<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2020:3502</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-31T09:00:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-06-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/751318-20</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:3502">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:3502</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-29T13:18:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2020:3502 Rechtbank Amsterdam , 30-06-2020 / 13/751318-20</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2020:3502:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Detentieomstandigheden vormen geen beletsel voor overlevering. Geen algemeen risico geen eerlijk proces. Persoonlijke risicofactoren onvoldoende onderbouwt om aan te kunnen nemen dat OP in Hongarije geen eerlijk proces zal krijgen. Aanhouden ivm EAB I.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2020:3502:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/751318-20 (EAB II)</para>
      <para>RK nummer: 20/1815</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 30 juni 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">TUSSEN</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 6 april 2020 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 17 maart 2020 door de <emphasis role="italic">District Court of Sopron</emphasis> (Hongarije) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] (Hongarije) op [geboortedag] 1973, </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>	(uit anderen hoofde) gedetineerd in het [plaats detentie] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 16 juni 2020. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. C.L.E. McGivern. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. H.W. Verberkmoes, advocaat te Rotterdam, en door een tolk in de Hongaarse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vanwege de maatregelen die door de rechtbank zijn genomen in verband met de uitbraak van</para>
      <para>het coronavirus is de opgeëiste persoon via telehoren gehoord vanuit de Penitentiaire</para>
      <para>Inrichting.</para>
      <para>
        <?linebreak?>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd en heeft vervolgens de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, derde lid, OLW uitspraak moet doen voor onbepaalde tijd verlengd omdat zij die verlengingen nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Hongaarse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een <emphasis role="italic">domestic arrest warrant </emphasis>uitgevaardigd door de <emphasis role="italic">Police Station </emphasis>van Sopron op 21 augustus 2018 (referentienummer: B.1160/2018) en goedgekeurd op 17 maart 2020 door de <emphasis role="italic">District attorney’s office</emphasis> van Sopron. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Hongaars recht strafbaar feit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit het strafbare feit heeft aangeduid als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 20, te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	oplichting</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens het EAB valt het feit naar Hongaars recht onder een andere strafbepaling dan de feiten vermeld in EAB met parketnummer 13/752100-19. Anders dan in die zaak ziet de rechtbank geen aanleiding voor het stellen van aanvullende vragen. Volgens de in rubriek c) van het EAB vermelde gegevens is op dit feit naar Hongaars recht een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Detentieomstandigheden </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunten ter zitting</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering van de opgeëiste persoon dient te worden geweigerd, omdat er sprake is van een reëel gevaar van een onmenselijke of vernederende behandeling in Hongaarse detentie-instellingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de detentieomstandigheden in Hongarije geen beletsel vormen voor overlevering. Ze heeft daarbij verwezen naar recente jurisprudentie van deze rechtbank. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt voorop dat zij in haar uitspraak van 27 augustus 2019 (ECLI:NL:RBAMS:2019:6354) heeft geoordeeld dat niet langer sprake is van een algemeen reëel gevaar van een onmenselijke of vernederende behandeling in Hongaarse detentie-instellingen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het <emphasis role="italic">European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment</emphasis> (CPT) heeft in het <emphasis role="italic">Report to the Hungarian Government on the visit to Hungary carried out by the European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment (CPT) from 20 to 29 November 2018 </emphasis>van 17 maart 2020 verslag gedaan van een onderzoek naar de detentieomstandigheden in Hongarije. In dat rapport is vastgesteld dat zich geen schendingen hebben voorgedaan van artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest). Gelet op dit rapport, maar ook op de reactie daarop van de Hongaarse regering waarin wordt ingegaan op alle door de CPT geuite zorgen en aanbevelingen, kan niet de conclusie worden getrokken dat aan Hongarije overgeleverde personen in het algemeen een reëel gevaar van een onmenselijke of een vernederende behandeling lopen. Zie ook de uitspraak van deze rechtbank van 20 mei 2020 (ECLI:NL:RBAMS:2020:2673). Omstandigheden waarmee in het rapport geen rekening is gehouden zijn door de verdediging niet naar voren gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is dan ook van oordeel dat de detentieomstandigheden geen beletsel vormen voor overlevering. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Artikel 47 Handvest </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunten ter zitting </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de opgeëiste persoon na overlevering mogelijk geen eerlijk proces zal krijgen in Hongarije. De opgeëiste persoon is politiek activist. Hij is lid van oppositie partij [naam partij] en was in 2011 betrokken bij een twee weken durend conflict in het plaatsje Gyöngyöspata. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen algemeen gevaar is dat in Hongarije het grondrecht op een eerlijk proces in de kern wordt aangetast. De opgeëiste persoon heeft onvoldoende onderbouwd dat hij politiek activist is en dat hij daarom een reëel gevaar loopt om geen eerlijk proces te krijgen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verwijst naar haar uitspraak van 17 oktober 2019 (ECLI:NL:RBAMS:2019:7758), waarin zij heeft geoordeeld dat er sprake is van structurele en fundamentele gebreken wat de rechterlijke macht van Hongarije betreft, maar dat deze gebreken de rechterlijk instanties in Hongarije niet dusdanig in gevaar brengen, dat hierdoor een reëel gevaar dreigt dat het grondrecht op een eerlijk proces in de kern wordt aangetast. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nog daargelaten dat ten aanzien van Hongarije geen algemeen gevaar in de hiervoor bedoelde zin is vastgesteld, overweegt de rechtbank over de aangevoerde persoonlijke risicofactoren ten overvloede als volgt. De verdediging heeft ter onderbouwing van haar verweer onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd om aan te kunnen nemen dat er zwaarwegende en op feiten berustende gronden zijn om te oordelen dat de opgeëiste persoon een reëel gevaar loopt dat zijn grondrecht op een onafhankelijk gerecht zal worden geschonden en derhalve dat zijn grondrecht op een eerlijk proces in de kern zal worden aangetast. Ook de aard van de strafbare feiten waarvoor hij wordt vervolgd en de feitelijke context die aan het EAB ten grondslag ligt, rechtvaardigen die conclusie niet. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Heropening</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen de opgeëiste persoon is het tevens het EAB met parketnummer 13/752100-19 (EAB I) uitgevaardigd. In EAB I heeft de rechtbank het onderzoek heropend, teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de uitvaardigende justitiële autoriteit om nadere informatie te verzoeken met betrekking tot de vereisten van artikel 7 OLW (dubbele strafbaarheid). Het onderzoek in het onderhavige EAB zal tevens worden heropend en geschorst voor onbepaalde tijd, teneinde de EAB’s gelijktijdig af te doen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, komt de rechtbank tot de volgende beslissing. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEROPENT en SCHORST </emphasis>het onderzoek voor onbepaalde tijd, teneinde het onderhavige EAB, gelijktijdig met het EAB met parketnummer 13/752100-19 af te kunnen doen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT </emphasis>de oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsman;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT </emphasis>de oproeping van een tolk in de Hongaarse taal tegen voornoemd nader te bepalen datum en tijdstip.</para>
      <para>
        <?linebreak?>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. H.J. Fehmers,  				                         				voorzitter,</para>
      <para>mrs. J.A.A.G. de Vries en E.G.M.M. van Gessel,                         			   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. S. Drent,		                         		   		    griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 30 juni 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>