<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2020:3596</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-30T14:02:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-07-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20/2104</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:3596">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:3596</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-30T13:52:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2020:3596 Rechtbank Amsterdam , 22-07-2020 / 20/2104</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2020:3596:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beklag 164 WVW (alcohol) gegrond. Drie keer eerder OBM voor rijden onder invloed. Rijbewijs vier maanden ingehouden.Teruggave vanwege zwaarwegen persoonlijke omstandigheden</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2020:3596:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="c3cc7c36-a265-4979-ab12-f24c27140ae9" depth="16" width="551" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beschikking</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Publiekrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Teams Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 96/082367-20</para>
      <para>RK: 20/2104</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking op het klaagschrift ex artikel 164, achtste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [klager] ,</bridgehead>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedag] 1985 te [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende op het adres [adres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>klager.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het klaagschrift is op 28 april 2020 ter griffie van deze rechtbank ontvangen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 29 april 2020 heeft het Openbaar Ministerie zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In verband met de coronamaatregelen heeft klager afstand gedaan van het recht op (aanwezigheid bij) een mondelinge behandeling in raadkamer. In plaats daarvan heeft de rechtbank, na overleg met klager en de officier van justitie, op 25 mei 2020 buiten de raadkamerzitting op basis van de stukken op het klaagschrift besloten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Klager heeft per e-mail van 16 mei 2020 een korte aanvulling gegeven op zijn klaagschrift. De officier van justitie heeft per e-mail van 18 mei 2020 hierop gereageerd. Klager heeft per e-mail van 20 mei 2020 gebruikt gemaakt van zijn tweede termijn. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inhoud klaagschrift</title>
    <para>Het klaagschrift strekt tot teruggave van het rijbewijs van klager dat op 22 maart 2020 is ingevorderd en dat de officier van justitie sindsdien onder zich houdt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Klager heeft aangegeven dat hij zijn rijbewijs nodig heeft voor de uitoefening van zijn werkzaamheden als schilder. </para>
      <para>Hij heeft recent aangegeven dat hij voor zes weken aan de slag kan, maar dat het daarvoor noodzakelijk is dat hij een rijbewijs heeft om zijn gereedschap te vervoeren. Ook bij sollicitaties in deze branche wordt vaak om een rijbewijs gevraagd. Zonder werk heeft hij geen inkomen en kan hij de huur niet betalen en andere financiële verplichtingen niet voldoen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Klager had op 22 maart 2020 te horen gekregen dat een goede vriend was komen te overlijden. Twee dagen daarvoor was de moeder van zijn vriendin in Colombia in het ziekenhuis opgenomen. Deze omstandigheden gaven hem een gevoel van machteloosheid waardoor hij een eenmalige fout maakte. Hij heeft 15 jaar geleden gereden onder invloed, maar sindsdien heeft klager zijn leven verbeterd. </para>
      <para>Klager heeft ter aanvulling op het klaagschrift bij e-mail van 16 en 20 mei 2020 het volgende aangevoerd.</para>
      <para>Klager heeft een schilderklus aangeboden gekregen in Harderwijk, waarmee hij € 200,- per dag kan verdienen. Dat geld heeft hij hard nodig, omdat hij deze maand de deurwaarder niet kon betalen waardoor zijn huis wellicht in beslag wordt genomen. </para>
      <para>Hij heeft een EMA-cursus gedaan en bij Jellinek een cursus ‘Hoe te leven met alcohol’ gevolgd. Hij heeft erg veel spijt en hoopt op een tweede kans. Hij heeft jaren gevochten voor zijn toekomst, en hoopt dat hij niet op straat kom te staan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Standpunt van het Openbaar Ministerie</title>
    <para>De officier van justitie heeft verklaard zich te verzetten tegen teruggave van het rijbewijs aan klager.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het ongeval dat heeft plaatsgevonden en het feit dat er al eerder sprake is geweest van alcohol in het verkeer, moet het rijbewijs ingehouden blijven.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para>Tegen klager is proces-verbaal opgemaakt ter zake van verdenking van overtreding van artikel 8, tweede lid, WVW 1994, gepleegd te Amsterdam op 22 maart 2020. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het proces-verbaal houdt in dat na een melding van een verkeersongeval verbalisanten naar de plaats ongeval gingen en een rij stilstaande auto’s op de Ookmeerweg zagen staan, waarvan de voorste auto de auto van klager betrof. </para>
      <para>Verbalisanten hadden het vermoeden dat klager had gereden na het gebruik van alcohol en hebben medewerking tot een ademanalyse bevolen. In verband met mogelijk opgelopen letsel is klager per ambulance naar het OLVG-West gebracht en is in het ziekenhuis een bloedonderzoek uitgevoerd. Uit het bloedonderzoek bleek het alcoholgehalte van het bloed van klager 1,72 milligram alcohol per milliliter bloed te zijn terwijl maximaal 0,5 is toegestaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 22 maart 2020 is op grond van het bovenstaande het rijbewijs van klager ingevorderd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 26 maart 2020 heeft de officier van justitie beslist dat het rijbewijs vier maanden, tot uiterlijk 27 juli 2020 wordt ingehouden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het uittreksel Justitiële Documentatie van 7 mei 2020 blijkt onder meer dat aan klager, tussen 2002 en maart 2005, driemaal een ontzegging van de rijbevoegdheid (OBM) is opgelegd wegens rijden onder invloed.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het is nog onbekend wanneer de onderhavige strafzaak tegen klager behandeld zal worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht de inhouding van het rijbewijs op grond van artikel 164 lid 4 WVW 1994 rechtmatig, omdat het vermoeden bestaat dat het alcoholgehalte van de adem van klager hoger was dan 570 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht en niet is gebleken dat de officier van justitie niet in redelijkheid van deze bevoegdheid gebruik heeft gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ondanks de ernst van het feit waarvan klager wordt verdacht, moet –gelet op de persoonlijke omstandigheden van klager– ernstig rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat de rechter aan klager een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen zal worden opgelegd, korter dan de tijd die het rijbewijs ingevorderd en ingehouden zal zijn geweest. Het beklag dient dan ook gegrond te worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beklag zal gegrond verklaard worden, voor zover het rijbewijs van klager wordt ingehouden na 28 mei 2020. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beklag <emphasis role="bold underline">gegrond</emphasis>, voor zover de inhouding van het rijbewijs van klager voortduurt tot na 28 mei 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank gelast de <emphasis role="bold underline">teruggave</emphasis> van het rijbewijs aan klager, met ingang van 28 mei 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door</para>
      <para>mr. M.A.E. Somsen, 			rechter,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. G. Onnink, 	griffier</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op 25 mei 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor klager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, </para>
      <para>in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, </para>
      <para>binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beschikking. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>