<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2020:7625</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-05T15:59:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-07-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8318593  EA VERZ 20-103</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:7625">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:7625</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-05T14:44:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2020:7625 Rechtbank Amsterdam , 22-07-2020 / 8318593  EA VERZ 20-103</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2020:7625:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De kantonrechter wijst het verzoek om de werkvoorbereider een billijke vergoeding toe te kennen en om GVB te veroordelen tot betaling aan hem van de gefixeerde schadevergoeding en de transitie¬vergoeding af. Ook veroordeelt de kantonrechter de werkvoorbereider tot betaling aan GVB van 15.128,75 euro aan onderzoekskosten, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de opeisbaarheid tot aan de dag van voldoening. Ook moet hij 1.669,86 euro netto aan GVB uit hoofde van onverschuldigde betaling, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de opeisbaarheid tot aan de dag van voldoening betalen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2020:7625:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="0bf317b5-7dce-44fa-9e0e-bb3186db90d3" depth="2" width="13" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="5427d51a-9ebe-4cc6-8898-17eb01ba5db9" depth="2" width="523" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>
  </para>
  <section>
    <title>RECHTBANK AMSTERDAM</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 8318593  EA VERZ 20-103</para>
      <para>beschikking van:  22 juli 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>beschikking van de kantonrechter</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>I n z a k e</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verzoeker]
    </title>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>verzoeker</para>
      <para>nader te noemen: [verzoeker]</para>
      <para>gemachtigde: mr. J. Wagenmakers (Rechtsagent BV)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de besloten vennootschap GVB Exploitatie B.V.</title>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Amsterdam</para>
      <para>verweerster</para>
      <para>nader te noemen: GVB</para>
      <para>gemachtigde: mr. Ch.M. Hettinga</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>VERLOOP VAN DE PROCEDURE</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verzoeker] heeft op 11 februari 2020 een verzoekschrift met producties ingediend, dat primair strekt tot vernietiging van het hem gegeven ontslag op staande voet en subsidiair tot toekenning van een billijke vergoeding. Het verzoekschrift bevat tevens een aantal nevenverzoeken, waaronder een verzoek ex artikel 223 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) tot doorbetaling van loon voor de duur van de procedure. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>GVB heeft een verweerschrift met producties ingediend, dat tevens een aantal (voorwaardelijke en onvoorwaardelijke) tegenverzoeken bevat. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 6 juli 2020 is de zaak mondeling behandeld. [verzoeker] is verschenen, bijgestaan door de gemachtigde. GVB is verschenen bij de heer [naam 1], teamleider, bijgestaan door de gemachtigde. Ook was de heer [naam 2] van recherchebureau WatchOut aanwezig. Ter zitting hebben partijen vragen van de kantonrechter beantwoord en het woord gevoerd aan de hand van spreekaantekeningen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting heeft [verzoeker] nog aanvullende stukken ingediend. GVB heeft nog een productie overgelegd tijdens de zitting. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking is bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat het volgende vast.</para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>
        [verzoeker], geboren op [geboortedatum] en thans derhalve 44 jaar oud, is sinds 1 april 2015 voor onbepaalde tijd in dienst bij GVB. De laatste functie die [verzoeker] vervulde is die van werkvoorbereider, tot 18 november 2019 bij de afdeling Groot Onderhoud van Railmaterieel en sindsdien bij Railservices. Het salaris van [verzoeker] bedraagt € 3.850,53 bruto per maand. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op de arbeidsovereenkomst van partijen is de CAO GVB van toepassing. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>In de toepasselijke Gedragscode is bepaald dat GVB van haar medewerkers integer gedrag verlangt. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Omdat er regelmatig gereedschap in de werkplaats van de afdeling Groot Onderhoud van Railmaterieel verdween, heeft GVB in de zomer van 2018 recherchebureau Watchout (hierna: Watchout) ingeschakeld. [verzoeker] was hiervan op de hoogte. Het eerste onderzoek van Watchout heeft niet de gewenste informatie opgeleverd. Wel heeft de heer [naam 2] van Watchout (hierna: [naam 2]) op 20 november 2018 een presentatie gegeven aan alle medewerkers over Safety &amp; Security. Daarbij is ook aangekondigd dat GVB verdere stappen zal ondernemen om diefstal tegen te gaan. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Op 25 oktober 2019 is opnieuw een opdracht verstrekt aan Watchout nadat er tien multimeters uit het magazijn waren verdwenen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>Watchout is begonnen met een ‘papieren’ onderzoek naar de vraag wie wat bestelt bij het magazijn en waar dat naartoe gaat. Het onderzoek was toegespitst op multimeters van het merk Fluke en bitsets van het merk Facom. Er zijn lijsten uitgedraaid uit het SAP boekhoudsysteem (hierna: SAP), waaruit bleek dat er bij Groot Onderhoud drie medewerkers - te weten [verzoeker], De Haan en Keijzer - geautoriseerd waren om in SAP bestellingen te plaatsen voor het magazijn. SAP registreert automatisch de naam van de gebruiker en wanneer er besteld is. Daarnaast dient de besteller het artikelnummer in te vullen en de naam van degene voor wie het product bestemd is. Uit de SAP lijsten blijkt dat [verzoeker] veruit de meeste bestellingen deed. In de periode januari tot oktober 2019 zijn in totaal 65 bitsets besteld waarvan 53 door [verzoeker] en 19 multimeters waarvan 16 door [verzoeker]. Omdat er ook monteurs op de lijsten voorkwamen waarvoor [verzoeker] bitsets had besteld die zij niet nodig hadden, heeft Watchout vervolgens in november 2019 elf medewerkers geïnterviewd. Watchout heeft daarbij (open) gevraagd of de betrokken medewerker ooit gereedschap had gesteld, bij wie dat was en of hij dat dan ook had ontvangen. Uit de interviews kwam het beeld naar voren dat [verzoeker] veel meer bitsets heeft besteld dan aangevraagd, soms meerdere voor een persoon, en ook dat deze daar nooit terecht zijn gekomen. Ook heeft Watchout onderzoek gedaan naar op Marktplaats te koop aangeboden gereedschap. Daarbij is aan de hand van het serienummer vastgesteld dat onder de naam [naam marktplaats]. op een adres met een naambordje ‘[naam monteur]’ een kort daarvoor uit de voorraadkast van de afdeling Groot Onderhoud van GVB weggenomen bitset voor € 200,00 te koop is aangeboden via de website Used Products. Watchout heeft de bitset op 5 december 2019 voor € 170,00 teruggekocht. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7.</nr>
      <para>Naar aanleiding van de bevindingen van Watchout zijn zowel [verzoeker] als de heer [naam monteur] (hierna: [naam monteur]), een monteur van GVB die op het GBA-adres van [verzoeker] staat ingeschreven, op 9 december 2019 geschorst met behoud van salaris. Beide heren zijn uitgenodigd voor een gesprek op 12 december 2019 teneinde te worden gehoord door Watchout in het bijzijn van de heer [naam 3], Compliance Officer bij GVB (hierna: [naam 3]).</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.8.</nr>
      <para>Op 12 december 2019 zijn zowel [verzoeker] als [naam monteur] gehoord. [verzoeker] heeft iedere betrokkenheid ontkend. [naam monteur] ontkende aanvankelijk ook, maar heeft vervolgens een aanvullende verklaring afgelegd. Daarin heeft hij verklaard dat [verzoeker] hem op 3 december 2019 in de werkplaats een tas met spullen heeft gegeven om te verkopen, met de opmerking dat hij dan de helft mocht houden. [naam monteur] heeft verklaard dat hij later zag dat het een multimeter van GVB was en dat hij zijn broer heeft gevraagd deze via Marktplaats te verkopen, hetgeen ook is gebeurd. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.9.</nr>
      <para>Watchout heeft van haar bevindingen een onderzoeksrapport opgesteld, met als bijlagen de ondertekende verklaringen van [verzoeker] en [naam monteur]. De aan de geïnterviewde medewerkers gestelde vragen en hun verklaringen zijn in het rapport vermeld. Ook zijn de SAP bestellijsten bij het rapport gevoegd. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.10.</nr>
      <para>Op 13 december 2019 heeft GVB zowel [verzoeker] als [naam monteur] op staande voet ontslagen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.11.</nr>
      <parablock>
        <para>Het ontslag is bij brief van 13 december 2019 aan [verzoeker] bevestigd. In de brief is onder meer het volgende vermeld:<?linebreak?><emphasis role="bold">Aanleiding onderzoek en geconstateerde feiten</emphasis><?linebreak?>In verband met het veelvuldig verdwijnen van gereedschappen bij de afdeling Groot Onderhoud van Railmaterieel van GVB, is besloten dit te laten onderzoeken met behulp van een particulier recherchebureau. U moest uit hoofde van uw functie soms gereedschap bestellen voor de monteurs. Uit het onderzoek is gebleken dat u in de periode januari tot november 2019 53 bitsets van Facom heeft besteld, waarbij u op de bestellijst de namen hebt aangegeven van de monteurs voor wie deze bestemd waren. De onderzoekers hebben 11 monteurs gesproken voor wie u volgens de bestellijsten in voornoemde periode ten minste 18 bitsets hebt besteld. Uit de verklaringen van deze monteurs blijkt dat slechts 3 van deze bitsets door u aan hen zijn uitgereikt. </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">Uw verklaring  </emphasis>
        </para>
        <para>U heeft hier in het gesprek met de onderzoekers op 12 december 2019 geen afdoende verklaring voor kunnen geven (…)<?linebreak?>Een medewerker heeft verklaard van u een tas met spullen van GVB te hebben ontvangen, die aan GVB toebehoort, waarbij u hebt meegedeeld: verkoop dit dan mag je de helft houden. <?linebreak?><emphasis role="bold">Conclusie en motivering van de beslissing</emphasis></para>
        <para>GVB heeft na onderzoek, waarvan het gesprek van heden onderdeel was, vastgesteld dat u regelmatig meer gereedschap heeft besteld dan u gevraagd was te bestellen. U heeft hier geen goede verklaring voor gegeven en ook niet voor het verdwijnen van zeker 15 bitsets. Daarnaast is uit het onderzoek naar voren gekomen dat u in ieder geval een multimeter aan een collega heeft meegegeven met de opdracht deze te verkopen. <?linebreak?>Ik ben tot de conclusie gekomen dat dit een dringende reden oplevert om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen, dat betekent ontslag op staande voet.</para>
        <para>Ik heb besloten tot ontslag op staande voet. Ik zeg uw arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang op. Bij dit besluit heeft GVB uw persoonlijke omstandigheden, waaronder uw leeftijd, en de lengte van het dienstverband, meegewogen.    </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.12.</nr>
      <para>
        [verzoeker] heeft overeenkomstig artikel 15.7 van de GVB CAO heroverweging verzocht van het besluit hem te ontslaan. Na advies van de adviescommissie, bestaande uit een vertegenwoordiger van GVB, een werknemersvertegenwoordiger vanuit de vakbond en een onafhankelijke derde, heeft de Financieel Directeur van GVB, de heer [naam 4] (hierna: [naam 4]), besloten het ontslag conform het advies te handhaven.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.13.</nr>
      <para>
        [verzoeker] heeft bij zijn verzoek een verklaring van [naam monteur], met een kopie van zijn paspoort, overgelegd, waarin hij - samengevat - verklaard dat de beschuldigingen die hij heeft geuit aan het adres van [verzoeker] onwaar zijn, dat hij dit heeft gedaan om de aandacht van zichzelf af te wenden en dat hij er spijt van heeft. In de verklaring is ook vermeld dat deze naar waarheid en geheel vrijwillig en zonder dwang is afgelegd. De verklaring is ondertekend op 21 januari 2020. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.14.</nr>
      <para>Bij e-mail van 26 januari 2020 heeft [naam monteur] [naam 3] geschreven dat hij de onder 1.13 genoemde verklaring niet heeft opgesteld of getekend, dat [verzoeker] daar wel om heeft gevraagd, en dat hij [verzoeker] na een dreigende app wel een kopie van zijn paspoort heeft gestuurd. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Verzoeken [verzoeker]<?linebreak?></title>
    <para>2. Ter zitting heeft [verzoeker] zijn primaire verzoek ingetrokken. Hij verzoekt de kantonrechter thans nog om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:</para>
    <orderedlist numeration="loweralpha">
      <listitem>
        <para>hem op grond van artikel 7:681 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) ten laste van GVB een billijke vergoeding toe te kennen van € 6.000,00 bruto (toevoeging ktr);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>GVB ex artikel 7:677 lid 2 BW (bedoeld zal zijn artikel 7:672 lid 10 BW, ktr) te veroordelen tot betaling van € 3.853,00 bruto aan gefixeerde schadevergoeding;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>GVB te veroordelen tot betaling van € 5.775,00 bruto aan transitievergoeding;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>GVB te veroordelen om deugdelijke specificaties van de betalingen te verstrekken op straffe van verbeurte van een dwangsom;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>GVB te veroordelen de buitengerechtelijke incassokosten te betalen conform de staffel WIK;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>GVB te veroordelen de wettelijke rente te betalen over de onder 2a t/m 2e genoemde bedragen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>GVB te veroordelen in de proceskosten.   </para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para>3. [verzoeker] legt - kort gezegd - aan zijn verzoeken ten grondslag dat er geen dringende reden is voor ontslag op staande voet. Hij stelt daartoe dat hij nooit bewust meer gereedschappen heeft besteld dan aan hem is verzocht. Ook ontkent hij een tas met spullen van GVB aan een collega ter verkoop aan derden te hebben overhandigd. [verzoeker] trekt de verklaringen van de geïnterviewde werknemers in twijfel en wijst erop dat een deugdelijk beheerssysteem ontbreekt voor de uitgifte van gereedschappen, hetgeen hij intern herhaaldelijk heeft aangekaart. De kwaliteit van het onderzoek is niet goed en de gevolgtrekking dat [verzoeker] de ontvreemder is van de missende goederen is veel te simpel. Het lijkt erop dat de interviewers de ondervraagde monteurs naar een conclusie hebben toe gepraat en niet valt uit te sluiten dat de verklaringen door de monteurs zijn afgelegd teneinde zichzelf vrij te pleiten. [naam monteur] heeft inmiddels verklaard dat zijn beschuldigingen jegens [verzoeker] onwaar waren en dat [verzoeker] geen medewerking of medeweten heeft gehad van de hem verweten onregelmatigheden. Ter onderbouwing hiervan heft [verzoeker] een verklaring van [naam monteur] overgelegd. Daarmee is er onvoldoende overtuigend bewijs.</para>
  </section>
  <section>
    <title>Verweer en tegenverzoeken GVB</title>
    <para />
    <para>4. GVB voert - samengevat - met een beroep op het overgelegde onderzoeksrapport van Watchout aan dat er wel een dringende reden is voor ontslag op staande voet. [verzoeker] heeft zichzelf verrijkt door bewust meer gereedschap te bestellen dan nodig was, om dit vervolgens te verduisteren en te (laten) verkopen om de opbrengst, al dan niet gedeeltelijk, zelf te houden. Daar komt bij dat [verzoeker] na het ontslag een valse verklaring heeft overgelegd van [naam monteur]. Dit blijkt uit een e-mail van [naam monteur] aan de Compliance Officer van GVB. </para>
    <para>5. Voor het geval de kantonrechter tot vernietiging van het ontslag op staande voet zou overgaan en derhalve voorwaardelijk, verzoekt GVB de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van primair ernstig verwijtbaar handelen en subsidiair het volledig weggevallen van vertrouwen in [verzoeker].   </para>
    <para>6. Voorts verzoekt GVB de kantonrechter bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot betaling van € 15.128,75 aan onderzoekskosten en van € 1.669,86 netto (toevoeging ktr) aan onverschuldigd salaris over de tweede helft van december 2019, vermeerderd met rente en kosten. </para>
    <para>7. GVB baseert haar verzoek voor wat betreft de onderzoekskosten op artikel 7:661 BW dan wel 3:162 BW (bedoeld zal zijn artikel 6:162 BW, ktr) en heeft ter onderbouwing een factuur van Watchout overgelegd van € 15.128,75. Met betrekking tot de onverschuldigde betaling stelt GVB dat zij abusievelijk het gehele salaris over december 2019 en de dertiende maand aan [verzoeker] heeft uitbetaald.   </para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling </title>
    <bridgehead role="italic">Ter zitting</bridgehead>
    <para>8. Zoals vermeld onder 2, heeft [verzoeker] zijn primaire verzoek tot vernietiging van het hem gegeven ontslag op staande voet ingetrokken. Dat betekent dat ervan uit wordt gegaan dat de arbeidsovereenkomst per 13 december 2019 is geëindigd en dat [verzoeker] nadien geen aanspraak meer heeft op loon. </para>
    <para>9. Aan het incidentele verzoek (ex artikel 223 Rv) van [verzoeker] tot doorbetaling van loon voor de duur van de procedure en aan het voorwaardelijke tegenverzoek van GVB tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt daarmee niet toegekomen. </para>
    <bridgehead role="italic">Billijke vergoeding</bridgehead>
    <parablock>
      <para>10. Het verzoek van [verzoeker] om toekenning van een billijke vergoeding is gegrond op artikel 7:681 lid 1 sub a BW. Voor toewijzing van het verzoek is nodig dat in rechte komt vast te staan dat [verzoeker] niet terecht op staande voet is ontslagen. </para>
      <para>10. Partijen houdt verdeeld of sprake is van een dringende reden. Tussen partijen is op zich niet in geschil dát de gedragingen die [verzoeker] worden verweten als zodanig kwalificeren maar of voldoende is komen vast te staan dat [verzoeker] die gedragingen heeft verricht. Beoordeeld moet worden of dit het geval is. Daarbij zijn de verwijten als opgenomen in de brief van 13 december 2019 (zie 1.11) leidend. De meegedeelde redenen fixeren immers de ontslagreden en bepalen de bewijslast van de werkgever. </para>
      <para>10. De kantonrechter leidt uit de hiervoor genoemde brief de volgende twee redenen af: <?linebreak?>(i) [verzoeker] heeft regelmatig meer gereedschap besteld dan hem was gevraagd en is verantwoordelijk voor het verdwijnen van 15 bitsets, (ii) [verzoeker] heeft in ieder geval een multimeter aan een collega meegegeven met de opdracht die te verkopen. Dit zijn de redenen waarop GVB het ontslag heeft gebaseerd en die moeten door GVB worden bewezen. Alhoewel dit niet expliciet in de brief is vermeld, heeft [verzoeker] de brief naar het oordeel van de kantonrechter niet anders kunnen begrijpen dan dat beide redenen op zich volgens het GVB kwalificeren als dringende reden voor zijn ontslag, zodat ook wanneer (slechts) een van de twee redenen zou komen vast te staan, dit voor haar voldoende reden zou zijn voor een geldig ontslag op staande voet. </para>
      <para>10. Naar het oordeel van de kantonrechter zijn beide (dringende) redenen in deze procedure voldoende komen vast te staan. Dat wordt hierna toegelicht.</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="italic">Reden (i)</bridgehead>
    <parablock>
      <para>14. Dat [verzoeker] meer gereedschap heeft besteld dan gevraagd en verantwoordelijk is voor het verdwijnen van 15 bitsets kan worden opgemaakt uit het onderzoeksrapport van Watchout (zie 1.9, hierna: het rapport). Uit de bij het rapport gevoegde SAP lijsten volgt dat [verzoeker] in de periode januari 2019 tot november 2019 16 multimeters (bijlage 2 bij het rapport) heeft besteld en 53 bitsets (bijlage 4 bij het rapport), en dat dit aanzienlijk meer is dan de twee andere daartoe bevoegde medewerkers hebben besteld. Vervolgens is een elftal op de SAP lijsten door [verzoeker] ingevulde medewerkers geïnterviewd. Hen is gevraagd is of zij het afgelopen jaar een bitset of multimeter hebben besteld, bij wie dat was, of ze die ook hebben ontvangen en waarom ze deze hadden besteld. Uit de verklaringen van deze elf medewerkers blijkt dat in ieder geval vijftien op hun naam bestelde bitsets nooit door hen zijn ontvangen. Aan de hand van de lijsten en de verklaringen valt vast te stellen dat [verzoeker] soms gereedschap heeft besteld op naam van een medewerker die niets had besteld en soms op hetzelfde moment meerdere dezelfde gereedschappen voor een persoon. Concreet blijkt ook uit een bij het rapport gevoegde e-mail (bijlage 1 bij het rapport) dat teamleider [naam 1] (hierna: [naam 1]) op 1 november 2019 aan [verzoeker] opdracht heeft gegeven om zes bitsets te bestellen, terwijl uit de SAP lijst blijkt dat [verzoeker] er diezelfde dag zeven heeft besteld en deze zevende bitset nooit is afgeleverd.  </para>
      <para>14. Naar het oordeel van de kantonrechter levert het bovenstaande voldoende bewijs tegen [verzoeker] op. [verzoeker] heeft aangevoerd dat het rapport van Watchout niet deugt en dat zij naar een conclusie zou hebben toegewerkt, maar dat blijkt nergens uit. Integendeel, uit het rapport valt op te maken dat Watchout voorzichtig en zorgvuldig te werk is gegaan. Evenmin is gebleken dat de geïnterviewde medewerkers hebben geprobeerd hun eigen straatje schoon te vegen of onder druk zouden zijn gezet, zoals [verzoeker] heeft gesuggereerd. De aan hen gestelde vragen staan in het rapport vermeld en dit betreffen open vragen, zonder dat daarbij namen zijn genoemd of verdenkingen zijn gemaakt. Ter zitting heeft de heer [naam 2] van Watchout bovendien onweersproken verklaard dat iedere medewerker aan het eind van het interview heeft verklaard geen enkele druk van het gesprek te hebben ervaren. Dat de verklaringen anoniem zijn, zoals [verzoeker] naar voren heeft gebracht, doet niet af aan de overtuigingskracht van het rapport. Vaststaat dat de SAP lijsten bepalend zijn voor het aantal bestellingen omdat sprake is van een geautomatiseerd systeem. [verzoeker] heeft ter zitting verklaard dat deze ‘de harde werkelijkheid’ laten zien, zodat aan de zelf door hem bijgehouden lijsten voorbij kan worden gegaan. Uit de SAP lijsten, in samenhang bezien met de verklaringen, valt geen andere conclusie te trekken dan dat [verzoeker] verantwoordelijk is voor het verdwijnen van de bitsets. Daar komt bij dat de verklaring van [naam 1] niet anoniem is en ziet op een recente bestelling. [verzoeker] heeft op 1 november 2019 zeven bitsets besteld terwijl hem was gevraagd er zes te bestellen, terwijl de zevende bitset nooit is afgegeven. Dat [verzoeker] zich niet meer precies weet te herinneren hoeveel bitsets [naam 1] hem had gevraagd te bestellen, acht de kantonrechter ongeloofwaardig. Het ging om een grote bestelling om de voorraad aan te vullen, die is geplaatst nadat [naam 1] [verzoeker] daaraan had herinnerd. Daarbij is besproken dat er twee bitsets waren verdwenen en heeft [naam 1] gevraagd er daarom vier plus twee te bestellen. </para>
      <para>14. [verzoeker] heeft aangevoerd dat een ander scenario niet valt uit te sluiten, maar heeft niet concreet toegelicht welk scenario dat zou zijn. Bovendien gaat [verzoeker] eraan voorbij dat hij dan in ieder geval een verklaring had moeten geven voor de bevindingen van Watchout. Hij heeft dit nagelaten en heeft de geconstateerde feiten slechts kaal ontkend. Ook heeft hij geen concreet alternatief scenario geschetst. Ook ter zitting heeft [verzoeker] geen goede verklaring weten te geven, bijvoorbeeld voor het feit dat hij op één datum voor een met naam genoemd persoon meerdere dezelfde gereedschappen heeft besteld. Dat dit zou zijn omdat meerdere namen niet in het in te vullen vak pasten, is onwaarschijnlijk en als dat zo zou zijn had hij - zoals GVB heeft aangevoerd - meerdere vakjes moeten invullen. [verzoeker] heeft daarop niet (voldoende) weten uit te leggen waarom hij dat niet heeft gedaan. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat het met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid [verzoeker] is geweest die de bitsets heeft laten verdwijnen. De kantonrechter betrekt bij haar oordeel dat uit een door GVB overgelegd overzicht blijkt dat het aantal bestelde bitsets en multimeters na het ontslag van [verzoeker] (en [naam monteur]) drastisch is verminderd. </para>
      <para>14. Dat er geen sluitend beheersysteem is bij GVB - zo dit al zou zijn want met SAP was in ieder geval sprake van een geautomatiseerd bestelsysteem - en dat het juist [verzoeker] is geweest die dat meerdere keren bij GVB heeft aangekaart, kan niet tot een ander oordeel leiden. Op initiatief van [verzoeker] is de procedure voor het afhalen van de bestellingen gewijzigd in die zin dat deze niet langer op de balie werden gelegd maar in een kast in het magazijn terecht kwamen. Daar konden deze door de werkvoorbereiders en teammanagers worden opgehaald bij de magazijnmedewerkers, of door [verzoeker] omdat - zo staat als onvoldoende weersproken vast - hij als enige zelf toegang had tot het magazijn en derhalve ook buiten de normale openingstijden in het magazijn terecht kon. Zoals GVB heeft geopperd, kan deze wijziging in procedure ook zeer goed door [verzoeker] zijn geïnitieerd om zijn betrokkenheid bij het verdwijnen van de gereedschappen te maskeren. </para>
      <para>14. De conclusie van het bovenstaande is dat GVB in voldoende mate heeft bewezen dat [verzoeker] de gedragingen die hem als reden (i) zijn verweten heeft verricht. </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="italic">Reden (ii)</bridgehead>
    <parablock>
      <para>19. Met betrekking tot reden (ii) staat vast dat er tussen 2 december 2019 om 12:16 uur en 3 december 2019 om 09:53 uur een multimeter uit de afgesloten kast van Groot Onderhoud is verdwenen, dat diezelfde multimeter op 4 december 2019 via de broer van [naam monteur] op Martkplaats te koop is aangeboden en dat deze op 5 december 2019 door de onderzoekers voor € 170,00 is teruggekocht. Dit blijkt uit door GVB genomen foto’s van de multimeters in de kast (producties 5 bij het verweerschrift), screenshots van de advertenties op Martkplaats (bijlage 7 bij het rapport en productie 6 bij het verweerschrift), de verklaring van de onderzoekers die de bewuste multimeter op 5 december 2019 hebben teruggekocht (pagina 12 van het rapport) en de door [naam monteur] op 12 december 2019 afgelegde vervolgverklaring (productie 7 bij het verweerschrift). </para>
      <para>19. Deze feiten worden door [verzoeker] ook niet ontkend. [verzoeker] betwist alleen dat hij [naam monteur] verzocht heeft de multimeter te verkopen en beroept zich ter onderbouwing van die betwisting op de verklaring van [naam monteur] van 21 januari 2020, waarin hij de beschuldigingen aan het adres van [verzoeker] achteraf heeft ingetrokken (zie 1.13). GVB heeft gemotiveerd betwist dat die verklaring van 21 januari 2020 van [naam monteur] afkomstig is. Niet alleen heeft zij zich daartoe beroepen op de e-mail van 26 januari 2020 van [naam monteur] aan Compliance Officer [naam 3] (zie 1.14), ter zitting heeft zij als aanvullende producties nog een e-mail van 8 januari 2020 overgelegd van [naam monteur] aan [naam 3] en een door [naam monteur] op 8 januari 2020 aan [naam 3] doorgestuurd WhatsAppbericht, afkomstig van [verzoeker]. In de e-mail schrijft [naam monteur] - zakelijk weergegeven - dat hij ondergedoken zit voor [verzoeker] omdat [naam monteur] niet deed wat [verzoeker] zei. Volgens [naam monteur] zou de verkoop van de multimeter door [verzoeker] zijn bedacht om [naam monteur] verdacht te maken en de verdenking van [verzoeker] af te leiden. [naam monteur] schrijft verder dat [verzoeker] hem nu bedreigt en hem onder druk zet bepaalde formulieren te ondertekenen, die door hem en zijn advocaat zijn opgesteld en waarin staat dat alles wat [naam monteur] verklaard heeft een leugen is. De inhoud van de door [naam monteur] aan [naam 3] doorgestuurde app luidt als volgt:<?linebreak?>He gap, het is niet leuk wat ik nu gaan doen, maar jij laat mij helaas geen andere keus. Door jouw stommiteiten (marktplaats, onterecht over mij verklaren bij GVB) staan mijn toekomst, huis, enorme financiële kosten ivm advocaat etc. op het spel. Ondanks dit alles blijf je met smoesjes en leugens komen en help je mij niet. Ik heb jou altijd geholpen met o.a. inschrijving en advies. Maar jij gaat mij helpen anders worden jouw problemen nog véél groter. Komende vrijdagavond verwacht ik jou bij mij thuis. Je gaat mij het gespreksverslag van jouw gesprek met GVB geven. En je gaat een door mijn advocaat opgestelde verklaring tekenen, waarin je verklaart onterecht over mij verklaard te hebben en dat hetgeen je hebt gezegd over mij niet waar is. Kom je vrijdagavond niet…  </para>
      <para>19. Ter zitting heeft [verzoeker] betwist dat hij [naam monteur] het onder 20 geciteerde bericht heeft gestuurd en zich beroepen op de door hem overgelegde WhatsAppchat met [naam monteur] (productie 17 [verzoeker]). GVB heeft er in reactie op gewezen dat uit die chat blijkt dat er een gat zit tussen 24 december 2019 en 16 januari 2020 en dat [verzoeker] de app moet hebben verwijderd. Dit heeft [verzoeker] op zijn beurt betwist, zich op het standpunt stellend dat dat dan zichtbaar zou zijn in de chat. Zoals ter zitting besproken (de kantonrechter acht dit een feit van algemene bekendheid), is een verwijderd WhatsAppbericht alleen zichtbaar in een chat wanneer een deelnemer het bericht uit beide chats verwijdert, hetgeen maar voor korte tijd na verzending mogelijk is. Daarna kan een persoon een bericht slechts nog uit de eigen chat wissen en dit is niet zichtbaar. De kantonrechter gaat er daarom <?linebreak?>- als onvoldoende weersproken - vanuit dat [verzoeker] het bewuste bericht wel aan [naam monteur] heeft verzonden en later heeft gewist. Mede gelet op de duur van het gat in de chat, de frequentie waarmee [verzoeker] en [naam monteur] normaalgesproken appten en het feit dat de druk in de chat op 24 december 2019 overduidelijk door [verzoeker] werd opgevoerd, terwijl niet duidelijk is wat daarvan de afloop was, lijkt het erop dat [verzoeker] de berichten in de periode tussen 24 december 2019 en 16 januari 2020 geheel heeft verwijderd.  Ook uit het wel overgelegde resterende deel van de chat doemt overigens het beeld op van enerzijds [naam monteur], die van [verzoeker] afhankelijk was vanwege de inschrijving op zijn adres en de post die bij hem werd bezorgd, en anderzijds [verzoeker], die [naam monteur] onder druk zette in de hoop niet te worden ontslagen, terwijl [naam monteur] zich inmiddels bij zijn ontslag had neergelegd.  </para>
      <para>19. De kantonrechter stelt op grond van het voorgaande vast dat [verzoeker] [naam monteur] behoorlijk onder druk heeft gezet om de ontlastende verklaring (zie 1.13) te verkrijgen. [verzoeker] heeft dit ter zitting ook erkend. Dit is aanleiding om de verklaring buiten beschouwing te laten. Als al zou komen vast te staan dat [naam monteur] de verklaring van 21 januari 2020 (zie 1.13) heeft ondertekend (dit kan in het midden blijven), gaat de kantonrechter er namelijk vanuit dat [naam monteur] dit niet uit vrije wil heeft gedaan, zodat aan die verklaring geen waarde kan worden gehecht. Blijft over de vervolgverklaring van [naam monteur] (zie 1.8, productie 7 verweerschrift), waarin hij heeft gezegd dat [verzoeker] hem op 3 december 2020 in de avond een tas met daarin een multimeter van GVB heeft overhandigd met het verzoek die te verkopen. De kantonrechter acht die verklaring wel geloofwaardig. Het enige andere scenario zou zijn dat [naam monteur] de multimeter zelf uit de kast zou hebben gepakt, maar dit heeft [verzoeker] niet aangevoerd en was ook niet mogelijk omdat [naam monteur] niet ongezien het magazijn in kon. [verzoeker] wel. [verzoeker] heeft nog betoogd dat hij op 3 december 2019 niet in het magazijn kan zijn geweest, omdat hij in de ochtend naar cursus was, in de middag naar Albert Heijn is geweest en omdat hij vanaf 18 november 2019 bij Railservices werkte, maar de kantonrechter gaat daaraan voorbij. Zoals ter zitting aan de orde is geweest, neemt dit allemaal niet weg dat hij buiten kantoortijden in het magazijn van Groot Onderhoud kan zijn geweest. Als onweersproken staat vast dat hij ook na 18 november 2019 binnen en buiten kantoortijden nog toegang had tot het magazijn bij Groot Onderhoud en ook dat uit de chat met [naam monteur] valt af te leiden dat [verzoeker] en [naam monteur] elkaar op 3 december 2019 na het Albert Heijn bezoek van [verzoeker] nog op het bedrijfsterrein hebben gezien.</para>
      <para>19. De kantonrechter acht met de onder 19 genoemde stukken, het onderzoeksrapport en de voor [verzoeker] belastende verklaring van [naam monteur], in onderlinge samenhang bezien, voldoende onderbouwd dat [verzoeker] [naam monteur] heeft gevraagd de multimeter te verkopen. Ook reden (ii) is derhalve bewezen.</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="italic">Conclusie  </bridgehead>
    <para>24. Nu beide redenen voor het gegeven ontslag op staande voet zijn komen vast te staan en deze naar het oordeel van de kantonrechter ieder voor zich, maar zeker ook in onderlinge samenhang bezien, een dringende reden vormen is [verzoeker] op 13 december 2019 terecht op staande voet ontslagen door GVB. Dat betekent dat de het verzoek om toekenning van een billijke vergoeding wordt afgewezen. </para>
    <bridgehead role="italic">Gefixeerde schadevergoeding, transitievergoeding</bridgehead>
    <parablock>
      <para>25. Ook de verzochte gefixeerde schadevergoeding zal worden afgewezen. Vanwege de dringende reden was GVB niet gehouden de opzegtermijn in acht te nemen en is van een onregelmatig ontslag geen sprake. </para>
      <para>25. [verzoeker] heeft ook om de transitievergoeding verzocht. Die is ingevolge artikel 7:673 lid 7 sub c BW niet verschuldigd indien het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [verzoeker]. De kantonrechter begrijpt dat GVB zich op het standpunt stelt dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van [verzoeker]. Alhoewel een dringende reden niet zonder meer samenvalt met ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van een werknemer, is dat in dit geval wel zo. [verzoeker] is verantwoordelijk voor het verdwijnen van gereedschappen van GVB en heeft meegewerkt aan de doorverkoop van een multimeter van GVB via Martkplaats. Dat is ernstig verwijtbaar. Het verzoek tot toewijzing van de transitievergoeding wordt derhalve afgewezen. </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="italic">Tegenverzoeken GVB </bridgehead>
    <parablock>
      <para>27. [verzoeker] heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek van GVB uit hoofde van onverschuldigde betaling, zodat dat verzoek zal worden toegewezen. </para>
      <para>27. Ook de door GVB verzochte schadevergoeding van € 15.128,75 acht de kantonrechter toewijsbaar, zij het op grond van artikel 6:96 lid 2 onder b BW. GVB heeft de kosten onderbouwd door overlegging van de factuur van Watchout. [verzoeker] heeft aangevoerd dat het niet redelijk is dat hij voor alle onderzoekskosten opdraait. Ter zitting heeft GVB toegelicht dat de andere factuur van Watchout aan [naam monteur] is doorberekend. De kantonrechter acht dit niet onredelijk. GVB heeft Watchout in moeten schakelen vanwege het veelvuldig verdwijnen van gereedschappen. Daar heeft zij kosten voor moeten maken en dat zijn kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid. Nu vast is komen te staan dat [verzoeker] - naast [naam monteur] - een belangrijke rol heeft gehad in de verdwijningen, is het niet meer dan redelijk dat zij beiden een deel van de onderzoekskosten betalen.  </para>
      <para>27. De verzochte wettelijke rente is als onweersproken eveneens toewijsbaar. </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="italic">Proceskosten</bridgehead>
    <para>30. De proceskosten komen voor rekening van [verzoeker], omdat hij in het ongelijk wordt gesteld. </para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van de verzoeken van [verzoeker]</emphasis>: </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <para>wijst het verzoek om [verzoeker] een billijke vergoeding toe te kennen en om GVB te veroordelen tot betaling aan [verzoeker] van de gefixeerde schadevergoeding en de transitievergoeding af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>verstaat dat aan het provisionele verzoek van [verzoeker] niet wordt toegekomen;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">ten aanzien van de tegenverzoeken van GVB;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>verstaat dat aan het voorwaardelijke ontbindingsverzoek niet wordt toegekomen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>veroordeelt [verzoeker] tot betaling aan GVB van € 15.128,75 aan onderzoekskosten, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de opeisbaarheid tot aan de dag van voldoening;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>veroordeelt [verzoeker] tot betaling van € 1.669,86 netto aan GVB uit hoofde van onverschuldigde betaling, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de opeisbaarheid tot aan de dag van voldoening;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">ten aanzien van alle verzoeken</emphasis>: </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van GVB begroot op <?linebreak?>€ 720,00 aan salaris gemachtigde inclusief eventuele btw;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>veroordeelt [verzoeker] in de na deze beschikking ontstane kosten, begroot op € 60,00 aan salaris gemachtigde, te verhogen met een bedrag van € 68,00 en de explootkosten van betekening van deze beschikking, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw, onder de voorwaarde dat [verzoeker] niet binnen veertien dagen na aanschrijving volledig aan deze beschikking heeft voldaan en betekening van de beschikking pas na veertien dagen na aanschrijving heeft plaatsgevonden;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>wijst het meer of anders verzochte af. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. F.J. van de Poel, kantonrechter en op 22 juli 2020 en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>