<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2020:5134</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-28T13:21:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-09-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20 / 3616</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:5134">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:5134</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-28T13:20:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2020:5134 Rechtbank Amsterdam , 21-09-2020 / 20 / 3616</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2020:5134:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beroep niet tijdig. Beroep is onredelijk laat ingediend en daarom niet ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2020:5134:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AWB 20/3616</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , eiser</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. J.S. Vlieger),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgermeester en wethouders van de gemeente Amsterdam</emphasis>, verweerder</para>
      <para>(gemachtigde: [gemachtigde]),</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft op 29 juni 2020 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.</para>
    <para>2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld.<footnote-ref linkend="_918ec9f3-cb8e-46e9-8946-3e2ac1abf91e" />Het beroepschrift kan worden ingediend als het bestuursorgaan niet tijdig een besluit heeft genomen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.<footnote-ref linkend="_aa05121b-5600-49f8-a10d-11fac0e945ab" /></para>
    <para>3. Eiser stelt dat namens hem op 29 april 2014 per e-mail bijzondere bijstand is aangevraagd voor de kosten van rechtsbijstand. Eiser stelt daarnaast dat verweerder met de brief van 5 juli 2014 in gebreke is gesteld. Verweerder bestrijdt ontvangst van zowel de aanvraag als de ingebrekestelling. Eiser is op 29 juni 2020 in beroep gegaan wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag.</para>
    <para>4. Ingevolge artikel 6:12, vierde lid, van de Awb is het beroep niet-ontvankelijk indien het beroepschrift onredelijk laat is ingediend. </para>
    <para>5. Aangezien in de Awb niet nader is bepaald wanneer sprake is van een onredelijk laat ingediend beroepschrift zoals hiervoor bedoeld, heeft de rechtbank in voorkomende gevallen geoordeeld dat een beroepschrift dat binnen twaalf maanden na het verstrijken van de beslistermijn is ingediend als tijdig moet worden aangemerkt.</para>
    <para>7. In het onderhavige geval zijn tussen de datum waarop de beslistermijn zou zijn verlopen en de datum waarop het beroepschrift is ingediend meer dan zes jaren gelegen. Niet is gebleken van bijzondere omstandigheden die een dergelijke lange termijn rechtvaardigen. </para>
    <para>8. Omdat het beroepschrift onredelijk laat is ingediend zal het beroep hierom reeds niet-ontvankelijk worden verklaard. De vraag of de aanvraag en/of de ingebrekestelling uit 2014 door verweerder is/zijn ontvangen hoeft daarom geen verdere bespreking.</para>
    <para>9. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M.L.A.T. Doll, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. N. van der Kroft, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier	</para>
      <para>rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.</para>
  </section>
  <footnote id="_918ec9f3-cb8e-46e9-8946-3e2ac1abf91e" label="1">
    <para> Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_aa05121b-5600-49f8-a10d-11fac0e945ab" label="2">
    <para> Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>