<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2020:4022</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-20T14:52:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-07-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/751367-20</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#internationaalPubliekrecht">Internationaal publiekrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:4022">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:4022</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-20T13:13:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2020:4022 Rechtbank Amsterdam , 30-07-2020 / 13/751367-20</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2020:4022:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Staat toe vonnis 1. Weigert in verband met artikel 12 OLW vonnissen 2 en 3.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2020:4022:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/751367-20</para>
      <para>RK nummer: 20/2273</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 30 juli 2020  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 24 april 2020 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 25 september 2019 door <emphasis role="italic">the Circuit Court in Płock</emphasis> (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon]</emphasis>, </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1986,</para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>	gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [plaats] , locatie [locatie] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting 26 juni 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 26 juni 2020. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. J.J.M. Asbroek. De opgeëiste persoon, aanwezig via een videoverbinding, is bijgestaan door zijn raadsvrouw, <?linebreak?>mr. M.B.W.G. Beutener, advocaat te Deventer en door een tolk in de Poolse taal.</para>
      <para>
        <?linebreak?>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Tussenuitspraak 10 juli 2020 </emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij tussenuitspraak van 10 juli 2020 het onderzoek ter zitting heropend, </para>
      <para>om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen om over vonnis 3 (II K 423/15) nadere informatie in te winnen bij de uitvaardigende justitiële autoriteit over de betekening van de dagvaarding en het vonnis en over de verstrekte verzetgarantie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting 30 juli 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 30 juli 2020. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie </para>
      <para>mr. J.J.M. Asbroek. De opgeëiste persoon heeft afstand gedaan van het recht om ter zitting aanwezig te zijn en is vertegenwoordigd door zijn gemachtigd raadsvrouw </para>
      <para>mr. M.B.W.G. Beutener, advocaat te Deventer die telefonisch ter zitting aanwezig was. </para>
      <para>
        <?linebreak?>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, derde lid, OLW uitspraak moet doen voor onbepaalde tijd verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. <?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van:</para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>II K 483/13: een <emphasis role="italic">enforceable final sentence of the District Court in Płock </emphasis>van <?linebreak?>12 augustus 2014; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>VII K 790/13: een <emphasis role="italic">enforceable final sentence of the District Court in Płock </emphasis>van <?linebreak?>9 oktober 2014,<emphasis role="italic"> amended by the sentence of the Circuit Court in Płock </emphasis>van 6 maart 2015 (V Ka 950/14); </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>II K 423/15: een<emphasis role="italic"> enforceable final sentence of the District Court in Płock</emphasis> van <?linebreak?>6 december 2016. </para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>II K 483/13: een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar en acht maanden, waarvan volgens het EAB nog één jaar, zeven maanden en 28 dagen resteren; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>VII K 790/13: een vrijheidsstraf voor de duur van twee jaren; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>II K 423/15: een vrijheidsstraf voor de duur van zes maanden. </para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De opgeëiste persoon dient bovengenoemde vrijheidsstraffen te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraffen zijn aan de opgeëiste persoon opgelegd bij de hiervoor genoemde vonnissen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW; tussenuitspraak  </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verwijst naar haar tussenuitspraak van 10 juli 2020. Hierin heeft zij geoordeeld dat de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW (rubriek 4) niet van toepassing is voor vonnis 1 (II K 483/13) en dat de overlevering dient te worden geweigerd voor vonnis 2 (VII K 790/13, hoger beroep: V Ka 950/14). De rechtbank heeft tevens geoordeeld over de strafbaarheid van de feiten van vonnis 1 (rubriek 5) en schending van mensenrechten (rubriek 6). De overwegingen van de rechtbank dienen als herhaald en ingelast te worden beschouwd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 10 juli 2020 het onderzoek heropend, om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen om over vonnis 3 (II K 423/15) nadere informatie in te winnen, zoals hierboven onder het kopje Procesgang is vermeld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat er geen nadere informatie is ontvangen van de uitvaardigende justitiële autoriteit. De opgeëiste persoon is niet in persoon verschenen bij de behandeling ter terechtzitting die tot het vonnis heeft geleid en is niet vertegenwoordigd door een gemachtigd advocaat. De rechtbank kan niet vaststellen of één van de omstandigheden van artikel 12 onder a of c OLW zich heeft voorgedaan, omdat gegevens over de betekening van de dagvaarding en het vonnis ontbreken. De rechtbank kan in het kader van artikel 12 onder d, tevens niet vaststellen of de gegeven verzetsgarantie onvoorwaardelijk is zoals dit artikel vereist. De overlevering voor vonnis 3 zal op grond van artikel 12 OLW worden geweigerd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu ten aanzien van  vonnis 1 (II K 483/13) waarvoor de overlevering wordt gevraagd is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering voor dat vonnis te worden toegestaan. Voor vonnis 2 (VII K 790/13, hoger beroep: V Ka 950/14) en vonnis 3 </para>
      <para>(II K 423/15) moet zij worden geweigerd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 45 en 311 Wetboek van Strafrecht en 2, 5, 7 en 12 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the Circuit Court in Płock</emphasis> (Polen) ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf, te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat, dat is opgelegd wegens vonnis 1 (II K 483/13).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">WEIGERT </emphasis>de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> voor zover het EAB betrekking heeft op het gedeelte van de vrijheidsstraf dat is opgelegd wegens vonnis 2 (VII K 790/13, hoger beroep: V Ka 950/14) en vonnis 3 (II K 423/15).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. M. van Mourik,	                                                                  voorzitter,</para>
      <para>mrs. J.P.W. Helmonds en C.W.M. Giesen,	                                        rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. S. Drent,              				           	        griffier,                         </para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 30 juli 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>