<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2020:2998</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-06-23T12:59:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-03-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/13/679332 / KG RK 20-157</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:2998">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:2998</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-06-23T12:59:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2020:2998 Rechtbank Amsterdam , 03-03-2020 / C/13/679332 / KG RK 20-157</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2020:2998:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>KG RK Afwijzing verzoek ex artikel 3:268 lid 2 BW (onderhandse verkoop bij parate executie door hypotheekhouder) in verband met betaling door hypotheekgever, terstond na de zitting, van een ter zitting genoemd bedrag.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2020:2998:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="3408a91c-6a96-4930-a9fe-13baf0ec92d1" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="7120c39b-96c6-4e14-9550-c04b0182eedd" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beschikking</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rekestnummer: C/13/679332 / KG RK 20-157 MW/JT</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 3 maart 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de coöperatie</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>verzoekster,</para>
      <para>advocaat mr. A. van Hees te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerder]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verweerder,</para>
      <para>verschenen in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Verzoekster (hierna: Rabobank) heeft op 4 februari 2020 een verzoekschrift ex artikel 3:268 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) ingediend, dat aan deze beschikking is gehecht. Dit verzoek is mondeling behandeld op 27 februari 2020. <?linebreak?>Op de mondelinge behandeling zijn voor zover van belang verschenen:</para>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>mr. S. Lotfi, namens Rabobank;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [verweerder] , eigenaar van de woning;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [betrokkene] namens [bedrijf] , beoogd koper.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De behandeling van de zaak is vervolgens aangehouden teneinde [verweerder] in de gelegenheid te stellen om voor 28 februari 2020 te 12.00 uur het restant van de executiekosten te voldoen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Direct na de mondelinge behandeling heeft [verweerder] per e-mail een betalingsbewijs voor een bedrag van € 4.750,- overgelegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Rabobank heeft op 28 februari 2020 per e-mail meegedeeld dat [verweerder] van het achterstallige bedrag van € 12.733,60 een bedrag van € 8.250,- heeft betaald. Dit is volgens Rabobank € 4.483,60 te weinig, zodat zij haar verzoek handhaaft.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>Gronden van de beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Rabobank heeft het verzoek ter zitting toegelicht. [verweerder] heeft ter zitting verweer gevoerd. [betrokkene] heeft zich ter zitting gerefereerd aan het oordeel van de voorzieningenrechter. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover van belang, (nader) ingegaan.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Het verzoekschrift strekt tot het verkrijgen van verlof tot onderhandse verkoop van: het registergoed plaatselijk bekend als [woning] [woonplaats] (hierna: de woning) aan [bedrijf] voor een prijs van <?linebreak?>€ 216.100,- k.k.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>In het verzoekschrift staat dat de vordering van Rabobank op [verweerder] <?linebreak?>€ 131.731,01 bedraagt. Uit productie 10 bij het verzoekschrift volgt dat de resterende hoofdsom van de geldleningen € 96.500,- + € 34.348,20 is, de achterstallige rente tot 1 maart 2020 € 345,79 en € 132,72 en een debetstand op de betaalrekening € 106,82. Aan taxatiekosten wordt een bedrag vermeld van € 396,88.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de mondelinge behandeling heeft [verweerder] verklaard dat hij medio januari 2020 van Rabobank een opgave heeft gekregen van de veilingkosten van totaal <?linebreak?>€ 8.250,-, waarvan hij € 3.500,- heeft betaald. Hij wil en kan terstond het restant betalen van € 4.750,- teneinde in zijn woning te kunnen blijven wonen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Rabobank heeft haar verzoek gehandhaafd. Zij heeft ter zitting erop gewezen dat de gehele restschuld, met rente en kosten, is opgeëist zodat [verweerder] niet kan volstaan met betaling van alleen de veilingkosten. Rabobank heeft ter zitting niet betwist dat [verweerder] na betaling van het bedrag van € 4.750,- heeft voldaan aan zijn achterstallige schuld, die heeft geleid tot het opeisen van de volledige geldleningen, en de veilingkosten.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Daarop heeft de voorzieningenrechter [verweerder] in de gelegenheid gesteld om op dezelfde dag het bedrag van € 4.750,- te voldoen om verlies van zijn woning te voorkomen. Op de woning rust een overwaarde van ongeveer € 85.000,-. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter ter zitting weegt na de betaling het belang van [verweerder] zoveel zwaarder dan het belang van Rabobank dat voortzetting van het executietraject dan niet meer gerechtvaardigd is.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>
        [verweerder] heeft direct na de zitting de betaling van € 4.750,- op 27 februari 2020 om 11.35 uur verricht. Rabobank heeft hem bij e-mail van 27 februari 2020 om 18.46 uur voor het eerst bericht dat de achterstanden en kosten € 12.733,60 (waarvan € 6.755,09 aan taxatiekosten) bedragen in plaats van € 8.250,-. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>Onder deze omstandigheden moet het oordeel luiden dat [verweerder] op dit moment in voldoende mate heeft gezorgd voor betaling van zijn schuld aan Rabobank. Haar e-mail van 27 februari 2020 wijkt ongemotiveerd in hoge mate af van de opgave die medio januari 2020 aan [verweerder] is gedaan. Daarom wordt aan die <?linebreak?>e-mail voorbijgegaan. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>De gevraagde toestemming voor de onderhandse verkoop zal niet worden verleend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>Het op de voet van artikel 548 lid 4 van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bepalen van een nieuwe dag waarop de openbare verkoop zal plaatsvinden is gelet op het voorgaande niet aan de orde.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Wijst het verzoek af.<?linebreak?></para>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. M. van Walraven, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. J.E. Tiddens, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2020.<footnote-ref linkend="_676da32e-6cdd-4cb7-8fc9-fb7e06f5e0b3" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_676da32e-6cdd-4cb7-8fc9-fb7e06f5e0b3" label="1">
    <para>type: JT</para>
    <para>coll: CB</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>