<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2020:2981</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-06-16T12:28:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-03-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8196789  CV EXPL 19-24950</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:2981">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:2981</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-06-16T12:25:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2020:2981 Rechtbank Amsterdam , 20-03-2020 / 8196789  CV EXPL 19-24950</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2020:2981:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De vordering komt niet onrechtmatig of ongegrond voor. De vordering met betrekking tot te maken notariskosten is niet toewijsbaar omdat deze vordering niet opeisbaar is.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2020:2981:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="f566c7a4-c3d7-4379-a2c7-6d5814973128" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="18077674-c69f-4810-a916-a98b3c311d38" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 8196789  CV EXPL 19-24950</para>
      <para>vonnis van: 20 maart 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">vonnis van de kantonrechter</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>I n z a k e</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser]
    </bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>eiser</para>
      <para>gemachtigde: mr. B. van Mieghem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Roodeburgh Invest B.V.</bridgehead>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Amstelveen<?linebreak?>gedaagde</para>
      <para>niet verschenen</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Verloop van de procedure</bridgehead>
    <para>Bij exploot van dagvaarding van 19 november 2019 heeft eiser een verklaring voor recht gevorderd met nevenvordering(en), één en ander zoals in de dagvaarding nader omschreven.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 3 januari 2020 is ter griffie een conclusie van antwoord ontvangen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis van 21 januari 2020 is een verschijning van partijen ter zitting bevolen en is de zaak voor dagbepaling verwezen naar de rolzitting van 7 februari 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van eiser heeft er bij faxberichten van 10 januari en 23 januari 2020 op gewezen dat de conclusie van antwoord niet is ondertekend en geen naam bevat van degene die de conclusie heeft ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij rolmededeling van 31 januari 2020 is gedaagde in de gelegenheid gesteld de naam van de gemachtigde in de conclusie van antwoord te vermelden en een door de gemachtigde ondertekende conclusie van antwoord in tweevoud over te leggen. De zaak is daartoe verwezen naar de rolzitting van 7 februari 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de rolzitting van 7 februari 2020 is geconstateerd dat gedaagde niet aan genoemde rolmededeling heeft voldaan.<?linebreak?>Aangezien uit de zaakgegevens niet is gebleken dat genoemde rolmededeling zowel naar het in de zaakgegevens vermelde vestigingsadres van gedaagde als naar het correspondentieadres van gedaagde is verzonden en gelet op de korte termijn die gedaagde bij genoemde rolmededeling is gegeven om aan deze rolmededeling te voldoen is de zaak bij rolmededeling van 21 februari 2020 verwezen naar de rolzitting van 6 maart 2020 voor overlegging door gedaagde van een conclusie van antwoord in tweevoud waarin de naam van de gemachtigde is vermeld en welke door de gemachtigde is ondertekend en voor overlegging van een uittreksel uit het handelsregister betreffende gedaagde voor zover gedaagde wordt vertegenwoordigd door een in dienst van gedaagde zijnde persoon waaruit de bevoegdheid van deze persoon blijkt. De griffier is opgedragen de rolmededeling naar het vestigingsadres en het correspondentieadres van gedaagde te zenden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de rolzitting van 6 maart 2020 is geconstateerd dat gedaagde niet aan de rolmededeling van 21 februari 2020 heeft voldaan. Tegen gedaagde is verstek verleend.  <?linebreak?></para>
      <para>Vonnis is bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="beslissing">
    <title>Gronden van de beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de ontvangen conclusie van antwoord wegens het ontbreken van een ondertekening door de gemachtigde niet voldoet aan het bepaalde in artikel 82 Rv is verstek verleend tegen gedaagde en blijft deze conclusie bij de beoordeling van de vordering  buiten beschouwing.  <?linebreak?></para>
      <para>De primaire vordering komt niet onrechtmatig of ongegrond voor, behoudens voor wat betreft de gevorderde veroordeling van gedaagde tot betaling van te maken notariskosten. Deze vordering is niet toewijsbaar nu geen sprake is van een opeisbare vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>
      <?linebreak?>De kantonrechter:</para>
    <paragroup>
      <para>verklaart voor recht dat de tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst ter zake de koop door eiser van een perceel grond te Burgum van gedaagde is vernietigd bij brief van de gemachtigde van eiser van 21 augustus 2019;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>gebiedt gedaagde om binnen een maand na betekening van dit vonnis medewerking te verlenen aan ongedaanmaking van de vernietigde overeenkomst bij een notaris naar keuze van eiser, onder verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 voor iedere dag dat gedaagde hiermede in gebreke blijft, met een maximum van € 25.000,00;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>veroordeelt gedaagde in het kader van de ongedaanmaking, aan eiser de koopsom van de kavel terug te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 augustus 2019 tot de dag van de algehele voldoening;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>veroordeelt gedaagde in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van eiser begroot op:<?linebreak?>explootkosten		€      99,01<?linebreak?>griffierecht			€    297,00<?linebreak?>kosten conservatoir beslag	€    963,54<?linebreak?>salaris gemachtigde		<emphasis role="underline">€    600,00</emphasis><?linebreak?>totaal			€ 1.959,55<?linebreak?>voor zover van toepassing, inclusief btw;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>veroordeelt gedaagde in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 120,00 aan salaris gemachtigde, te verhogen met een bedrag van € 68,00 en de explootkosten van betekening van het vonnis, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw, onder de voorwaarde dat gedaagde niet binnen veertien dagen na aanschrijving <?linebreak?>volledig aan dit vonnis heeft voldaan en betekening van het vonnis pas na veertien dagen na aanschrijving heeft plaatsgevonden;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>verklaart de veroordelingen onder II. tot en met V. uitvoerbaar bij voorraad;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <parablock>
        <para>wijst het meer of anders gevorderde af.<?linebreak?></para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink, kantonrechter en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>