<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2020:4838</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-08T15:24:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-09-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">RK 20/3509</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:4838">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:4838</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-08T15:24:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2020:4838 Rechtbank Amsterdam , 09-09-2020 / RK 20/3509</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2020:4838:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>klaagschrift ex artikel 164 lid 8 van de Wegenverkeerswet 1994 deels gegrond, rijbewijs terug per 11 november 2020</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2020:4838:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="f84c957d-3def-443a-a50d-fbef38c63fbc" depth="16" width="551" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beschikking</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Publiekrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Teams Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 96/188301-20</para>
      <para>RK: 20/3509</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking op het klaagschrift ex artikel 164 lid 8 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [klager]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende op het adres [adres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>klager.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>De procesgang</title>
    <para>Het klaagschrift is op 22 juli 2020 bij akte ingediend ter griffie van deze rechtbank. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 9 september 2020 klager, zijn raadsman mr. T.H.L. Kneepkens, en de officier van justitie, mr. P. van Laere, in openbare raadkamer gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De inhoud van het klaagschrift</title>
    <para>Het klaagschrift strekt tot teruggave van het rijbewijs van klager dat is ingevorderd en dat de officier van justitie onder zich houdt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Klager heeft in zijn klaagschrift betoogd zijn rijbewijs dringend nodig te hebben voor zijn werk en – kort weergegeven – het volgende aangevoerd. Klager werkt als maaltijdbezorger/koerier en is afhankelijk van zijn rijbewijs. Hij kan zonder rijbewijs niet zijn werk uitvoeren, omdat hij de bestellingen brengt op zijn motorscooter die alleen bereden mag worden met een geldig rijbewijs. De werkgever van klager is afhankelijk van hem, omdat hij voornamelijk bestellingen in de binnenstad bezorgd en de autobezorgers daar door de drukte niet kunnen leveren. Reizen met het openbaar vervoer is volgens klager geen alternatief, omdat hij zijn werk niet met het openbaar vervoer kan uitvoeren. De inkomsten van klager zijn verder gedurende de tijd dat hij geen rijbewijs heeft, komen stil te vallen. Klager heeft tot slot in zijn klaagschrift opgenomen dat hij niet eerder voor soortgelijke overtredingen is staande gehouden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In raadkamer heeft de raadsman van klager verklaard dat er na twee maanden nog steeds geen compleet proces-verbaal is opgenomen in het dossier, waardoor er onvoldoende inzichtelijk is gemaakt wat er is gebeurd. Er is ook nog geen zittingsdatum bekend. De raadsman heeft verder aangevoerd dat het CBR (Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen) een EMG-cursus aan klager heeft opgelegd. Klager kan op dit moment ook niet meer werken als maaltijdbezorger. Als klager weer over zijn rijbewijs beschikt, kan hij de boetes die hem zijn opgelegd en de cursus betalen. Als de rijbewijs van klager langer ingehouden blijft, komt hij alleen maar dieper in de problemen. </para>
      <para>De raadsman heeft ook aangevoerd dat dat de zittingsrechter nog beslissingsruimte moet houden in deze zaak om maatwerk toe te kunnen passen. Klager is first offender voor een dergelijk WVW-feit, hij heeft van het CBR een cursus van € 1.500,- opgelegd gekregen, waardoor klager ook al financieel gestraft wordt en zijn motor is in beslag genomen. </para>
      <para>Hij heeft de rechtbank verzocht het rijbewijs aan klager terug te geven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Klager heeft ter zitting verklaard dat hij zich stom en onverantwoordelijk heeft gedragen. Hij heeft na het incident niet meer gewerkt als maaltijdbezorger. Als hij niet werkt, heeft hij ook geen geld.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het standpunt van het Openbaar Ministerie</title>
    <para>De officier van justitie heeft verklaard zich te verzetten tegen teruggave van het rijbewijs aan klager en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Klager heeft met een motor extreem hard door een woonwijk gereden. Er is nog geen zittingsdatum bekend, maar gelet op de nu bekende omstandigheden moet – gelet op de richtlijnen van het Openbaar Ministerie – ernstig rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat aan klager in geval van veroordeling door de rechter dan wel uitvaardiging van een strafbeschikking, een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen zal worden opgelegd van tenminste vier maanden. Mocht de rechtbank van mening zijn dat het rijbewijs van klager eerder teruggeven moet worden, vindt de officier van justitie dat het rijbewijs minimaal nog twee maanden ingehouden moet worden. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para>Tegen klager is op proces-verbaal opgemaakt ter zake van verdenking van overtreding van artikel 62 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990, gepleegd te Amsterdam op 11 juli 2020.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het proces-verbaal houdt in dat klager de maximumsnelheid, aangegeven door bord model A1, na wettelijke correctie heeft overschreden met 120 kilometer per uur, uitgaande van een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 11 juli 2020 is op grond van het bovenstaande het rijbewijs van klager ingevorderd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 21 juli 2020 heeft de officier van justitie beslist dat het rijbewijs acht maanden tot uiterlijk 8 maart 2021 wordt ingehouden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het uittreksel Justitiële Documentatie van 24 juli 2020 blijkt onder meer dat klager eerder is veroordeeld voor een overtreding van de Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en een WVW-feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het is nog onbekend wanneer de strafzaak tegen klager behandeld zal worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht de inhouding van het rijbewijs op grond van artikel 164 lid 4 WVW 1994 rechtmatig, nu het vermoeden bestaat dat klager de maximumsnelheid met 50 kilometer per uur of meer heeft overschreden en niet is gebleken dat de officier van justitie niet in redelijkheid van deze bevoegdheid gebruik heeft gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de persoonlijke omstandigheden van klager is niet uitgesloten dat de zittingsrechter te zijner tijd in de strafzaak ruimte ziet een inhouding van het rijbewijs voor een kortere duur te compenseren met een (hogere) geldboete, taakstraf of het opleggen van een gedeeltelijk voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid, zodat klager zijn rijbewijs terug dient te krijgen met ingang van 11 november 2020. Dit laat onverlet de mogelijkheid voor de zittingsrechter om later alsnog een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid op te leggen die de duur van inhouding overtreft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beklag zal gegrond verklaard worden, voor zover het rijbewijs van klager wordt ingehouden na 11 november 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beklag <emphasis role="bold underline">gegrond</emphasis>, voor zover de inhouding van het rijbewijs van klager voortduurt <emphasis role="bold underline">tot 11 november 2020.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">De rechtbank gelast de teruggave van het rijbewijs aan klager, met ingang van 11 november 2020.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door</para>
      <para>mr. H.E. Hoogendijk,	rechter,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. C.T. St Rose,	griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Tegen deze beslissing staat voor klager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien dagen na betekening van deze beschikking.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>