<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2020:5314</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-11-04T11:57:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-11-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-10-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/751540-20</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:5314">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:5314</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-11-04T11:57:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-11-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2020:5314 Rechtbank Amsterdam , 13-10-2020 / 13/751540-20</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2020:5314:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overlevering. EAB Polen. Weigeringsgrond van artikel 12 OLW van toepassing. Onder verwijzing naar rechtbank A'dam 18 augustus 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:4032, overlevering geweigerd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2020:5314:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/751540-20</para>
      <para>RK nummer: 20/3852</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 13 oktober 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 14 augustus 2020 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 13 mei 2020 door <emphasis role="italic">the Regional Court in Warsaw, VIII Criminal Division</emphasis> (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1988, </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>gedetineerd in de [detentieplaats] (op basis van een ander overleveringsverzoek met parketnummer 13/751380-19),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 13 oktober 2020. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. N.R. Bakkenes. <?linebreak?>De opgeëiste persoon (via een videoverbinding) is bijgestaan door zijn raadsman, <?linebreak?>mr. B.Th. Nooitgedagt, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een verzamelvonnis (<emphasis role="italic">collective judgement</emphasis>) van <?linebreak?>28 maart 2019 van <emphasis role="italic">the Regional Court in Warsaw</emphasis>, met kenmerk: XII K 6/19, <emphasis role="italic">“kept enforced by a judgement of Appeal Court in Warsaw”</emphasis> van 17 december 2019, met kenmerk II Aka 359/19. Hierbij is opgelegd een gevangenisstraf van 14 jaar. Van deze straf resteren volgens het EAB nog 11 jaren, 9 maanden en 26 dagen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit onderdeel F van het EAB volgt dat aan het verzamelvonnis tien veroordelingen ten grondslag liggen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze veroordelingen betreffen de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB staat vermeld dat de opgeëiste persoon niet in persoon is verschenen bij de behandeling ter terechtzitting die tot het verzamelvonnis heeft geleid. Ten aanzien van de tien in het EAB genoemde onderliggende vonnissen ontbreekt nadere informatie, met dien verstande dat over de 7e veroordeling (van 18 december 2017 door <emphasis role="italic">the District Court in Bytów</emphasis>, II K 491/16) al eerder is geoordeeld door deze rechtbank. Deze veroordeling was de grondslag van een EAB uitgevaardigd op 18 maart 2019 door <emphasis role="italic">The District Court in Slupsk</emphasis>. In deze zaak (parketnummer: 13/751379-19) is de overlevering op 27 augustus 2019 geweigerd op grond van artikel 12 OLW.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 14 augustus 2020 heeft het Internationaal Rechtshulpcentrum (IRC) daarom de volgende vragen gesteld aan de uitvaardigende justitiële autoriteit met betrekking tot de vereisten van artikel 12 OLW:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">With regards to the appeal of the collective judgment II Aka 359/19 of 17 December 2019 by the regional court in Warsaw: </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">1) Did the requested person by other means actually receive official information of the scheduled date and place of the trial which resulted in the decision, in such a manner that it was unequivocally established that he or she was aware of the scheduled trial, and was informed that a decision may be handed down if he or she does not appear for the trial? If this is the case, please inform me as to the manner in which the requested person actually received the official information regarding the appeal procedure. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">2) Was the requested person served with the decision in this case and was he expressly informed about the right to a retrial or appeal regarding the appeal procedure? </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">3) If the answers on questions 1 and 2 are no, I would like to ask you whether or not mister [opgeëiste persoon] will be granted the possibility UNCONDITIONALLY to request a retrial or re-examination against the judgement in appeal? </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">4) Did the imposed penalty of 14 years lead to a reduction of the total penalties of the underlying judgments? </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">With regards to the underlying judgments, could you please fill in the attached form for all of the underlying judgments, except the 7th judgment with ref. II K 491/16. We already have the information about that judgment.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 24 september 2020 en 1 oktober 2020 is er door het IRC gerappelleerd, waarna op 2 oktober 2020 door de uitvaardigende justitiële autoriteit als volgt is geantwoord:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Due to the complexity of the subject matter and the time needed to collect all the case files in order to prepare the response to Your questions we will not be able to send the answers You need before 15th of October 2020. On behalf of the Regional Court in Warsaw I would like to apologize for the delay and to ask to set forth the period for drawing up a reply to Your queries to 15th of October 2020.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft betoogd dat de overlevering moet worden geweigerd op basis van artikel 12 OLW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft verzocht de behandeling van de zaak aan te houden, mede gelet op de antwoorden die nog moeten worden verstrekt in het kader van de toetsing aan <?linebreak?>artikel 12 OLW. Zij heeft het volgende aangevoerd. De officier van justitie is bekend met het feit dat de rechtbank in Poolse overleveringsprocedures niet alle zaken aanhoudt, maar in sommige zaken de overlevering weigert op basis van artikel 12 OLW. Dit is niet juist, omdat op dit moment het EAB nog niet inhoudelijk kan worden beoordeeld, gelet op de prejudiciële vragen die zijn gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie met betrekking tot de bevoegdheid van de Poolse uitvaardigende justitiële autoriteit om EAB’s uit te vaardigen. De behandeling moet ook daarom worden aangehouden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank wijst naar punt 6 van haar uitspraak van 18 augustus 2020 (ECLI:NL:RBAMS:2020:4032) en herhaalt daaruit de volgende passages: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Gelet op de eerste prejudiciële vraag zal in beginsel geen beoordeling van de toelaatbaarheid van de overlevering op basis van het voorliggende EAB plaatsvinden en zal de rechtbank in beginsel geen beslissing nemen over eventueel gevoerde verweren. De reden hiervoor is dat de status van de informatie die door de uitvaardigende justitiële autoriteit in het EAB of nadien is verstrekt, voorwerp van de prejudiciële vragen is (immers, bij het verstrekken van dergelijke informatie is onafhankelijkheid vereist). </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op deze gang van zaken maakt de rechtbank één uitzondering. Als de rechtbank (mede) op basis van de door de uitvaardigende rechterlijke autoriteit reeds verschafte informatie concludeert dat één van de weigeringsgronden als bedoeld in de artikelen 2, 6-10, 12-13 en 26, vierde lid OLW juncto artikel 28, tweede lid, OLW van toepassing is, althans dat die informatie de toepasselijkheid van een dergelijke weigeringsgrond niet uitsluit, dan zal zij om proceseconomische redenen de overlevering weigeren.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voor de goede orde wijst de rechtbank er op dat aanvullende informatie, gelet op de prejudiciële verwijzing, vooralsnog niet langer zal worden opgevraagd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat in onderhavige zaak sprake is van de hiervoor genoemde uitzondering. De rechtbank zal de behandeling van de zaak daarom niet aanhouden, maar de overlevering om proceseconomische redenen weigeren op grond van artikel 12 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Toepasselijke wetsbepaling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 12 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">WEIGERT </emphasis>de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon] </emphasis>aan <emphasis role="italic">the Regional Court in Warsaw, VIII Criminal Division</emphasis>, Polen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. J.G. Vegter,	                                                                    voorzitter,</para>
      <para>mrs. Ch.A. van Dijk en L.Z. Achouak El Idrissi,	                                             rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster,                                         	griffier.</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 13 oktober 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>