<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2020:6113</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-23T18:12:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-12-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-12-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/751806-20</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:6113">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:6113</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-12-11T09:59:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-12-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2020:6113 Rechtbank Amsterdam , 10-12-2020 / 13/751806-20</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2020:6113:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>EAB België, overlevering toegestaan, genoegzaamheid, artikel 13 OLW</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2020:6113:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/751806-20</para>
      <para>RK nummer: 20/4791</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 10 december 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 30 september 2020 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 23 september 2020 door de Onderzoeksrechter in de Rechtbank van Eerste Aanleg Limburg, afdeling Tongeren (België) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1980, </para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:</para>
      <para>
        [adres opgeëiste persoon] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 26 november 2020. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officieren van justitie mrs. C.L.E. McGivern en </para>
      <para>K. van der Schaft. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. T.E. Korff, advocaat te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een bevel tot aanhouding bij verstek in fine uitlevering van 23 september 2020 van de Onderzoeksrechter in de Rechtbank van Eerste Aanleg Limburg, afdeling Tongeren</para>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Belgisch recht strafbare feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Genoegzaamheid</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In rubriek e van het EAB is het volgende vermeld over de feiten, waarvoor de overlevering wordt verzocht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Dit bevel heeft betrekking op meerdere strafbare feiten.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beschrijving van de omstandigheden waaronder het strafbare feit is gepleegd/ de strafbare feiten zijn gepleegd, met inbegrip van het tijdstip, de plaats en de mate van betrokkenheid van de gezochte persoon bij het strafbare feit/ de strafbare feiten: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Uit het tot op heden gevoerde onderzoek, meer bepaald de bewakingsmaatregelen en de observaties, blijken ernstige aanwijzingen dat verdachte [opgeëiste persoon] deel uitmaakt van een vermeende criminele organisatie rond onder meer de verdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] die zich bezig houden met de georganiseerde uithaling van grote hoeveelheden cocaïne uit de haven van Antwerpen. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [opgeëiste persoon] zou worden aangestuurd door [medeverdachte 3] . Hij zou fungeren als chauffeur voor de uithaling/ophaling van met cocaïne geladen containers en "dummys". Dat hij specifiek hiervoor een trekker zou hebben gekocht, is af te leiden uit het feit dat na aankoop ervan het GPS-systeem werd verwijderd. Bovendien werd vastgesteld dat de trekker nagenoeg niet gebruikt wordt voor reguliere opdrachten. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Verdachte [opgeëiste persoon] was op 29/10/2020 chauffeur van een container van [naam bedrijf] uit COSTA RICA, die op 28/10/2020 toekwam in de haven van ANTWERPEN en waarin bijna 2.800 kilo cocaïne werd aangetroffen door de douane. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hij was op 15/03/2020 aanwezig tijdens een ontmoeting tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] . Dat het een verdachte ontmoeting betrof, kan afgeleid worden dat het voertuig waarmee hij zich toen verplaatste op naam staat van zijn vriendin, dit voertuig op een andere plaats dan de ontmoetingsplaats parkeerde en bij terugkomst de wielkasten controleerde, waarmee hij meer dan waarschijnlijk wou checken of er een technisch middel werd geplaatst. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op 23/03/2020 heeft verdachte [opgeëiste persoon] terug een container opgehaald in de haven van ANTWERPEN. De container had als officiële bestemming het bedrijf [naam bedrijf 2] in VENLO. [opgeëiste persoon] heeft deze container onder begeleiding van [medeverdachte 2] met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid vervoerd naar de loods van [medeverdachte 2] , gelegen in KASTERLEE, [adres] , waar hoogst waarschijnlijk een partij cocaïne werd uitgehaald. De container werd nadien zelfs niets rechtstreeks naar de bestemmeling gebracht. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Aard en wettelijke kwalificatie van het strafbare feit/ de strafbare feiten en toepasselijke wettelijke bepaling / wetboek:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">uit hoofde van:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">A.	inbreuken op de wetgeving van verdovende middelen en psychotrope stoffen, in vereniging</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">B.	lidmaatschap van een criminele organisatie</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feiten beteugeld conform de wet van 24 februari 1921 en het KB van 6 september 2017, Art.324 bis en ter § 1 Sw.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft ten aanzien van de omschrijving van de feiten in het EAB het volgende aangevoerd. Niet duidelijk is om hoeveel feiten het gaat nu is vermeld: ‘meerdere strafbare feiten’. Voor welke ‘drugsuithalingen’ de opgeëiste persoon concreet zal worden berecht in België blijft vaag. Er wordt één cocaïnetransport genoegzaam besproken, te weten het transport van 2.800 kg. Bij de andere vermoedelijke drugsuithalingen is plaats en datum niet vermeld. </para>
      <para>De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht duidelijk in de uitspraak op te nemen voor welke feiten de overlevering wordt toegestaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de omschrijving van de feiten genoegzaam is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt voorop dat het EAB gegevens dient te bevatten op basis waarvan het voor de opgeëiste persoon duidelijk is waarvoor zijn overlevering wordt verzocht en het voor de rechtbank duidelijk is of het verzoek voldoet aan de in de Overleveringswet geformuleerde vereisten. Daartoe dient het EAB een beschrijving te bevatten van de omstandigheden waaronder de strafbare feiten zijn gepleegd, met vermelding van, in ieder geval, het tijdstip, de plaats en de mate van betrokkenheid van de opgeëiste persoon bij de strafbare feiten. Bovendien dient die beschrijving de naleving van het specialiteitsbeginsel te kunnen waarborgen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de onderhavige zaak is naar het oordeel van de rechtbank aan de hiervoor genoemde vereisten voldaan. De overlevering wordt gevraagd voor vermeende betrokkenheid van de opgeëiste persoon bij cocaïnetransporten. Met de raadsvrouw stelt de rechtbank vast dat één vermeend cocaïnetransport concreet is omschreven. Dat betreft het vermeende cocaïnetransport van 29 oktober 2019. Dat daarnaast in meer algemene zin over andere vermeende transporten wordt gesproken, maakt niet dat de feitomschrijving voor dat deel ongenoegzaam zou zijn. In dat verband is van belang dat de vermeende betrokkenheid van de opgeëiste persoon niet alleen wordt gekwalificeerd als ‘het in vereniging overtreden van de wetgeving van verdovende middelen en psychotrope stoffen’, maar ook als ‘lidmaatschap van een criminele organisatie’. Het meer in het algemeen benoemen van andere transporten ziet de rechtbank in het licht van de ‘lidmaatschap van een criminele organisatie’. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid; feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen  op deze lijst onder nummer 1 en 5, te weten, respectievelijk:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">1. deelneming aan een criminele organisatie;5. illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens de in rubriek c) van het EAB vermelde gegevens is op deze feiten naar Belgisch recht een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom alleen worden toegestaan, indien naar het oordeel van de rechtbank is gewaarborgd dat, zo hij ter zake van de feiten waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Procureur des Konings, verbonden aan het Parket van de Procureur des Konings Limburg, heeft bij brief van 15 oktober 2020 de volgende garantie gegeven:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>“<emphasis role="italic">Overeenkomstig artikel 5 paragraaf 3 van het Kaderbesluit van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel bied ik u de garantie voor de terugkeer naar Nederland van de door u overgeleverde Nederlandse onderdaan, In casu de Nederlandse onderdaan [opgeëiste persoon] . </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Deze garantie houdt in dat, eens betrokkene in België onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel is veroordeeld, deze persoon naar Nederland zal terugkeren om deze straf of maatregel daar te ondergaan. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De terugkeer zal gebeuren op basis van het Europees Kaderbesluit toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op de vrijheidsbenemende straffen of maatregelen uitgesproken in een lidstaat van de Europese Unie ( 2008/909/JBZ)”. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is de hiervoor vermelde garantie voldoende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit artikel 2:13, eerste lid, aanhef en onder f, Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties volgt dat deze garantie alleen kan worden geëffectueerd, indien de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn.</para>
      <para>Aan deze voorwaarde is voldaan. De feiten leveren naar Nederlands recht op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">deelneming aan een criminele organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10, vierde en vijfde lid, van de Opiumwet;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod. </emphasis>
        </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, OLW </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB heeft betrekking op strafbare feiten die geacht worden gedeeltelijk op Nederlands grondgebied te zijn gepleegd. <?linebreak?>In die situatie staat artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, OLW de overlevering niet toe.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met een beroep op artikel 13, tweede lid, OLW heeft de officier van justitie gevorderd dat wordt afgezien van deze weigeringsgrond. Uit het oogpunt van een goede rechtsbedeling behoort overlevering aan de Belgische autoriteiten plaats te vinden. De officier van justitie heeft daartoe </para>
      <para>de volgende argumenten aangevoerd: <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">het is de wens van de Belgische autoriteiten de opgeëiste persoon te vervolgen;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">het bewijs is in België;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">de medeverdachten worden in België vervolgd;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">de rechtsorde in België is geschonden.</emphasis>
        </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de door de officier van justitie aangevoerde argumenten heeft de officier van justitie naar het oordeel van de rechtbank in redelijkheid tot haar vordering kunnen komen. Daarom moet van bedoelde weigeringsgrond worden afgezien.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 47 Wetboek van Strafrecht, 2, 10 en 11b Opiumwet en 2, 5, 6, 7 en 13 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon] ,</emphasis> aan de Onderzoeksrechter in de Rechtbank van Eerste Aanleg Limburg, afdeling Tongeren (België).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. M. van Mourik,	  				                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. M.C.M. Hamer en J.H. Beestman,			   		   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten,		                         		    griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 10 december 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Mr. J.H. Beestman is buiten staat deze uitspraak</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">						mede te ondertekenen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>