<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2020:3849</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-10T11:04:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-05-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/039958-20</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:3849">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:3849</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-10T08:42:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2020:3849 Rechtbank Amsterdam , 15-05-2020 / 13/039958-20</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2020:3849:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling voor diefstal tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken. Bekennende verdachte.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2020:3849:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">VONNIS</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/039958-20 (Promis) </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 15 mei 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1990,</para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>gedetineerd in het Huis van Bewaring “ [locatie] ” </para>
      <para>te [plaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 mei 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. F.R. Bons en van dat wat verdachte en zijn raadsman mr. M. Bouman naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 13 februari 2020 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, een Dita zonnebril, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan winkelbedrijf De Bijenkorf, gelegen aan [adres] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de tenlastegelegde diefstal gelet op de bekennende verklaring van verdachte, de aangifte en het proces-verbaal van bevindingen waarin de camerabeelden worden beschreven. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft de diefstal bekend. De raadsman heeft ten aanzien van het bewijs geen verweer gevoerd.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank vindt op grond van het aangifteformulier winkeldiefstal van de Bijenkorf, het proces-verbaal beschrijving camerabeelden en de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft gepleegd. Omdat verdachte het tenlastegelegde heeft bekend en de raadsman ten aanzien van dit feit geen vrijspraak heeft bepleit, kan ingevolge artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering worden volstaan met een opgave van de gebruikte bewijsmiddelen, die zijn opgenomen in een bijlage (<emphasis role="bold">bijlage I</emphasis>) die aan dit vonnis is gehecht en als hier ingelast geldt. Gelet op de standpunten van de officier van justitie en de raadsman, behoeft dit oordeel geen verdere motivering. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht op grond van de in rubriek 3 opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte op 13 februari 2020 te Amsterdam een Dita zonnebril die toebehoorde aan winkelbedrijf De Bijenkorf, gelegen aan [adres] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Motivering van de straf</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De eis van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door hem bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 weken, met aftrek van voorarrest.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft de rechtbank in lijn met de eis van de officier van justitie verzocht om te volstaan met oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Als strafverminderende omstandigheid moet wel worden meegewogen dat verdachte de zonnebril heeft teruggegeven en er geen schade is ontstaan. De raadsman heeft de rechtbank daarnaast verzocht om bij de strafoplegging rekening te houden met de omstandigheid dat verdachte inmiddels langer in voorarrest heeft doorgebracht dan de duur van de straf die wordt genoemd in de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht voor een dergelijk feit.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstal. Hij heeft een zonnebril van aanzienlijke waarde weggenomen. Die omstandigheid weegt de rechtbank als strafverzwarende factor mee in de straftoemeting. Winkeldiefstal is een ergerlijk feit, dat winkelbedrijven schade berokkent en hinder oplevert en daarmee ook de goedwillende en wel betalende klanten benadeelt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft acht geslagen op het uittreksel uit de Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 15 april 2020. Hieruit blijkt dat verdachte in een betrekkelijk korte periode een behoorlijk strafblad heeft opgebouwd. Hij is inmiddels meerdere keren onherroepelijk veroordeeld tot onvoorwaardelijke gevangenisstraffen vanwege het plegen van diefstallen. Dit heeft verdachte er niet van weerhouden te recidiveren. Ook deze omstandigheid weegt de rechtbank in het nadeel van verdachte mee in de straftoemeting. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verder heeft de rechtbank kennis genomen van het reclasseringsadvies van 8 mei 2020 betreffende verdachte. Daaruit komt naar voren dat het recidiverisico gemiddeld tot hoog wordt geschat en er een samenhang lijkt te zijn tussen problematisch gokgedrag en de delicten van verdachte. Op verschillende leefgebieden bestaan problemen die het risico op recidive verhogen. Verdachte is niet eerder geholpen met zijn problematiek en de reclassering adviseert in dat verband een begeleidingstraject in een ambulant kader binnen een reclasseringstoezicht. Daarbij wordt de kanttekening gemaakt dat het voor de haalbaarheid daarvan van belang is dat verdachte in Nederland verblijft. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hoewel het wenselijk zou kunnen zijn dat het risico op recidive door behandeling en begeleiding door de reclassering wordt teruggedrongen, ziet de rechtbank geen mogelijkheid om verdachte een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden op te leggen. Uit het onderzoek ter terechtzitting is namelijk gebleken dat Duitsland om overlevering van verdachte heeft verzocht, zodat de kans groot is dat hij op (korte) termijn naar Duitsland zal worden overgebracht. Dat maakt dat eventueel reclasseringstoezicht en begeleiding niet uitvoerbaar zullen zijn. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegende, en met inachtneming van straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd, vindt de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken, met aftrek van de tijd die verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht, een passende en geboden straf. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straf is gegrond op artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4. is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">diefstal</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte, <emphasis role="bold">[verdachte]</emphasis>, daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van <emphasis role="bold">6 (zes) weken</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis. Dit bevel is ook afzonderlijk op schrift gesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. S. Djebali										voorzitter,</para>
      <para>mrs. R.A.J. Hübel en F.C.M. Weijnen, 						   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. L. van Breukelen, 					    griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 15 mei 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [...]
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>