<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2020:3774</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-07T10:13:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-07-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/751882-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:3774">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:3774</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-07T09:47:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2020:3774 Rechtbank Amsterdam , 16-07-2020 / 13/751882-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2020:3774:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>EAB VV Litouwen. Direct uitspraak. Art. 4 EU-H. Geen reëel gevaar meer van een onmenselijke of vernederende behandeling Litouwse detentieomstandigheden. Overlevering deels geweigerd (op basis van tussenuitspraak 6 december 2019), deels toegestaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2020:3774:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/751882-19</para>
      <para>RK nummer: 19/5749</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 16 juli 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 26 september 2019 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 3 september 2019 door de <emphasis role="italic">Prosecutor General’s Office of the Republic of Lithuania</emphasis> (Litouwen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] (Litouwen) op [geboortedatum] 1996, </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>gedetineerd in [detentieplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting 5 november 2019</emphasis>
      </para>
      <para>
        <?linebreak?>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 5 november 2019. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. R. Vorrink. </para>
      <para>De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. M.H Aalmoes, advocaat te Amsterdam, en door een tolk in de Litouwse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vastgesteld is dat de officier van justitie de relevante vragen uit de tussenuitspraak van </para>
      <para>29 oktober 2019<footnote-ref linkend="_0846d300-41e5-4492-8caf-6a5e941ef224" /> reeds heeft laten uitzetten, maar de antwoorden op die vragen nog niet waren ontvangen. <?linebreak?></para>
      <para>De rechtbank heeft daarom, op verzoek van de raadsvrouw en op vordering van de officier van justitie, het onderzoek geschorst tot 22 november 2019 teneinde de reeds uitgezette aanvullende vragen met betrekking tot – kort gezegd – Pravieniškės Correction House-Open Prison Colony af te wachten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting 22 november 2019</emphasis>
      </para>
      <para>
        <?linebreak?>Op 22 november 2019 heeft de rechtbank – met toestemming van partijen – het onderzoek in gewijzigde samenstelling voortgezet. Gehoord zijn de officier van justitie, mr. N.R. Bakkenes, de opgeëiste persoon en zijn raadsvrouw. De opgeëiste persoon is bijgestaan door een tolk in de Litouwse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 6 december 2019 een tussenuitspraak gedaan, waarbij onder meer het onderzoek is heropend en de beslissing over de tenuitvoerlegging van het EAB is uitgesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting 16 juli 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 16 juli 2020. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. N.R. Bakkenes, en de raadsvrouw van de opgeëiste persoon. De opgeëiste persoon is gehoord via telehoren en bijgestaan door een tolk in de Litouwse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, derde lid, OLW uitspraak moet doen voor onbepaalde tijd verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Litouwse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Tussenuitspraak 6 december 2019</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verwijst naar haar tussenuitspraak van 6 december 2019<footnote-ref linkend="_8f1b9c4b-2145-4b4b-b20c-68fa389c98cf" /> waarin zij de grondslag en inhoud van het EAB, de bevoegdheid van de uitvaardigende justitiële autoriteit en de strafbaarheid van de feiten heeft beoordeeld. De overwegingen van de rechtbank met betrekking tot deze onderwerpen (onderdeel 3, 4 en 5) en met betrekking de detentieomstandigheden dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Artikel 4 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest) </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft eerder, op 20 augustus 2019<footnote-ref linkend="_580ef50a-e494-46ee-b071-bf78f71cf967" />, in een andere overleveringszaak, geoordeeld dat een reëel gevaar bestaat van een onmenselijke of vernederende behandeling, zoals bedoeld in artikel 4 van het Handvest, in de Litouwse detentie-instellingen: Alytus Correction Home, Marijampolė Correction Home en Pravieniškės Prison, waar Pravieniškės Correctional House–Open Colony onderdeel van is. Daarom heeft de rechtbank bij voornoemde uitspraak van 6 december 2019 de beslissing over het overleveringsverzoek uitgesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op basis van de aanvullende informatie van april 2020 van het <emphasis role="italic">Prison Department under the Ministry of Justice of the Republic Lithuania</emphasis> is de rechtbank, met de officier van justitie, onder verwijzing naar de uitspraken van deze rechtbank van onder meer 2 juni 2020<footnote-ref linkend="_bfb12605-6046-4207-a9e8-aae2acef93c1" />, van oordeel dat gelet op deze informatie geen reëel gevaar meer bestaat van een onmenselijke of vernederende behandeling, zoals bedoeld in artikel 4 van het Handvest, ten aanzien van opgeëiste personen die na overlevering in Litouwen gedetineerd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande staat het bepaalde in artikel 4 van het Handvest niet in de weg aan het nemen van een (positieve) beslissing over de tenuitvoerlegging van het EAB. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu in de tussenuitspraak van 6 december 2019 reeds is vastgesteld dat de <emphasis role="underline">feiten 11 en 12</emphasis> waarvoor de overlevering wordt verzocht niet voldoen aan de eisen van artikel 2 OLW, dient de overlevering ten aanzien van deze feiten te worden geweigerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu daarnaast ten aanzien van <emphasis role="underline">feiten 1 tot en met 10</emphasis> en <emphasis role="underline">feit 13</emphasis> waarvoor de overlevering wordt gevraagd is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering voor die feiten te worden toegestaan. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 47, 300, 310, 312 en 350 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 5 en 7 van de OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">WEIGERT</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> voor zover het EAB betrekking heeft op <emphasis role="underline">feit 11 en feit 12</emphasis> waarvoor zijn overlevering wordt verzocht;</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan de <emphasis role="italic">Prosecutor General’s Office of the Republic of Lithuania</emphasis> (Litouwen) ten behoeve van het in Litouwen tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek naar <emphasis role="underline">feit 1 tot en met feit 10</emphasis> en <emphasis role="underline">feit 13</emphasis> waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. H.P. Kijlstra,  				                         			voorzitter,</para>
      <para>mrs. M.T.C. de Vries en M.M. Breugem,                     				   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. D. Gigengack,		                         		    griffier,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 16 juli 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_0846d300-41e5-4492-8caf-6a5e941ef224" label="1">
    <para>Rb. Amsterdam 29 oktober 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:8088.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8f1b9c4b-2145-4b4b-b20c-68fa389c98cf" label="2">
    <para>Rb. Amsterdam 6 december 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:9818.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_580ef50a-e494-46ee-b071-bf78f71cf967" label="3">
    <para>Rb. Amsterdam 20 augustus 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:6202.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bfb12605-6046-4207-a9e8-aae2acef93c1" label="4">
    <para> Zie o.a. Rechtbank Amsterdam 2 juni 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:2756; Rechtbank Amsterdam 2 juni 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:2757.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>