<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2020:3642</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-10T11:41:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-06-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">RK 19/7191</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:3642">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:3642</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-06T13:58:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2020:3642 Rechtbank Amsterdam , 25-06-2020 / RK 19/7191</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2020:3642:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>verzoek ex 530 van het Wetboek van Strafvordering, kosten raadsman deels toegewezen, kosten reistijd en kosten verzoekschrift ook toegewezen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2020:3642:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="33865644-30e9-4921-9eb4-79443f4bdf48" depth="16" width="551" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beschikking</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Publiekrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Teams Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/204937-18</para>
      <para>RK: 19/7191</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking op het verzoek ex 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[verzoeker], </emphasis>
      </para>
      <para>	geboren op [geboortedag] 1976 te [geboorteplaats],</para>
      <para>	woonplaats kiezend op het kantooradres van zijn raadsman, mr. S. Arts,</para>
      <para>	[adres],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verzoeker.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>De procesgang</title>
    <para>Het verzoekschrift is op 24 december 2019 ter griffie van deze rechtbank ontvangen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In verband met de coronacrisis heeft de geplande zitting op 4 juni 2020 niet plaatsgevonden. Met instemming van de officier van justitie en de verdediging is op 25 juni 2020 –buiten raadkamer– op het verzoekschrift besloten. Dit na een (korte) extra schriftelijke ronde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De inhoud van het verzoekschrift</title>
    <para>Het verzoek strekt tot het toekennen van een vergoeding van € 4.158,31 voor de kosten van de raadsman en € 280,- voor de kosten van het opstellen, indienen en behandelen van het verzoekschrift. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Uurtarief</emphasis>
      </para>
      <para>Verzoeker heeft zich gezien de aard- en ernst van de feiten waarvan hij werd verdacht gewend tot deze raadsman. Het in rekening gebracht uurtarief van € 300,- ex. 6% kantoorkosten en BTW is marktconform en redelijk te achten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In zijn schriftelijke reactie van 5 juni 2020 heeft de raadsman ter aanvulling op het verzoekschrift en naar aanleiding van het voorheen ingenomen standpunt van het Openbaar Ministerie een Wob-verzoek ingediend bij de overheid, om aan te kunnen tonen wat het uurtarief dat door de landsadvocaat in rekening wordt gebracht bij de Staat en dat derhalve het door de raadsman gehanteerde tarief redelijk is, in tegenstelling tot het eerder ingenomen standpunt van het Openbaar Ministerie. Het uurtarief is niet ongebruikelijk voor advocaten met meer dan 20 jaren ervaring en opleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In rekening gebrachte uren</emphasis>
      </para>
      <para>De werkzaamheden die zijn verricht zijn onder meer de volgende: bijstand tijdens de zitting, bespreking en voorbereiding daarvan, overleg met verzoeker per e-mail en telefoon en overige werkzaamheden, waaronder getuige-opgave. Ter onderbouwing is een urenspecificatie aan het verzoekschrift toegevoegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In zijn schriftelijke reactie van 5 juni 2020 heeft de raadsman ter aanvulling op het verzoekschrift en naar aanleiding van het schriftelijk standpunt van het Openbaar Ministerie aangevoerd dat de gewerkte uren volledig gespecificeerd en redelijk zijn. De raadsman heeft betoogd dat besprekingen van meerdere uren niet ongebruikelijk zijn, die nu zijn bespaard door de keuze van verzoeker, zodat het zeer redelijk is dat deze kosten in mailcontacten en telefooncontacten worden gecompenseerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">File</emphasis>
      </para>
      <para>In zijn schriftelijke reactie van 5 juni 2020 heeft de raadsman ter aanvulling op het verzoekschrift en naar aanleiding van het schriftelijk standpunt van het Openbaar Ministerie aangevoerd dat de file, een situatie van overmacht, niet ten laste van een gewezen verdachte mag komen. Indien het Openbaar Ministerie niet had gedagvaard, had verzoeker ook deze kosten niet hoeven maken. Het zijn dan ook geen kosten die door zijn toedoen zijn veroorzaakt. De reistijd is ook niet buitensporig en conform de richtlijn van het LOVS die voor vergoeding in aanmerking komt. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het standpunt van het Openbaar Ministerie</title>
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft –met verwijzing naar het schriftelijk standpunt van het Openbaar Ministerie– per e-mail van 11 juni 2020 betoogd dat het uurtarief van </para>
      <para>€ 300,- een bijzonder hoog tarief is, maar dat zij zich niet zal verzetten tegen toekenning van dit uurtarief. Ze heeft gevorderd de vergoeding voor het aantal uren te matigen tot een als redelijk te achten aantal uren namelijk 9 uren. Het Openbaar Ministerie is akkoord met de toewijzing van 9 uur tegen een uurtarief van € 300,-, in totaal = € 2.700,-. De kantoorkosten en BTW kunnen ook worden toegewezen. De officier van justitie laat de beslissing over de kosten voor de vergoeding van het behandelen van het verzoek aan de rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In rekening gebrachte uren</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat een veelheid aan administratieve handelingen worden gevorderd, die normaliter niet bij de ‘hoog getarifeerde’ behandelaar terug te zien is. De dossierbewegingen en kleine administratieve handelingen komen veelal voor rekening van andere kantoormedewerkers.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">File</emphasis>
      </para>
      <para>Er is voor het staan in de file het volle tarief berekend. Dat is niet redelijk. Lange fileperioden behoeven niet in de file te worden doorgebracht. Buiten de file zijn er plekken om anderszins werk te verrichten. De hele reis had overigens op een andere manier gekund en dan was er zorgvuldig omgesprongen met tijd en geld. Om redenen van billijkheid is het gerechtvaardigd om het in de file staan niet ten laste van de belastingbetaler te brengen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para>Verzoeker is op 1 november 2019 door de politierechter van deze rechtbank vrijgesproken.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Indien de zaak tegen een verdachte eindigt zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht kan op verzoek van de gewezen verdachte op grond van artikel 530 lid 2 Sv, aan hem, uit ’s Rijks kas een vergoeding worden toegekend voor de schade, die hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling der zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden, alsmede in de kosten van een raadsman.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek kan slechts worden ingediend binnen drie maanden na de beëindiging van de zaak. Het verzoek is tijdig ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 534 lid 1 Sv heeft de toekenning van een vergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Kosten raadsman</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank stelt voorop dat de declaratie van een raadsman een uitgangspunt is, dat door de rechtbank wordt betrokken in haar oordeel of er, alle omstandigheden in aanmerking genomen gronden van billijkheid zijn om aan verzoeker een vergoeding toe te kennen voor de kosten van de raadsman en, zo ja, tot welk bedrag. De rechtbank slaat daarbij onder meer acht op de omvang en de complexiteit van de onderliggende strafzaak. In het geval de rechtbank de gevraagde vergoeding gelet op alle omstandigheden bovenmatig acht, kan dat een grond zijn om de gevraagde vergoeding te matigen, dan wel af te wijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig een vergoeding toe te kennen voor de kosten van de raadsman. De opgegeven kosten worden gestaafd door de overgelegde urenspecificaties en declaraties. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Uurtarief</emphasis>
      </para>
      <para>Het in het verzoekschrift gehanteerde uurtarief van € 300,- is hoog, nu op de website van Singel Advocaten, waar naast mr. Arts nog één advocaat wordt genoemd, valt te lezen: <emphasis role="italic">“Voor uw strafzaak kunt u praktisch altijd met ons een vaste prijs afspreken. Zo spreken wij voor een strafzaak bij de Politierechter of Meervoudige Strafkamer vaak een vaste prijs af zodat de kosten voor uw strafrechtadvocaat laag zijn. (…) Als u niet voor gefinancierde rechtsbijstand in aanmerking komt én een vaste prijs niet mogelijk is in uw zaak (wat niet vaak het geval is) dan geldt bij Singel Advocaten in beginsel een concurrerend uurtarief van € 238,-. Dit tarief is laag in de markt, helemaal als u weet dat uw zaak bij ons advocatenkantoor door een ervaren (strafrecht) advocaat zelf wordt behandeld, niet door een beginnende advocaat.”  </emphasis></para>
      <para>Niet is aangegeven waarom in dit geval, een relatief eenvoudige en in omvang geringe PR-zaak, in afwijking van het in beginsel geldende uurtarief een fors hoger uurtarief van € 300,- wordt gehanteerd. De rechtbank acht vergoeding van de advocatenkosten tegen een tarief van € 238,- billijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In rekening gebrachte uren</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank gaat er van uit dat de raadsman zijn cliënt niet meer uren in rekening heeft gebracht dan daadwerkelijk aan de zaak zijn besteed. De vraag die de rechtbank echter moet beantwoorden is in welke mate het billijk is die uren voor rekening van de Staat te laten komen. In dat kader acht de rechtbank de gevorderde 10.42 uren (waarvan ruim 3 uur reistijd) voor een relatief eenvoudige zaak en een dossier van geringe omvang (32 pagina’s) veel voor een gespecialiseerde ervaren advocaat, maar niet onredelijk. Wel valt op dat zowel juridische als administratieve handelingen tegen hetzelfde (hoge)  deskundigentarief worden gedeclareerd, daarin ziet de rechtbank echter geen aanleiding tot matiging. </para>
      <para>De rechtbank acht het billijk om alle gedeclareerde uren voor vergoeding in aanmerking te laten komen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">File</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank zal ook de kosten van de reistijd vergoeden. Hoewel niet nader onderbouwd, is in openbare bronnen te zien dat op de zittingsdag, 1 november 2019, extreem veel filevorming was op de wegen in onder meer het westen van het land en rondom Breda en dat een dergelijke reisvertraging niet was te voorzien.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal voor het opmaken, indienen en behandelen van het verzoekschrift de standaardvergoeding toekennen en daarbij, gelet op de uitgebreide schriftelijke uitwisseling van standpunten nu wegens de uitbraak van het coronavirus is afgezien van een mondelinge behandeling, uitgaan van het bedrag van € 550,-.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank kent aan verzoeker uit ’s Rijks kas een vergoeding toe van € 2.479,96 (10.42 uur x € 238,-) (tweeduizend vierhonderdnegenenzeventig en zesennegentig cent) voor de kosten van de raadsman.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank kent aan verzoeker uit ’s Rijks kas een vergoeding toe van € 550,-(vijfhonderdvijftig euro) voor de kosten van het opstellen, indienen en behandelen van het verzoekschrift. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst het meer of anders verzochte af.</para>
      <para>Deze beslissing is gegeven op 25 juni 2020 door</para>
      <para>mr. M.A.E. Somsen,	rechter,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. C.T. St Rose,	griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Tegen deze beslissing staat voor verzoeker en de officier van justitie hoger beroep open,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in te stellen ter griffie van deze rechtbank,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">binnen een maand na betekening van deze beschikking.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank Amsterdam, enkelvoudige kamer, beveelt de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 3.029,96 (drieduizendnegenentwintig euro en zesennegentig eurocent)  voor de kosten van de raadsman op IBAN-nummer [IBAN-nummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden Singel Advocaten te Breda, onder vermelding van [verzoeker]/OM.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan op 25 juni 2020,</para>
      <para>door mr. M.A.E. Somsen, rechter.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>