<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2020:3390</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-13T16:08:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-06-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/045826-20</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_strafprocesrecht">Strafrecht; Strafprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:3390">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:3390</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-13T15:40:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2020:3390 Rechtbank Amsterdam , 17-06-2020 / 13/045826-20</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2020:3390:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij verdachte is het gerechtvaardigd vertrouwen gewekt dat tegen hem geen strafvervolging zou worden ingesteld. Strafvervolging is onder deze omstandigheden in strijd met het vertrouwensbeginsel. Officier van justitie niet-ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2020:3390:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">VONNIS</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/045826-20</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 17 juni 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedag] 2000 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>nu gedetineerd in [detentieplaats] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 17 juni 2020. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. S. Kurniawan-Ayre en van wat verdachte en zijn raadsvrouw mr. R.S.E. Bruinen naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is – samengevat – tenlastegelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>heling van een scooter op 20 februari 2020 te Amsterdam. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in bijlage I. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Voorvragen</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ontvankelijkheid van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.1.1.</nr>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de raadsvrouw</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De raadsvrouw heeft als preliminair verweer aangevoerd dat de officier van justitie niet ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging van verdachte, omdat de beginselen van een behoorlijke procesorde – meer specifiek het vertrouwensbeginsel – zijn geschonden. Zij heeft hiertoe aangevoerd dat zij – naar aanleiding van de ingetrokken verklaring van aangeefster – twee maal contact heeft opgenomen met het Openbaar Ministerie. Beide keren is haar door een officier van justitie medegedeeld dat de zaak zou worden geseponeerd. Op basis van deze mededelingen is bij verdachte het gerechtvaardigd vertrouwen ontstaan dat geen strafvervolging zou volgen. Daar komt bij dat verdachte – tot 12 juni 2020 – in deze zaak niet was gedagvaard voor de zitting van 17 juni 2020, terwijl hij voor zeven andere parketnummers wél was gedagvaard voor deze zitting. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.2.</nr>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het verweer van de raadsvrouw moet worden verworpen. Gelet op de aard van de schending ligt het niet in de rede om het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk te verklaren in de strafvervolging van verdachte. Zij heeft aangegeven te zullen rekwireren tot een vrijspraak. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.3.</nr>
        <para>
          <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank </emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uit de e-mail correspondentie van de raadsvrouw en de officier van justitie van 16 juni 2020 blijkt dat aan de verdediging twee maal is medegedeeld dat deze zaak zou worden geseponeerd. Hierdoor is bij verdachte het gerechtvaardigd vertrouwen gewekt dat tegen hem geen strafvervolging zou worden ingesteld. Daarbij komt dat de officier van justitie bij e-mail van 16 juni 2020 aan de rechtbank (met kopie aan de raadsvrouw) heeft bericht dat het inderdaad de bedoeling was om deze zaak alsnog te seponeren en dat verdachte kennelijk ten gevolge van een administratieve vergissing alsnog is gedagvaard. Zij heeft de rechtbank daarbij bericht dat zij, gezien het late tijdstip, niet zal overgaan tot intrekking van de dagvaarding, maar op de zitting zal rekwireren tot vrijspraak. De rechtbank acht strafvervolging onder deze omstandigheden in strijd met het vertrouwensbeginsel en zal de officier van justitie daarom niet ontvankelijk verklaren.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de <emphasis role="bold">officier van justitie niet-ontvankelijk</emphasis> in de vervolging van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Heft op het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. C. Klomp   									    voorzitter,</para>
      <para>mrs. M.T.C. de Vries en M.E.M. James-Pater, 					       rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. K.P.M. Smeets, 			                                griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 17 juni 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage I – Tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte [verdachte] is tenlastegelegd dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 20 februari 2020 te Amsterdam, in elk geval in  Nederland, een goed, te weten een scooter (kenteken [kentekennummer] ) heeft  verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf  verkregen goed betrof.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>