2">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>De griffier</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>                       De kantonrechter</para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>