<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2020:686</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-02-14T08:52:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-02-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-01-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">678920 20-341</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:686">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:686</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-02-13T15:20:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-02-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2020:686 Rechtbank Amsterdam , 29-01-2020 / 678920 20-341</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2020:686:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel (Wvggz)</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2020:686:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="3264e7d1-e945-4e34-9164-831092e2c3c8" depth="1" width="12" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="left" scale="100" fileref="8c6d9504-f766-4ba2-aeb2-591039846874" depth="1" width="525" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beschikking</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>RECHTBANK AMSTERDAM</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Afdeling privaatrecht Team Familie &amp; Jeugd</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rekestnummer: 678920 20-341 </para>
      <para>kenmerk: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 29 januari 2020 </emphasis>naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [betrokkene] , </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1976 te [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende te [woonplaats] , [adres] ,</para>
      <para>verblijvende te Amsterdam, OLVG West, </para>
      <para>hierna te noemen: betrokkene,</para>
      <para>advocaat: mr. O.C.A. Sandberg-Vaillant.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 27 januari 2020 heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 24 januari 2020 opgelegde crisismaatregel. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:</para>
      <para>- een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel d.d. 24 januari 2020; </para>
      <para>- de medische verklaring d.d. 24 januari 2020. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 29 januari 2020 in het gebouw van het OLVG West.   </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:</para>
      <para>- advocaat van betrokkene;</para>
      <para>- psychiater, de heer A.M. van der Loo;</para>
      <para>- arts-assistent, mevrouw A. de Haan;</para>
      <para>- coassistent, mevrouw A. Overdevest;</para>
      <para>- verpleegkundige, mevrouw S. Patrick.    </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>Omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig is, is de officier van justitie niet ter zitting verschenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6</nr>
      <para>De rechter heeft voor aanvang van de zitting betrokkene in zijn kamer bezocht en daarbij vastgesteld dat betrokkene niet is staat was zich te doen horen en niet binnen afzienbare tijd beter zal worden. Betrokkene lag te trillen in bed en was niet aanspreekbaar. De rechter heeft in overleg met de advocaat van betrokkene en de psychiater besloten om de zitting toch door te laten gaan. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De standpunten </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>De advocaat van betrokkene heeft op de mondelinge behandeling geconcludeerd tot afwijzing van het onderhavige verzoek omdat er geen sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Zij heeft betrokkene eerder deze week gesproken en toen was hij wel aanspreekbaar. Betrokkene heeft toen blijk gegeven van de nodige bereidheid tot een vrijwillige opname en behandeling. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De psychiater heeft op de mondelinge behandeling medegedeeld dat betrokkene in het ziekenhuis opgenomen was vanwege een infectie die levensbedreigend bleek te zijn. Hij raakte in coma en zijn vitale lichaamsfuncties waren bedreigd. Sindsdien is er bij betrokkene sprake van een fluctuerend toestandsbeeld. Het medisch onderzoek loopt nog. Als Betrokkene bijkomt, is er sprake van een manische ontregeling en een versnelde gedachtegang. Betrokkene is te ontregeld om op vrijwillige basis de behandeling te ondergaan. Bovendien is hij in het verleden tegen medisch advies in uit het ziekenhuis weggelopen. Een rechterlijke machtiging is daarom noodzakelijk, aldus de psychiater. De psychiater merkt tot slot op dat insluiten als vorm van verplichte zorg niet is verzocht maar in het geval van betrokkene wel noodzakelijk kan zijn, met name omdat er nog veel onduidelijkheid is omtrent zijn situatie. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De arts-assistent heeft op de mondelinge behandeling medegedeeld dat zij betrokkene vorige week heeft bezocht en een totaal ander beeld heeft gezien. Hij was versneld aan het denken maar zij kon wel een gesprek met hem voeren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>De coassistent en de verpleegkundige herkennen het beeld dat de psychiater heeft geschetst.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in ernstige verwaarlozing, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept. Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van een manisch psychotisch toestandsbeeld. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank ziet conform hetgeen de arts naar voren heeft gebracht op de mondelinge behandeling en in aanvulling op het verzoek van de officier van justitie aanleiding om de volgende vormen van verplichte zorg toe te wijzen: </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">toedienen van vocht, voeding en medicatie;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">beperken van de bewegingsvrijheid;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">insluiten;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">uitoefenen van toezicht op betrokkene; </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">opnemen in een accommodatie. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief<emphasis role="italic">. </emphasis>Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De rechtbank:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene] , </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1976, voor zover het de in rechtsoverweging 3.2 genoemde vormen van verplichte zorg betreft;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 19 februari 2020;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is op 29 januari 2020 mondeling gegeven door M.I. Heyning, rechter, en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door M. Amarki als griffier, en op 31 januari 2020 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open<emphasis role="italic">.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>