<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2020:2169</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-04-09T08:55:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-04-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-03-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20/645</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_materieelStrafrecht">Strafrecht; Materieel strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:2169">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:2169</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-04-08T10:11:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-04-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2020:2169 Rechtbank Amsterdam , 31-03-2020 / 20/645</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2020:2169:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>bezwaarschrift ex artikel 6:6:23, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering, gegrond, laatste kan</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2020:2169:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="21c03029-3ab9-4b4c-bfc5-d9048a366961" depth="16" width="551" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beslissing</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Publiekrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Teams Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/099368-19</para>
      <para>RK: 20/645</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beslissing op het bezwaarschrift ex artikel 6:6:23, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[veroordeelde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren op [geboortedag] 1997 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>	ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres </para>
      <para>	[adres 1] , </para>
      <para>	woonplaats kiezend op het kantooradres van zijn raadsman, </para>
      <para>	mr. F.D.W. Siccama,</para>
      <para>	[adres 2] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: veroordeelde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para>De politierechter in deze rechtbank heeft bij vonnis van 3 mei 2019 veroordeelde een taakstraf van 70 uren, met aftrek van voorarrest overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, opgelegd en bevolen dat voor het geval veroordeelde de taakstraf niet (naar behoren) verricht, vervangende hechtenis van 35 dagen zal worden toegepast. Het vonnis is onherroepelijk.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Openbaar Ministerie heeft op 17 januari 2020 beslist dat de vervangende hechtenis wordt toegepast en hiervan aan veroordeelde kennis gegeven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kennisgeving van deze beslissing is op 1 februari 2020 aan veroordeelde betekend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bezwaarschrift is op 4 februari 2020 op de griffie van deze rechtbank ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelde is niet met de taakstraf aangevangen. De resterende taakstraf met aftrek van voorarrest is 66 uren.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Inhoud van het bezwaarschrift</title>
    <para>Het bezwaarschrift richt zich tegen de kennisgeving door het Openbaar Ministerie en strekt ertoe dat de politierechter de beslissing van het Openbaar Ministerie tot toepassing van de vervangende hechtenis wijzigt en veroordeelde in de gelegenheid stelt zijn taakstraf alsnog te verrichten.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling</title>
    <para>De politierechter heeft kennisgenomen van de stukken in de zaak onder bovenvermeld parketnummer, waaronder:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het hiervoor genoemde vonnis;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het rapport van Reclassering Nederland, ressort Noord-West, van 24 december 2019, waarin het Openbaar Ministerie wordt geadviseerd de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis te bevelen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de kennisgeving van de beslissing tot toepassing van de vervangende hechtenis;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het bezwaarschrift van veroordeelde.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De politierechter heeft op 23 en 25 maart 2020 per e-mail de standpunten van de officier van justitie en de raadsman van veroordeelde ontvangen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van veroordeelde en zijn raadsman</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman van veroordeelde heeft in het bezwaarschrift en zijn e-mail van 23 maart 2020 opgenomen dat het niet uitvoeren van de taakstraf niet gelegen is in onwelwillendheid van veroordeelde en dat veroordeelde bereid is om de taakstraf alsnog uit te voeren. Veroordeelde verblijft op dit moment bij [naam zorginstelling] in het kader van een voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel. Men is nu bezig met het zoeken naar een passende woonplek voor veroordeelde. Veroordeelde rapt en het gaat goed met hem. Op dit moment zou een omzetting van de taakstraf naar een gevangenisstraf het ingezette traject met veroordeelde op nadelige wijze doorkruisen. Daarom wordt om een laatste kans verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft per e-mail van 25 maart 2020 te kennen gegeven dat het klaagschrift wat haar betreft gegrond kan worden verklaard, zodat veroordeelde nog een laatste kans wordt gegund om de taakstraf te voldoen. Gelet op de knelpunten in verband houdende met het coronavirus, heeft ze voorgesteld veroordeelde een termijn van negen maanden te geven om zijn taakstraf te verrichten. Ze heeft voorts  aangegeven dat een zitting niet nodig is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman van veroordeelde heeft per e-mail van 25 maart 2020 aangegeven dat hij zich kan vinden in het voorstel van de officier van justitie en dat wat hem betreft een behandeling ter zitting niet nodig is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de politierechter</emphasis>
      </para>
      <para>De politierechter heeft geconstateerd dat het bezwaarschrift tijdig is ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De politierechter is op grond van de hierboven genoemde stukken van oordeel dat, hoewel veroordeelde niet met de taakstraf is aangevangen, aannemelijk is geworden dat veroordeelde alsnog de opgelegde taakstraf naar behoren zal verrichten binnen de daarvoor bepaalde termijn en hem deze <emphasis role="italic">allerlaatste</emphasis> kans moet worden geboden. </para>
      <para>Op grond hiervan dient het bezwaarschrift gegrond te worden verklaard zodat veroordeelde zijn bij voornoemd vonnis opgelegde taakstraf alsnog kan verrichten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De politierechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het bezwaar <emphasis role="bold underline">gegrond;</emphasis></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt het aantal uren taakstraf dat nog moet worden verricht op <emphasis role="bold">66 (zesenzestig) uren;</emphasis></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de taakstraf binnen <emphasis role="bold">negen maanden</emphasis> na heden moet worden voltooid.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven op 31 maart 2020 door </para>
      <para>mr. L. Dolfing,	politierechter,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. C.T. St Rose,	griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>