<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2020:658</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-02-17T15:17:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-02-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-01-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">677104/19-7908</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:658">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:658</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-02-17T15:17:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-02-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2020:658 Rechtbank Amsterdam , 16-01-2020 / 677104/19-7908</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2020:658:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>afwijzing tot machtiging voortgezet verblijf van betrokkene in een verpleeginrichting</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2020:658:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="7aca6634-b0a4-4608-b4cc-6ee5f937fffd" depth="1" width="12" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="left" scale="100" fileref="1ac99def-23be-4cc0-92e3-e106ec057dce" depth="1" width="525" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beschikking</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht Team Familie &amp; Jeugd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rekestnummer: 677104/19-7908</para>
      <para>kenmerk: OMZ390630</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 16 januari 2020 betreffende machtiging voortgezet verblijf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft op 16 december 2019 een verzoek ingediend tot het verlenen van een machtiging tot voortgezet verblijf in een verpleeginrichting van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [betrokkene] ,</para>
      <para>geboren op	[geboortedatum] 1933 ,</para>
      <para>wonende te	[woonplaats] , [adres] ,</para>
      <para>verblijvende te	Zorgcentrum Meerlanden, locatie Kloosterhof, Clematisstraat 16 te Aalsmeer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder een op 13 december 2019 ondertekende en met redenen omklede geneeskundige verklaring als bedoeld in artikel 16 van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet BOPZ) van M.P.J. Heems, geneesheer-directeur van het genoemde ziekenhuis.</para>
      <para>Het verzoek is behandeld op de mondelinge behandeling van 16 januari 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gehoord en/of aanwezig zijn:</para>
      <para>	betrokkene;</para>
      <para>	raadsvrouw betrokkene, mr. C.E. Stassen-Buijs te Amsterdam;</para>
      <para>	specialist ouderengeneeskunde, mevrouw M.V. Gourvanova;</para>
      <para>	verpleegkundige.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>1</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de overgelegde stukken, het gehouden verhoor en de verkregen inlichtingen is het volgende gebleken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Betrokkene heeft op de mondelinge behandeling meegedeeld dat zij het liefst thuis zou willen wonen. Desalniettemin erkent zij dat het niet meer mogelijk is om zelfstandig thuis te wonen. Bovendien is haar woning inmiddels verkocht. Zij maakt het goed en heeft een fijne plek binnen de verpleeginrichting. Zij zal daarom de verpleeginrichting dan ook niet gaan verlaten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft afwijzing van het onderhavige verzoek bepleit. De zitting is ontzettend belastend voor betrokkene. De raadsvrouw begrijpt dan ook niet waarom de Bopz maatregel niet kan worden vervangen door een opname volgens artikel 60. De machtiging is immers feitelijk niet nodig. Natuurlijk wil betrokkene het liefst naar huis maar zij begrijpt ook dat dat niet meer tot de mogelijkheden behoort. Bovendien is haar eigen woning verkocht. De raadsvrouw van betrokkene heeft geconcludeerd tot afwijzing van het onderhavige verzoek omdat er bij betrokkene voldoende sprake is van een bereidheid om het verblijf in de verpleeginrichting op vrijwillige basis te continueren.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De specialist ouderengeneeskunde heeft op de mondelinge behandeling meegedeeld dat betrokkene in de kliniek rustig is en niet wegloopt. Het gevaar dat zich zal verwezenlijken indien betrokkene niet in een verpleeginrichting verblijft is het valgevaar en gevaar op zelfverwaarlozing. Zij is een paar dagen geleden weer gevallen waardoor zij onder de blauwe plekken zit. Het valgevaar van betrokkene vloeit voort uit haar gebrek aan ziektebesef en –inzicht. Betrokkene eet en drinkt wel. Echter, zij doet dit niet op eigen initiatief. Haar eten en drinken dient voor haar klaar gezet te worden alvorens zij wat tot zich neemt. Tot slot heeft de specialist ouderengeneeskunde meegedeeld dat er vijf keer tevergeefs een artikel 60 indicatie is aangevraagd. Betrokkene geeft uitsluitend op de momenten dat er actief naar gevraagd wordt aan dat zij naar huis wil. Bovendien heeft zij tot op heden nog geen enkele keer een poging ondernomen om de verpleeginrichting te verlaten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet, gelet op hetgeen op de mondelinge behandeling naar voren is gebracht, aanleiding het onderhavige verzoek af te wijzen nu betrokkene op vrijwillige basis haar verblijf in de verpleeginrichting kan continueren. De rechtbank acht een rechterlijke machtiging in onderhavig geval niet noodzakelijk omdat betrokkene de situatie feitelijk accepteert. De rechtbank merkt hierbij op dat een artikel 60 indicatie meer passend zou zijn geweest.    </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft acht geslagen op het bepaalde in § 2 van hoofdstuk 2 van de Wet BOPZ.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">wijst af </emphasis>machtiging tot voortgezet verblijf van betrokkene in een verpleeginrichting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Patijn, rechter, in tegenwoordigheid van S. Bien griffier, op 16 januari 2020.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>