<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2020:4952</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-14T16:04:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-10-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13.109525.20 (ontneming)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:4952">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:4952</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-14T15:45:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2020:4952 Rechtbank Amsterdam , 07-10-2020 / 13.109525.20 (ontneming)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2020:4952:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel witwassen 10.000,- euro.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2020:4952:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="044664e8-7830-464f-9bc5-383f09f99b3f" depth="16" width="550" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Publiekrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Teams Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13.109525.20 (ontneming)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 7 oktober 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam, op vordering van de officier van justitie als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de zaak, behorende bij de strafzaak met parketnummer 13.109525.20, tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [veroordeelde] , </emphasis>hierna te noemen <emphasis role="italic">veroordeelde</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994,</para>
      <para>wonende op het adres [adres] , </para>
      <para>gedetineerd in het [detentieadres] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van de vordering van de officier van justitie mr. M.L.A. ter Veer, en van wat de raadsman van veroordeelde, M.L. van Gaalen, naar voren heeft gebracht tijdens het onderzoek op de terechtzitting van 23 september 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering van de officier van justitie van 2 september 2020 strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en het aan veroordeelde opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van dat geschatte voordeel tot een maximumbedrag van € 10.000,-.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Gezien de stukken waarop de vordering is gebaseerd en waarnaar deze vordering verwijst, gaat de rechtbank er vanuit dat de vordering het feit betreft waarvoor veroordeelde in de onderliggende strafzaak is veroordeeld.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag van de vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [veroordeelde] </emphasis>is bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 7 oktober 2020 ter zake van onder andere het volgende strafbare feit veroordeeld:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">witwassen</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">4. Het wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie gaat ervan uit dat veroordeelde minimaal € 10.000,- aan wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de raadsman </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft bepleit dat de vordering moet worden afgewezen gelet op zijn verweer tot vrijspraak.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat veroordeelde door middel van voornoemd feit voordeel heeft verkregen. De rechtbank grondt dit oordeel op de feiten en omstandigheden uit de bewijsmiddelen zoals die in het vonnis van 7 oktober 2020 in de onderliggende strafzaak zijn opgenomen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ingevolge het bepaalde in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht kan op vordering van het Openbaar Ministerie bij afzonderlijke rechterlijke beslissing aan degene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit de verplichting worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit dat feit. Daartoe moet worden onderzocht of, en zo ja in hoeverre, veroordeelde wederrechtelijk voordeel – waaronder besparing van kosten zijn begrepen – heeft verkregen door middel van of uit baten van het bewezen verklaarde.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het dossier is gebleken dat verdachte van 21 mei 2020 tot en met 24 mei 2020 een Mercedes-Benz op zijn naam heeft gehad. Blijkens het proces-verbaal van onderzoek naar de aanschaf van deze auto ligt de waarde van deze auto tussen de € 10.000,- en € 14.000,-. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit niets is gebleken dat verdachte kosten heeft gemaakt met betrekking tot het tenlastegelegde feit.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het totaal wederrechtelijk verkregen voordeel is <emphasis role="bold">€ 10.000,-. </emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bewijsmiddelen</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank ontleent de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel aan de feiten en omstandigheden die in de volgende bewijsmiddelen zijn vervat:</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 23 september 2020.</title>
    <para>2. <emphasis role="bold">Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2019256882 van 6 juli 2020, opgemaakt door [naam] (doorgenummerde pag. B063-B065).</emphasis></para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De verplichting tot betaling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank bepaalt het te ontnemen bedrag op <emphasis role="bold">€ 10.000,-</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt vast als wederrechtelijk verkregen voordeel een bedrag van <emphasis role="bold">€ 10.000,-</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt op aan <emphasis role="bold">[veroordeelde]</emphasis> de verplichting tot betaling van <emphasis role="bold">€ 10.000,-</emphasis>(tienduizend euro) aan de Staat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. H.E. Hoogendijk, 	voorzitter,</para>
      <para>mrs. S. Djebali, M.E. Grijsen, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. J.G.R. Becker, 	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 7 oktober 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>