<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2020:3130</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-02T15:22:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-06-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8570569 EA VERZ 20-420</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2020-0812</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2020-0812</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:3130">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:3130</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-17T14:54:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2020:3130 Rechtbank Amsterdam , 22-06-2020 / 8570569 EA VERZ 20-420</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2020:3130:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering tot schadevergoeding wegens herplaatsing in te lage functie, gegrond op art 7:686 BW,  moet worden ingeleid met een dagvaarding, niet met een verzoekschrift.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2020:3130:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="d90b3a67-03b5-4d02-8b37-2ed5febb64db" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="88180409-923b-4101-b5b9-19feaf951fa1" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beschikking</para>
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>
                <emphasis role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</emphasis>
              </para>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para>erkentenis</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Afdeling privaatrecht - team kanton</para>
            </entry>
            <entry morerows="1">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>zaaknummer: 8570569 EA VERZ 20-420</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>beschikking van: 22 juni 2020</para>
            </entry>
            <entry morerows="2">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>f.no.: 245</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <bridgehead role="bold">Beschikking op het verzoekschrift </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>i n z a k e </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [verzoekster]
    </bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>verzoekster</para>
      <para>nader te noemen [verzoekster]</para>
      <para>gemachtigde: mr. M.A.M. Lem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">de besloten vennootschap ING Bank Personeel B.V.</bridgehead>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Amsterdam</para>
      <para>verweerder</para>
      <para>nader te noemen ING</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop<?linebreak?></title>
    <para>
      [verzoekster] heeft op 10 juni 2020 een verzoekschrift ingediend dat - volgens het verzoekschrift - strekt tot het verklaren voor recht dat ING ten opzichte [verzoekster] toerekenbaar tekort geschoten is in de nakoming van de arbeidsovereenkomst ex artikel 7:686 BW. Uit de inhoud van het verzoekschrift volgt dat [verzoekster] dit baseert op - kort gezegd - een herplaatsing in een (volgens [verzoekster] ) te lage functie, hetgeen zij grondt op artikel 7: 686 BW. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegend<?linebreak?></title>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>In artikel 7:686 BW is bepaald dat de bepalingen van afdeling 9 van titel 10 van boek 7 BW voor partijen de mogelijkheid van ontbinding wegens een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst en van schadevergoeding niet uitsluiten. Partijen staan dus óók die op boek 6 BW gebaseerde rechtsmiddelen in verband met een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst ter beschikking. Die rechtsmiddelen moeten met een dagvaardingsprocedure worden ingeleid. <?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Artikel 7:686 BW geeft geen afzonderlijke procedure die met een verzoekschrift zou moeten worden ingeleid. Ook het bepaalde in artikel 7:686a lid 4 BW wijst hierop. In dat artikel zijn immers de vervaltermijnen voor de in het kader van de Wet Werk en Zekerheid in te stellen procedures opgenomen, waarbij een procedure op grond van artikel 7:686 BW niet afzonderlijk wordt genoemd in tegenstelling tot alle andere verzoeken die per artikel worden aangeduid met verschillende vervaltermijnen per verzoek. <?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Het bepaalde in artikel 7:686a lid 2 BW, waarin is vastgelegd dat in gedingen die op het in, bij of krachtens afdeling 9 van titel 10 van boek 7 BW bepaalde zijn gebaseerd, kunnen worden ingeleid met een verzoekschrift, maakt dit niet anders. In dit geval is immers geen sprake van een geding dat is gebaseerd op het in, bij of krachtens afdeling 9 van titel 10 van boek 7 BW bepaalde, maar van een vordering op grond van de algemene regeling met betrekking tot het toerekenbaar tekort schieten in de nakoming van één of meer verbintenissen uit hoofde van een overeenkomst (zie artikel 6:74 ev BW). <?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Nu voorts de vordering van [verzoekster] verder ook geen verband houdt met een einde van de arbeidsovereenkomst, maar op vergoeding van schade die (mogelijk) is ontstaan en nog zal ontstaan bij de voortzetting van de lopende arbeidsovereenkomst, is de verzoekschriftprocedure van artikel 7:686a BW hier niet van toepassing.  <?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Dit betekent dat deze procedure had ingeleid moeten worden met een dagvaarding in plaats van met een verzoekschrift. <?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Gelet op het bepaalde in artikel 69 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dient daarom als volgt te worden beslist.  </para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing<?linebreak?></title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <para>beveelt dat de procedure in de stand waarin zij zich bevindt, wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>bepaalt dat de zaak op de rolzitting van maandag 3 augustus 2020 om 10.00 uur zal komen;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>beveelt dat deze dag van de rolzitting door [verzoekster] bij een door een deurwaarder uit te brengen exploot aan ING wordt aangezegd onder betekening van kopieën van deze beschikking alsmede van het verzoekschrift en de daarbij behorende bewijsstukken, waarvan kopieën aan deze beschikking zijn gehecht;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>wijst erop dat het exploot uiterlijk op 21 juli 2020 door de deurwaarder moet worden uitgebracht;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>stelt [verzoekster] in de gelegenheid op voormelde rolzitting bij akte haar stellingen aan de toepasselijke procesregels aan te passen;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>zegt [verzoekster] aan dat het verzoek niet ontvankelijk verklaard zal worden wanneer het uit te brengen exploot van oproeping niet uiterlijk op voormelde rolzitting zal zijn overgelegd;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>zegt [verzoekster] aan dat het niet nodig is op de rolzitting te verschijnen, als het exploot van oproeping uiterlijk op de dag vóór de dag van de rolzitting op de griffie aanwezig is;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>houdt iedere verder beslissing aan.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Aldus gegeven door mr. M.V. Ulrici, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2020 in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier							   De kantonrechter </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>