<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2020:4834</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-07T11:56:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-08-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">RK 20/1130</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:4834">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:4834</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-06T17:00:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2020:4834 Rechtbank Amsterdam , 13-08-2020 / RK 20/1130</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2020:4834:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk verklaard, niet buiten redelijke twijfel dat klaagster de eigenaresse is van het inbeslaggenomen goed</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2020:4834:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="0637f7c0-5b76-4f68-8d90-79f31ad22141" depth="16" width="551" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beschikking</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Publiekrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Teams Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>RK: 20/1130</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [klaagster] ,</emphasis>
      </para>
      <para>woonplaats kiezend op het adres van haar raadsman, mr. K.H.T. Van Gijssel, Naritaweg 137, 1043 BS te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>klaagster, niet zijnde de beslagene.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para>Het klaagschrift is op 2 maart 2020 ter griffie van deze rechtbank ontvangen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Openbaar Ministerie heeft op 20 maart 2020 schriftelijk zijn standpunt kenbaar gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 13 augustus 2020 de gemachtigde raadsman van klaagster en de officier van justitie, mr. F.R. Bons, in openbare raadkamer gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Klaagster en beslagene [naam beslagene] , zijn, hoewel geldig opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Inhoud van het klaagschrift</title>
    <para>Het klaagschrift strekt tot teruggave van de in beslag genomen armband van het merk Cartier. Deze armband behoort aan klaagster toe en heeft zij in oktober 2019 aangeschaft. Er is op deze armband conservatoir beslag gelegd door de rechter-commissaris. Klaagster verzoekt om teruggave van de armband, nu zij meent dat geen enkel strafvorderlijk belang bestaat om de voortduring van de inbeslagname te rechtvaardigen. Het belang van klaagster om te beschikken over haar armband dient verder zwaarder te wegen dan een eventueel strafvorderlijk belang. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman van klaagster heeft naar aanleiding van het standpunt van het Openbaar Ministerie en ter toelichting op het klaagschrift kort samengevat het volgende aangevoerd. Beslagene [naam beslagene] heeft ontkend dat de armband van hem was. Het was een cadeau van de moeder van klaagster aan haar. Een eigendomsbewijs en aankoopbon van de armband heeft de raadsman bij het klaagschrift gevoegd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het standpunt van het Openbaar Ministerie</title>
    <para>De officier van justitie heeft verklaard zich te verzetten tegen teruggave van de in beslag genomen armband aan klaagster en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Uit het proces-verbaal van de Koninklijke Marechaussee blijkt dat de armband bij een ander dan bij klaagster in beslag is genomen in het kader van een afgegeven machtiging conservatoir beslag ten behoeve van wederrechtelijk verkregen voordeel. Tegen de daadwerkelijke beslagene loopt namelijk een ontnemingszaak. Op 8 februari 2020 werd beslagene op Schiphol aangetroffen met verschillende goederen, waaronder een armband van Cartier en zijn deze goederen bij hem in beslag genomen. Klaagster is dus niet de persoon waaronder de armband in beslag is genomen en uit de stukken volgt verder niet dat de inbeslaggenomen armband van klaagster is. Beslagene heeft ook zelf verklaard dat de armband, die om zijn pols zat, een cadeau aan hem was. Dit maakt dat de armband zijn eigendom is. Bovendien was de armband niet zomaar te verwijderen en is de Koninklijke Marechaussee met beslagene naar een juwelier gegaan om de armband te verwijderen. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>Beoordeling</title>
    <para>Uit de stukken en het verhandelde in raadkamer is het volgende gebleken.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 8 februari 2020 is onder [naam beslagene] voornoemde armband in beslag genomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het betreft conservatoir beslag ten laste van [naam beslagene] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aangezien hier sprake is van een klaagster die stelt eigenaar/rechthebbende van het voorwerp te zijn en om teruggave vraagt, maar tegen wie het strafrechtelijk onderzoek niet is gericht, dient de rechtbank als maatstaf aan te leggen of zich het geval voordoet dat buiten redelijke twijfel is dat klaagster als eigenaar/rechthebbende van het voorwerp moet worden aangemerkt en zo ja of zich de situatie als bedoeld in artikel 94a lid 4 of lid 5 Sv voordoet (vgl. HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010/654, rov. 2.15).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is niet buiten redelijke twijfel dat klaagster de eigenaresse is van de armband. Klaagster dient, gelet op het voorgaande, daarom niet-ontvankelijk in haar beklag te worden verklaard. De rechtbank komt verder niet aan een inhoudelijk oordeel van het rekest toe.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart klaagster <emphasis role="bold underline">niet-ontvankelijk</emphasis> in haar beklag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door</para>
      <para>mr. C.M. Degenaar, 	rechter,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. R. Stockmann,	griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor klager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in te stellen bij de griffie van deze rechtbank,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beschikking.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>