<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2020:6808</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-04-19T16:35:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-12-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-11-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/13/693005 / HA RK 325.2020</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:6808">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:6808</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-04-19T14:23:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-04-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2020:6808 Rechtbank Amsterdam , 18-11-2020 / C/13/693005 / HA RK 325.2020</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2020:6808:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Een rechterlijke (tussen)beslissing vormt geen grond tot wraking. De op het Procesreglement Gezag en Omgang gebaseerde beslissing van de rechter om door verzoeker toegezonden stukken niet te lezen, vormt geen grond tot wraking.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2020:6808:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Wrakingskamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beslissing op het op 13 november 2020 ingekomen en onder rekestnummer C/13/693005 / HA RK 20/325  ingeschreven verzoek van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>,</para>
      <para>verzoeker,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,	</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>welk verzoek strekt tot wraking van mr. J.H.J. Evers, kinderrechter, hierna te noemen de rechter.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van het navolgende processtuk:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para> het proces-verbaal van de behandeling ter terechtzitting met gesloten deuren van deze rechtbank op 13 november 2020.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De rechter heeft niet in de wraking berust. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten en het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij de rechter is een zaak in behandeling waarbij verzoeker verwerende partij is met zaaknummer C/13/690150 / FA RK 20-6020. Verzoeker is in deze procedure verschenen in persoon.</para>
        <para>In artikel 3.2 van het Procesreglement Gezag en Omgang is bepaald dat indien een niet door een advocaat vertegenwoordigde belanghebbende laat weten verweer te willen voeren, onder terugzending van door belanghebbende toegezonden stukken, zal worden geantwoord dat een verweerschrift alléén door tussenkomst van een advocaat kan worden ingediend doch dat ter zitting door belanghebbende in persoon mondeling verweer kan worden gevoerd. </para>
        <para>Blijkens het proces-verbaal heeft verzoeker aan de rechter gevraagd of hij de stukken had gezien die hij in de ochtend voorafgaand aan de mondelinge behandeling aan de rechtbank had gestuurd. De rechter heeft daarop vervolgens verklaard: <emphasis role="italic">“Ik heb gezien dat u mij vanmorgen hebt gemaild. U heeft geen advocaat. Ik kan deze stukken niet toevoegen aan het dossier. Ik ga het niet lezen als het niet is ingediend door een advocaat. Dat is u eerder ook verteld door mijn collega. U mag wel mondeling het woord voeren op de zitting en mijn vragen beantwoorden.”</emphasis></para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Hierna heeft verzoeker de rechter gewraakt en heeft hij blijkens het proces-verbaal verklaard dat hij niet de kans krijgt zijn rechten te verdedigen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Op grond van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv.) kan een rechter worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Als uitgangspunt voor de beoordeling geldt dat de rechter krachtens zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, behoudens bewijs van het tegendeel.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>In zijn arrest van 25 september 2019 (HR 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1413) heeft de Hoge Raad overwogen dat</para>
        <para>het gesloten stelsel van rechtsmiddelen meebrengt dat een rechterlijke (tussen)beslissing als zodanig nimmer grond kan vormen voor wraking: wraking is geen verkapt rechtsmiddel. Het gerecht dat over het wrakingsverzoek moet oordelen (de wrakingskamer) komt geen oordeel toe over de juistheid van de (tussen)beslissing noch over het verzuim te beslissen. Dat oordeel is voorbehouden aan de rechter die in geval van de aanwending van een rechtsmiddel belast is met de behandeling van de zaak.  </para>
        <para>Bij de beantwoording van de vraag of de motivering van een dergelijke (tussen)beslissing getuigt van vooringenomenheid, moet uitgangspunt zijn dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen zich evenzeer ertegen verzet dat die motivering grond kan vormen voor wraking, ook indien het gaat om een door de wrakingskamer onjuist, onbegrijpelijk, gebrekkig of te summier geachte motivering of om het ontbreken van een motivering. Dit is uitsluitend anders indien de motivering van de (tussen)beslissing in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten - bijvoorbeeld door de in de motivering gebezigde bewoordingen - niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid van de rechter die haar heeft gegeven. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <parablock>
        <para>In het licht van bovenstaand arrest heeft verzoeker geen valide grond aangevoerd waaruit (de schijn van) vooringenomenheid van de rechter jegens hem kan worden afgeleid. </para>
        <para>De (op artikel 3.2 van het Procesreglement Gezag en Omgang gebaseerde) beslissing van de rechter om de door verzoeker toegezonden stukken niet te lezen, vormt geen grond tot wraking. Verder geeft de motivering van die beslissing geen blijk van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) vooringenomenheid van de rechter.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. Een mondelinge behandeling kan achterwege blijven. </para>
      <para />
      <para>4. Op grond van het vorenstaande wordt beslist als volgt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">BESLISSING</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De Wrakingskamer:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para> wijst het verzoek tot wraking af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aldus gegeven door mrs. N.C.H. Blankevoort, voorzitter, A.W.J. Ros en K.A. Brunner, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 november 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>