<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2020:4229</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-09-01T10:26:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-08-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/291010-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_materieelStrafrecht">Strafrecht; Materieel strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:4229">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:4229</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-31T10:20:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-09-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2020:4229 Rechtbank Amsterdam , 27-08-2020 / 13/291010-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2020:4229:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak brandstichting. OVAR voor bedreigingen, omdat verdachte niet strafbaar is.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2020:4229:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">VERKORT VONNIS</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/291010-19 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 27 augustus 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,</para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres], gedetineerd in het Justitieel Complex [locatie te plaats].</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit verkort vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 13 augustus 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. M.D. Braber, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. N.W.D. Dekens, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte wordt – kort gezegd – beschuldigd van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. een bedreiging van [persoon 1] op 4 december 2019;</para>
    <para />
    <para>2. een bedreiging van [persoon 2] op 4 december 2019;</para>
    <para />
    <para>3. een brandstichting in de GGZ-instelling [naam instelling] op 29 november 2019. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in de bijlage bij dit vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie vindt dat de tenlastegelegde feiten kunnen worden bewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw vindt dat verdachte moet worden vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vrijspraak van feit 3 </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de aangifte van [persoon 3], blijkt dat in de kamer van verdachte papier in de brand stond in de wasbak. Hij heeft het met de douchekop gedoofd. Verdachte heeft op de zitting verklaard dat de vlammen ongeveer een halve meter hoog waren. Het dossier bevat geen verdere informatie over de grootte van de brand en de daarbij ontstane risico’s. De rechtbank vindt daarom dat niet kan worden vastgesteld of de brand kans had uit te groeien tot een brand die gevaar voor goederen of personen zou kunnen veroorzaken. De rechtbank zal de verdachte dan ook vrijspreken van de brandstichting. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Veroordeling feit 1 en feit 2</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen, waaronder de bekennende verklaring van verdachte, vast dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het bedreigen van [persoon 1] en [persoon 2]. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat gezien de setting van de gesloten instelling en het onder controle brengen van verdachte, bij de aangevers geen redelijke vrees kan zijn ontstaan dat verdachte zijn woordelijke dreigementen ook daadwerkelijk uit zou voeren. De rechtbank is het daar niet mee eens. Dat verdachte op het moment dat hij de bedreigingen uitte niet in staat was om de dreigementen ook daadwerkelijk uit te voeren, maakt niet dat bij aangevers niet de redelijke vrees kan zijn ontstaan dat verdachte dat op een ander moment wel zou doen. Omdat uit de bewijsmiddelen niet duidelijk wordt of verdachte tegelijk met de bedreigingen een gevechtshouding aannam wordt hij van dit onderdeel van de tenlastelegging vrijgesproken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank komt op grond van de bewijsmiddelen in het dossier tot de onderstaande bewezenverklaring. Als tegen dit vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de gebruikte bewijsmiddelen opgenomen in een aanvulling op dit vonnis.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank vindt bewezen dat verdachte </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 1:</emphasis>
      </para>
      <para>op 4 december 2019 te Amsterdam [persoon 1] heeft bedreigd met verkrachting en enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [persoon 1] dreigend de woorden toe te voegen: "Als ik buiten ben zul je het zien, ik maak je af" en "Ik zie je spleet, ik ga je neuken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 2:</emphasis>
      </para>
      <para>op 4 december 2019 te Amsterdam [persoon 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door die [persoon 2] dreigend de woorden toe te voegen: "Kankerlijer, ik ga je dood maken. Het maakt mij niet uit of ik in Vught terechtkom, ik maak je dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van verdachte en de zorgmachtiging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de over verdachte opgemaakte Pro Justitia rapportage van 10 juni 2020, opgemaakt door M.C. Heus, psychiater, en van de Pro Justitia rapportage van 4 juni 2020, opgemaakt door I.W.J. ten Post, psycholoog. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zowel de psycholoog als de psychiater concluderen dat verdachte lijdt aan een ernstige ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens. Uit het psychiatrisch rapport volgt onder meer dat er bij verdachte sprake is van een stoornis in het schizofrenie spectrum in de vorm van de <emphasis role="bold">schizo-affectieve stoornis</emphasis>. Beide deskundigen rapporteren dat de ziekelijke stoornis van de geestvermogens de gedragskeuzen en gedragingen ten tijde van het tenlastegelegde volledig heeft beïnvloed. Vanuit zijn toestandsbeeld is verdachte onvoldoende in staat geweest om zijn gedrag en emoties te reguleren, zijn impulsen te controleren en de gevolgen van zijn handelen te overzien. Beide deskundigen hebben daarom geadviseerd om de feiten niet aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank neemt deze conclusie over.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde kan verdachte niet worden toegerekend. Verdachte wordt dan ook ontslagen van alle rechtsvervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zorgmachtiging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging is tegelijk met de strafzaak behandeld. Ook de raadsvrouw heeft verzocht om een zorgmachtiging af te geven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank vindt dat verdachte de noodzakelijke zorg en behandeling moet krijgen om de kans op recidive te verminderen. Gelet op de inhoud van de rapporten en wat op de zitting is besproken schat de rechtbank de kans groot in dat verdachte zonder verplichte zorg en behandeling een terugval krijgt en zich opnieuw schuldig zal maken aan strafbare feiten. </para>
      <para>De rechtbank acht verplichte zorg in een civiel kader aangewezen en heeft daarom in de zaak met rekestnummer 688216/20-5026 op 13 augustus 2020 ten aanzien van verdachte mondeling een zorgmachtiging (met daarin opgenomen verschillende vormen van verplichte zorg) verleend. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De benadeelde partij</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [persoon 1] vordert € 500 aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek volgt dat in beginsel alleen recht op immateriële schadevergoeding bestaat bij lichamelijk letsel, aantasting in eer en goede naam en andere aantastingen in de persoon. De eerste twee categorieën zijn hier niet van toepassing. Voor de categorie ‘andere aantastingen in de persoon’ geldt dat van een vergoeding van de schade op deze grond pas sprake kan zijn als er geestelijk letsel van enige omvang is. Het geestelijk letsel is niet met (medische) stukken onderbouwd. Daarom wordt de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij en de verdachte zullen ieder de eigen kosten dragen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart feit 3 niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte feit 1 en 2 heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 1:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en bedreiging met verkrachting;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 2:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart verdachte niet strafbaar voor beide feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de benadeelde partij [persoon 1] niet-ontvankelijk in haar vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. P.L.C.M. Ficq,									voorzitter,</para>
      <para>mrs. J. Huber en P.B. Spaargaren,						 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. S. Leenstra,					 	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 27 augustus 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [...]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>